Verbonden rond een vuur in de donkerste tijd van het jaar

Gepubliceerd op 24 november 2021 door Willem

 We gaan de Boogschutterfase in, de donkerste periode van het jaar.

De periode van het jaar dat de zon alsmaar lager aan de hemel komt te staan en bijkans de aarde in vuur en vlam dreigt te zetten.
We weten nu wel beter maar vroeger was dat wel anders.
Onze verre voorouders zullen ongetwijfeld momenten hebben gekend dat ze dachten, bang waren, dat de aarde verschroeid zou worden door die zon die alsmaar lager aan de hemel kwam te staan.
Rond de winterzonnewende merkten zij dat de zon weer begon te klimmen en dat ze zo ontsnapten aan een groot onheil. Reden voor een feestje!
Wisten zij veel.
Zij wisten wel veel, maar dat waren andere zaken dan wat wij nu weten.
Wij weten dat de zon de aarde niet zal verschroeien. Wij kennen de bewegingen en de ordeningen in ons zonnestelsel en we maken ons dus nergens geen zorgen om. Toch?

Jammer alleen dat doordat we nu weten hoe de aarde om de zon draait we onze achting aan het verliezen zijn voor de krachten die dit alles “in de hand houden”.

En daar in ligt een groot gevaar verscholen.

We zijn ons almaar meer aan het losmaken van de grotere verbanden en in onze hoogmoed noemen we dat bewustwording.
Hoe meer we “woke” zijn, denken we, hoe meer we ons heerser noemen van ons eigen lot.

Gisteren is er een raket de ruimte in geschoten met een sonde aan boord die moet landen op een asteroïde en daar een ontploffing moet veroorzaken die hopelijk maakt dat de baan van deze asteroïde verandert. Daarmee wil de mensheid aantonen dat ze in staat is een asteroïde die op ramkoers met onze planeet ligt, van koers te laten veranderen zodat dat grote blok ruimtepuin voor ons niet langer een bedreiging vormt.

Eén van de vele voorbeelden dat we willen ingrijpen in een systeem dat we als geheel nog helemaal niet begrijpen.
Doordat we ons “groot” wanen ontbreekt ons juist het vermogen de zaken in een groter verband te kunnen zien en duiden.

De Boogschutter-tijd.

De Boogschutter-tijd toont ons een zon die almaar dichter de aarde nadert.
Die het vuur, waar zij niet enkel het symbool van is maar waar zij zelf geheel en al uit bestaat, dicht naar ons toe brengt.
Maar in deze tijd van het jaar is het niet de warmte van dat vuur dat ons nadert. Dat hoort bij de zomer, bij het beeld van de Leeuw.
Warmte is verbonden met passie, met de binnenkant van het vuur. Met het hart van de zon, waar de kernfusie plaatsvindt.

Maar in deze tijd van het jaar, na de fase van de dood van de herfst, waar het beeld van de Schorpioen heerst waarover ik vorige keer sprak, breekt nu de fase aan waarbij de ziel de vorm verlaat.
De levenskracht van de zon die de aarde zo dicht nadert, waar zij de laatste restjes leven meeneemt, doodt, opdat de vorm leeg achterblijft, zoals vuurstormen die bosbranden aanwakkeren het bos voor dood achterlatend, zwartgeblakerd.

De ziel eruit trekken, waardoor de vorm kan desintegreren, uiteen valt in zijn afzonderlijke bouwstenen om daarna te ontdekken dat het bos in nieuwe, nog enthousiastere vormen terug kan keren want de wortels werden niet aangetast.
Deze branden laaien, gaan niet de diepte in, maar trekken horizontaal door de natuur, alles op hun weg wegmaaiend, ruimte makend voor complete vernieuwing.
Zoals laaiend enthousiasme doet aan de vooravond van grote omwentelingen.
Van vurige pleidooien, massale bewegingen die uitmonden in revoluties en het zicht openen op nieuwe vergezichten.
Wachtend op een weer andere vorm van vuur.
Wachtend op de (storm)ram, gedragen door het beeld van de Ram, die het begin van de lente aankondigt en ruimte geeft en maakt voor het nieuwe idee.

De twaalf.

Alle vier de elementen die de aarde en alles wat daar op en in leeft doordringen, tonen zich in drie gedaanten:

In een naar buiten tredende, Yang-e vorm.
Een introverte, de diepte zoekende Yin-ne vorm
en een verbindende wijze waarop ze evenwichtbewarend en evenwichtscheppend is.

Zo ontstonden de twaalf archetypische krachten die als eerste (?) door de Sumeriers zo’n vierduizend jaar geleden, in beeld gebracht werden en die we sedertdien nog altijd kennen als de twaalf beelden van de dierenriem.

Waar de Ram staat voor het extraverte vuur dat we terugvinden in de explosie, in de ontsteking, in de lucifer, toont de Leeuw zich in de hitte van het vuur, de passie, het werk van de smid, het brandend hart, de kernfusie.
Maar in de Boogschutter tijd worden we verbonden met de verbindende kracht van het vuur.
We denken dan aan lopende vuurtjes, om zich heen grijpend vuur, in vuur en vlam gezet worden, laaiende vuren. Warm worden voor, enthousiasme. Samen rond het kampvuur zitten en zingen.
Aanstekelijke voordrachten, vurige pleidooien.

Een vuur dat gaande blijft op één voorwaarde.
Dat het gevoed blijft worden door brandstof en zuurstof.
Vuur dus dat nooit aan de aarde kan ontsnappen.
Sterker nog, dat de aarde nodig heeft voor zijn brandstof.
Brandstof in velerlei vormen, maar hoe dan ook afkomstig van de aarde.
Zelfs de broodnodige zuurstof komt via de groene longen der aarde ter beschikking.
Het beeld toont prachtig hoe dit vuur de verbinding nodig heeft van vuur en aarde.
Zo toont zij dat nieuwe schepping het resultaat is van de overbrugging der tegenstellingen.
Want aarde en vuur zijn elkaars oertegenstelling.
Lucht wakkert vuur aan. Water verdampt door vuur. Aarde verstikt het vuur.

 

Op honderden manieren hebben de Grieken in hun mythologische verhalen ons getoond hoe Zeus, de Schepper van vele goden, eeuwig verbonden met de beelden Jupiter en de Boogschutter, zich onmogelijk kon losweken van zijn vrouw Hera.
Hij probeerde het middels alle mogelijke “relaties” met de kinderen van Gaia-Moeder Aarde, zodoende leven schenkend aan talloze goden en halfgoden die onze diverse menselijke eigenaardigheden weerspiegelen. Maar loskomen van zijn lot, zijn Hera, was onmogelijk.

Als de zon dus in deze tijd zijn satelliet de Aarde nabij komt, komen we oog in oog te staan met de kracht van Jupiter, de Oude Wijze man, verstopt in de Sinterklaas figuur in onze streken, die op zijn beurt niet los kan komen van zijn tegenspeler Zwarte Piet, de kinderlijke enthousiasteling die zich dienaar weet van.
En ons vraagt, eerlijk vraagt waarmee hij ons enthousiast kan maken.
Welk cadeau van hem ons op weg helpt ons innerlijk vuur aan te wakkeren. 

Een innerlijk vuur dat in ons hart aangestoken werd bij onze geboorte en waar we vroeg of laat zelf de brandstof voor moeten aandragen om het brandend te houden.
Opdat het ons als innerlijk brandend vuur levend weet te houden en aanstekelijk kan werken op een ieder die met ons leeft.

Vergeet niet een licht aan te steken wanneer de duisternis valt.

En doe Jupiter de groeten; ze staat op dit moment elke dag bij het vallen van de avond helder te stralen in het zuiden zo rond 18.00 uur.

 

Volgende maand op 21 december start de Steenboktijd met de winterzonnewende en de start van de Twaalf Heilige Nachten, onze jaarlijkse meditatieve periode.

Het zal een bijzondere tijd worden die ons zicht zal openen op de tijden die voor ons liggen.

We hebben enkele door de droogte van de afgelopen jaren gestorven sparren die naast het huis staan moeten omleggen waardoor een groot gat is vrijgekomen waardoor de stralen van het licht van de opkomende zon en maan voor het eerst rechtstreeks op onze kapel vallen.

Lieve groeten van Huguette en Willem vanuit Huize Poustinia.

 

24 november 2021 

 

©          Willem Versteeg

Op zoek naar fouten in het levensweb met de Boogschutter

Gepubliceerd op 21 november 2020 door Willem

 

Als de zon vandaag op 21 november rond 16.48 uur ondergaat heeft ze precies 8 en een half uur aan de hemel gestaan.

Enkele uren later als de avond reeds gevallen is, zo rond 21.46 uur, zal ze het teken van de Boogschutter binnen gaan waarmee de laatste cyclus aanvangt die maakt dat we zullen  spreken over de donkere dagen voor Kerstmis.

Op 21 december zal de zon nog maar 7 uur en 56 minuten aan de hemel staan.

Dit tegenover de 16 uur en 31 minuten op de 21 juni van dit jaar.

Aan het begin van de zomer staat ze meer dan twee maal zo lang aan de hemel.

Nu trekt ze slechts een magere lage boog langs de hemel, net boven de bomen in de verte uitkomend. Stralen uitzendend die zo schuin het aardoppervlak raken dat daardoor de warmte van haar over een veel groter gebied verspreid wordt waardoor ze haar warmte snel verliest voor ons.

Het enige voordeel van haar lage stand is dat het licht diep in de huizen doordringt en bijzonder lange, contrastrijke schaduwen werpt op.

Dit is de tijd van het jaar dat het kosmische decor ons een toneel toont waarbij het licht terugtreedt. Zo sterk terugtreedt dat oude volkeren uit ver vervlogen tijden rituelen hielden en de zonnegod smeekten om vooral toch weer terug te keren.

Oude volkeren die, sterker dan wij vandaag de dag, beseften dat het leven zonder zon een onmogelijkheid was.

We gaan enkele maanden tegemoet waarin we met zijn allen weer uitdrukking zullen geven aan onze hunkering naar het licht, naar licht, naar lichtheid, naar verlichting.

Doorgaans doen we dat vanaf 21 december maar de laatste tijd alsmaar vroeger.

Het heeft er alle schijn van dat onze behoefte steeds sterker wordt. Onze behoefte naar wat dan precies?

Lees verder »

Een ernstig gesprek met Sinterklaas over de aard van december

Gepubliceerd op 1 december 2019 door Willem

Onaangekondigd, want Hij klopt nooit aan deuren, kreeg ik vannacht bezoek van Sinterklaas. De Oude zag er oud uit, moe en ietwat verdrietig.

Althans dat was toch mijn indruk. Nu moet je natuurlijk wel oppassen met zo’n oordeel want het was tenslotte een verschijning, dacht ik. 

Maar hij was gedecideerd: “Ik ben het echt! De maan schijnt, ik niet!”

Mijn droom-ik schrok wakker en deed mij denken: “Ik droom, nee hij droomt”, en probeerde mij te wekken. Zeer verwarrend allemaal. Ik kwam er niet uit.

“Wordt nou eens wakker”, riep de Oude.

En prompt zat ik naast mijn bed, keek om, zag mijn lichaam in bed liggen, keek naar de Oude die toekeek en wachtte en ik merkte dat het lijf in bed overeind kwam en langzaam in mezelf gleed zodat we weer één waren en de Oude glimlachte.

“Ja, je wordt ook wat ouder hè, normaal gaat dat wat sneller en word je geacht dat niet te merken.

“Mag ik vragen wat U komt doen?”, vroeg ik.

“Ik ben op zoek naar een spreekbuis. Iemand die aanvoelt waar ik mee zit en dat kan verwoorden voor een wat groter publiek, dat wil zeggen een publiek dat nog wil luisteren.

Een publiek dat nog bereid is te geloven in.”

“Te geloven in wat of wie?”

“In waar ik voor sta! 

Wat denk je, heb je even. Heb je iets om op te schrijven of denk je het te kunnen onthouden. We hebben geen tijd te verliezen!”

We zijn naar beneden gestrompeld, zijn bij de kachel gaan zitten en hij is beginnen te vertellen en dit is wat ik me ervan herinner:

Lees verder »

Wat de Boogschutter en spelt met elkaar te maken hebben in december.

Gepubliceerd op 1 december 2018 door Willem

Wat de Boogschutter en spelt met elkaar gemeen hebben in december.

 

We zijn aanbeland bij de tiende (deca) maand van het jaar volgens de oude kalender die het jaar liet beginnen in de maand maart.

De huidige kalender is voortgekomen uit vele voorgangers die allemaal weer wat anders georiënteerd waren. Afhankelijk van de heersende cultuur en het heersende wetenschappelijke inzicht heeft onze kalender heel wat hervormingen doorgemaakt.

Al deze hervormingen hebben er niet bepaald toe bijgedragen dat we de verbinding van de kalender met het natuurgebeuren daarin duidelijk weerspiegeld terugvinden.

Die tijd is voorbij terwijl kalenders van oorsprong toch bedoeld waren om het tijdsverloop in kaart te brengen. Een tijdsverloop dat door de natuur bepaald werd.

Ik kijk uit door mijn raam over een veld waarin spelt is gezaaid. De groene sprietjes staan, met honderdduizenden bijeen, zo’n tien centimeter hoog, te wuiven in de wind en zullen de komende maanden nauwelijks nog langer worden want ze wachten op de terugkeer van de warmte om straks de hemel te bestormen in hun drang de zon te kussen opdat zij de korrels kan laten rijpen die later in augustus, begin september geoogst zullen worden.

In de herfst, precies op het juiste moment, werden de korrels van de vorige oogst, gezaaid en de uitgelopen zaden die voor mijn deur staan te zwaaien, zullen daardoor precies op tijd hun cyclus kunnen voltooien.

Omdat de boer precies weet wanneer hij moet zaaien.

Duizenden jaren geleden, zonder kalenders was dat iets ingewikkelder. Zaaide de boer te laat of te vroeg dan had heel het dorp een jaar later een groot probleem.

De natuur heeft haar eigen wetmatigheden, haar eigen regels en rituelen en de mens is en blijft hiervan afhankelijk.

Spelt wordt in onze contreien gezaaid op het moment dat de zon als maar lager aan de hemel komt te staan en nog juist voldoende kracht heeft om het zaad, samen met voldoende water, te laten ontkiemen. Vervolgens spurt de kiem naar buiten, wordt snel groen door de fotosynthese, laat haar “zonnepanelen” nog even uitgroeien zolang het kan en komt dan in een toestand terecht dat het niet langer groeit, maar haar essentie terugtrekt in het wortelgebied en mee “ten onder gaat”, vaak onder een dik sneeuwtapijt. 

Lees verder »

Meld je aan met je E-mailadres en blijf automatisch op de hoogte van ons nieuws: