Het contract met de wasbeer

Gepubliceerd op 20 juni 2022 door Willem

Aan de achterzijde van ons huis, Poustinia, daar waar de nieuwste kamers zijn voor de gasten, zit boven op een oude Ardeense muur, onder de dakgoot een nest met wasberen.

Al weken horen we veel kabaal daar bij de aansluiting van die muur daar waar ze aan de kapel grenst, daar heeft moeder wasbeer van een gat in de muur (je weet wel zo’n klus die maar blijft liggen, “moet ik nog eens doen”) gebruik gemaakt, om onder het dak op die muur te klauteren en haar nest te maken.

Ik heb een wildcamera gekocht en enkele weken geleden verscheen zij voor het eerst voor de camera. Toen wisten we het zeker dat zij het was die ’s nachts al het kattenvoer oppeuzelt.

Maar ze was niet alleen.

Een steenmarter kwam voorbij, afgewisseld door een vos en een kat van de buren en allemaal “mee-eten” natuurlijk.

Het was nog een heel gedoe om tot goede afspraken te komen.

Uiteindelijk hebben we het volgende compromis gevonden.

De wasbeer heeft zijn eigen drinkbak, een heel grote waar hij zelf makkelijk middenin kan gaan zitten. Doet hij graag. En een eigen voederbak met kattenvoer achter het huis.

De poezen hebben naast het huis aan de tuinzijde hun eigen voorziening. 

En dat werkt prima want nu laat de wasbeer de bloempotten met rust die hij telkens omgooide en leeggroef op zoek naar insecten. Mieren, pissebedden en ander klein grut.

De vrede is getekend en de afspraak die we hebben gemaakt is de volgende:

Hij mag hier blijven wonen tot zijn jongen zo groot zijn dat het nest verlaten wordt.

Dat zal op een bepaald moment gebeuren en dan gaat een wasbeer normaal gesproken met de kleine pubs op stap op zoek naar een andere schuilplaats ergens buiten.

Zo lang duurt het huurcontract; dus is het wachten op het moment dat we de kleine pubs zien rondscharrelen op camera.

Want dat is het moment dat ik de oorzaak kan aanpakken.

Dat gat dicht maken en het dier verder geen enkele gelegenheid meer bieden hier illegaal onderdak af te dwingen. Hij moet het dan doen met de voorhanden natuur.

Ook al hoort hij daar ook niet, want het is een asielzoeker, achtergelaten door Amerikanen na de 2e Wereldoorlog ( de racoon was hun mascottedier ) en door pelshandelaren die de beesten hier hadden ingevoerd om hun pelsen. Verschillende ontsnapte exemplaren hebben ervoor gezorgd dat de wasbeer nu een roofdier is dat ook in de Ardennen vaste voet begint te krijgen.

Als het aan de gemeente ligt, wordt hij vernietigt. Maar deze politiek ligt me niet.

Ik zoek liever de oorzaak aan te pakken.

En voor zover mijn invloed gaat is het enige dat ik kan doen haar geen gelegenheid meer geven om zich te vestigen.

De last die zij veroorzaakt heb ik mezelf op de hals gehaald door dat gat een gat te laten.

Als dat dicht is, zal zij andere plaatsen zoeken.

Ergens in de natuur hopelijk. Ook al is zij een z.g. invasieve soort, het voelt niet goed om haar om te brengen.

Maar ik moet er beslist geen huisdier van gaan maken.

Vandaar ons contract.

En wel; deze ochtend maak ik de camera open en bekijk de beelden en zie de afbeelding:

 

 

Moeder en dochter ? Moeder en zoon? Geen idee. Maar het is er maar één!

Dat had ik niet gedacht.

Ik kijk het nog een paar dagen aan en dan gaat het gat dicht. En is het gedaan met de voorstelling. Einde contract.

Het is nodig een stevig standpunt in te nemen want de andere stem poogt ruimte te krijgen. De stem die verleidt. Zo’n lief koppeltje, daar kunnen we toch wel even van genieten. Enzovoorts….

Moederschap en vaderschap. Twee polen die beiden vragen om aandacht. Om geleefd te worden.

Een typisch archetypisch thema dat de Ouden verbonden met de oerbeelden van Kreeft en Steenbok.

En in het zonnejaar hun plaats hebben rond de oude feesten die horen bij de zomerzonnewende en de winterzonnewende.

De twee kruispuntfeesten van het jaar.

Twee archetypische krachten die ons in contact brengen met twee thema’s die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. 

Ruimte geven aan en begrenzen.

Openen en afsluiten. 

Moederschap en vaderschap; liefst tegelijk.

Omdat het twee polen zijn van één principe. 

De zorg voor nieuw leven.

Onze grootste opdracht. Of we dat nu tot uitdrukking brengen in de vorm van de opvoeding van onze eigen kinderen of dat dat onze houding bepaalt in de zorg voor onze geesteskinderen. Of de wijze waarop we ons verhouden als tuinier in onze zorg voor onze tuin.

Of onze grondhouding in de wijze waarop we de ander hulp verlenen.

Als je de beide krachten acht verandert je grondhouding compleet.

Lief zijn voor is dan soms ook de ander duidelijk maken waar voor jou de grens ligt.

De ruimte die de ander eist voor zijn ogen sluiten.

Laten zien dat nee evenveel achting vereist als ja.

Aan het begin van de lente laat de kosmos zien wat geboorte vermag als kracht binnen de schepping. Reden voor een feestje. Voor de één heet dat dan Beltane, voor de ander Pasen.

Aan het begin van de herfst laat de kosmos zien wat dood vermag als kracht binnen de schepping.

Reden voor een feestje? Ik dacht het niet.

We hebben ons losgemaakt en doen liever onze goesting heet dat in Vlaanderen. Of onze eigen zin in Holland.

Het verband is gelost. En waar verbanden gelost zijn, dringt de infectie binnen. En gaat er iets mis. Om ons te tonen dat het verband gelost is.

Het verband eenmaal hersteld, toont ons de twee die van nature verbonden zijn en door ons verbonden beleefd en geleefd kunnen worden. Zodat daaruit een derde ontstaat. 

Iets geheel nieuws. Nooit eerder vertoond!

Geboorte en dood kunnen verbonden worden als we de moeder en de vaderkracht evenwaardig in ons laten werken. Want het zijn die twee krachten die samen zorg dragen voor dat nieuwe leven.

De natuur geeft ons geboorte en dood met de lente en de herfst.

De zomer en de winter herinnert ons er aan dat we de Kreeft, moederschap en de Steenbok, vaderschap samen in ons moeten laten werken zodat we vandaar weten hoe we met geboorte en dood moeten omgaan.

Als we deze vier in het juiste verband leggen, in een kruis; een gelijkarmig kruis, dan zijn wij het die, de twee verbonden houdend in het midden, als vijfde element dit kruis kunnen laten bewegen in de richting die het wil. 

Zoals een klein kind aan het strand dat van nature leert, wanneer het zittend aan de waterkant, met zijn schepje en emmertje, speelt met water en zand, terwijl de wind om hem heen waait en de zon zijn bolletje verwarmt.

Of als hij wat groter is, samen met zijn vader zijn eerste vlieger op laat.

Thuis heeft hij van zijn vader twee bamboestokken gekregen die hij nauwkeurig bijeenbindt met touw in de vorm van een kruis. Zijn moeder heeft van wat restjes zijde een lap gemaakt van vier kleuren, die over het raamwerk, de ruit, getrokken worden en vastgemaakt.

Met zijn vader en zijn moeder gaat hij naar het strand. Legt de vlieger in het zand. Brengt de staart met vele gekleurde linten aan. Bevestigt het vliegertouw aan de vlieger. Maakt de lijn van vliegertouw vast aan de vlieger en aan de houten klos die straks in zijn hand ligt.

Zijn vader tilt de vlieger op. Zelf loopt hij weg van zijn vader met de lijn in zijn handen die zich langzaam afrolt van de klos.

Dan draait hij zich om en als de wind goed staat, gooit zijn vader de vlieger een klein stukje de lucht in en dan….

Zal hij leren dat de kunst van het vliegeren erin bestaat het evenwicht te vinden tussen:

Ruimte geven aan het touw en op tijd het touw vastpakken en vastzetten.

Ruimte geven aan de vlieger en op het juiste moment de vlieger stil te zetten. 

Zodat de wind juist daardoor de vlieger brengt waar hij moet zijn.

Dit vinden van dat juiste evenwicht, zoeken en vinden wat de lucht, de geest, wil met de vlieger, dit wonderlijke gebeuren daar is een woord voor.

In het vliegeren leer je wat vieren betekent.

Leer je wat ruimte geven aan en begrenzen doen met de geboorte en dood.

Waar vieren en leven bij-één komen.

 

 

© Willem Versteeg

20 juni 2022

 

Willems blog over de kosmische verbanden

Huize Poustinia

 

What’s in a name – waar de Geest het element “lucht” beroert.

Gepubliceerd op 25 mei 2022 door Willem

Heb je ook ergens een voorwerp in huis dat je een naam hebt gegeven? Je stofzuiger, je wasmachine, je gitaar?
Niet alles krijgt een naam van je. Maar sommigen dingen wel degelijk.
Heb je je wel eens afgevraagd waarom je dat doet?
Moet je eens doen.
Je zult dan ontdekken dat je gehoor geeft aan een bepaalde neiging.
Maar voor ik verder ga, laat ik eerst even stil staan bij wat ik zojuist heb geschreven.
Moet je ook eens vaker doen.
Om te ontdekken dat we nauwelijks stil staan bij wat we zeggen. Deden we dat wel dan zouden we veel vaker merken, dat de taal, middels de woorden die we gebruiken, ons veel meer vertelt dan we denken te zeggen met dezelfde woorden.

“Je zult dan ontdekken dat je gehoor geeft aan een bepaalde neiging

Drie essentiële woorden komen hier in één zin bijeen.

1
Ontdekken verwijst naar het feit dat er iets afgedekt is dat zich maar toont wanneer er moeite gedaan wordt om het te vinden als je de bereidheid hebt om te zoeken.
Deze bewuste zin van hierboven kwam na de opmerking: “Moet je eens doen”
Dat verwijst weer naar “je eens afvragen waarom je dat doet”
Je eens afvragen waarom je dat doet. Hierin toont zich de bereidheid om te zoeken.
Dit is de grondhouding die we nodig hebben om het leven en vooral ons zelf beter te leren kennen.
De wens om te zoeken doet uiteindelijk vinden. Vinden doet ontdekken en toont dus wat er al lang was, maar niet gezien werd.

2
Mooi, het tweede woord uit die zin: “dat je gehoor geeft aan”.
Deze is wat moeilijker omdat er twee elementen in verstopt zitten.
We gebruiken hier en zoals je weet veelvuldig in onze taal, een uitdrukking, een beeld waarmee we iets omschrijven.
Gehoor geven aan betekent zoveel als: je antwoordt, je reageert.
Maar in de uitdrukking is plaats gemaakt voor een lichaamsdeel, het oor, en haar functie, het horen. En dat beeld maakt nu net dat er aan het antwoord geven aan, aan het reageren  op, iets vooraf gaat. Namelijk het horen.

En horen staat en valt bij luisteren. In die zin dat horen meer bij het oor hoort en luisteren dichter bij jou staat. Terwijl luisteren als werkwoord dan weer een dubbele betekenis heeft. Die van luisteren waarbij horen essentieel is en luisteren in de betekenis van gehoorzamen. En ja daar zit dat oor weer in.
Zie je hoe alles met alles samenhangt.
Wel als je dus goed luistert wat hoor je dan in die zin.
“Je zult dan ontdekken dat je gehoor geeft aan een bepaalde neiging”

3
En nu staan we stil bij het derde element van de zin.

Dat er een neiging is waaraan je gehoor geeft.
Er gebeuren dus minstens twee zaken.
In jou is er iemand die blijkbaar kan luisteren en horen en er is iemand die kan reageren op een neiging.
De luisteraar in jou ontdekt dus dat er neigingen zijn in jou.
En hij ontdekt dat er iemand in jou is die bepaalt of je op die neiging reageert.
Veel woorden om stil te staan bij deze drie zinnen:

Heb je je wel eens afgevraagd waarom je dat doet? (Voorwerpen een naam geven)
Moet je eens doen.
Je zult dan ontdekken dat je gehoor geeft aan een bepaalde neiging.

Voor mij is dat een eenvoudige oefening, een meditatiemoment om, in dit geval middels het stil staan bij de betekenis van taal, te onderzoeken, hoe ik in het leven sta.
Of anders gezegd; hoe ik geneigd ben mijn neigingen mijn leven te laten sturen.

Want dat is voor mij de grootste ontdekking.

De neiging om de dingen een naam te geven dat noem ik een archetypische kracht die iedereen bezit. De Ouden hadden zelfs een naam voor dit menselijk vermogen.
Zij noemden dit de “Tweelingen”.
En zij koppelden dit aan een sterrenconfiguratie aan de hemel; op hun manier uitdrukking gevend aan hun idee dat dit vermogen aan ons geschonken was en werd door de Goden.
In de Griekse mythologie vind je talloze verhalen waarin sprake is van de God Mercurius die de belichaming is van dit vermogen.

Of weer anders uitgedrukt; de Geest die in de mens werkzaam is drukt zich, wanneer hij middels het beeld van de Tweelingen in de mens tot werkzaamheid komt, uit in de taal.

Wat poogt de Geest in de mens, wanneer hij zich hult in een Tweelingen jasje, te bewerkstelligen.

Hij toont ons dat twee elementen, die op het eerste gezicht zich verhouden als een paar tegenstellingen, dat deze twee door de kracht van een derde, de Geest, zich met elkaar kunnen verbinden op een dusdanige wijze dat de twee zich niet langer ervaren als tegengestelden, maar elkaar kunnen gaan ervaren als tegendelen die elkaar aanvullen en samen iets nieuws kunnen creëren, als zij samen deze Geest in zich willen laten werken.

Het is de Geest, vermomd als een neiging tot – het geven van namen – het willen vertellen – het willen praten over – het willen contact leggen middels taal – kortom het is de Geest die ons in contact brengt met het archetypische begrip communicatie.
Communicatie in al haar vormen.
Als woordkunstenaar middels taal.
Als versierder op de kermis in het voorjaar.
Als de bloem en de bij.

De Geest wil zijn stempel drukken op bv. deze twee:
een wit vel papier en een klein potje zwarte inkt en een ganzenveer.
Hij stuurt de hand die de letters op het papier aanbrengt en daarvoor de veer hanteert.
Het is aan jou of dit schrijven een opruiend politiek pamflet wordt of een liefdesgedicht.
Een giftige tweet of een verwoording van een geweldig idee dat je door Hem gegeven werd.

Het maakt in wezen niet uit wat je samen met Hem doet. Als je Hem in jou laat werken wordt je tot zijn dienaar en leert hij je van alles.
Hij is de belichaming van de derde kracht die tot doel heeft de twee met elkaar te verbinden opdat de derde zich kan manifesteren.
Dat kan Hij niet alleen, daarvoor heeft Hij jou nodig. De twee die in jou zetelen in de twee helften van je mens zijn. Je man en vrouw zijn. Je twee hersenhelften.
In innige samenwerking.
Hij kenmerkt zich middels het resultaat. Verbinding door communicatie.

Mocht het resultaat van je schrijven, je praten, je pamfletten, je communiceren tweedracht zijn, weet dan dat een andere geest je neiging heeft weten te gebruiken.

Eerlijk zelfonderzoek middels de vraag van hierboven:
“Heb je je wel eens afgevraagd waarom je dat doet?
Moet je eens doen.
Je zult dan ontdekken dat je gehoor geeft aan een bepaalde neiging.”
zal je op het spoor zetten van die andere “geesten” in jou.

Er is veel in ons dat aandacht vraagt, dat zich wil uiten, dat gehoord wil worden, bijna altijd zaken die door ons of onze opvoeders aan de kant geschoven werden als “niet in orde” – “niet op zijn plek” -“dat hoort hier niet” enz.
Maar ondanks alles, willen al deze aspecten, dat ze door jou serieus genomen worden en een plek in “jouw” geheel mogen krijgen. Dat ze zo door jou geheeld worden.
Dit werken aan “heelwording” krijgt volop kansen als het motief start vanuit de Geest, met andere woorden, als je in eerlijke communicatie met ze wilt gaan.
Zodat ze gehoord worden door jou. Zodat ze zich gehoord voelen door jou.
En wanneer ze eenmaal zich gehoord weten, laten ze minder negatief van zich horen. Maken ze minder van hun oren.
Sterker nog, hoor je, dat ze, deze afgescheiden aspecten van ons mens-zijn, onze zogenaamde complexen, onze zogenaamde (vaak door anderen zo genoemd en daardoor ook door ons zelf zo genoemd) ongezonde neigingen,
zelf best wel een idee hebben op welke plek in het geheel in jou, zij zich het meeste thuis voelen.

Als het maar niet meer in de kelder is of op zolder. Maar daar waar de zon schijnt, waar de Geest aanwezig is. Waar het echte leven gestalte krijgt met alles erop en eraan.
Waar er geluisterd wordt naar. Waar gehoord wordt.
En waar vervolgens met het gehoorde aan de slag gegaan wordt.
Daar gaat deze Tweelingen kracht voor, wanneer hij of zij zich uitdrukt in het element lucht.
Als de Geest de lucht in beweging brengt, in trilling, dan wordt zij tot klank en kleurt zij alles om zich heen.
Of dit nu de lucht zelf is die de vlinders naar de bloemen voert of de in trilling gebrachte lucht die wordt tot taal.
Zoals de natuur in een wilde tuin, zoals hier rondom het huis, elke dag opnieuw in deze tijd van het jaar toont. De tijd van het jaar dat alles in de natuur en de mens draait om communicatie met. De Tweelingen tijd.
De tijd waarin we elkaar vertellen wat ons roert en beroert.

Geniet ervan.

 

©        Willem Versteeg

25 mei 2022.

 

Een nieuwe feestdag – Earth’s Day

Gepubliceerd op 22 april 2022 door Willem

Rond de 21e april schuift de zon het beeld binnen van de Stier.

Symbolische taal om aan te geven dat er weer een iets andere sfeer in de lucht hangt gedurende deze tijd.

Volkeren van alle tijden hebben dit gemerkt en pogingen gedaan deze ervaring op één of andere wijze “vast te leggen” in vieringen, in feesten in rituelen.

Men besefte maar al te goed dat hun leven op alle mogelijke wijzen niet enkel verbonden was met “het grotere daar buiten en daar boven”, maar dat het leven in zijn totaliteit volledig aangestuurd werd door grotere krachten die hen ver te boven gingen.

Leven, zoals alle culturen over heel de planeet beseften, was en bleef een groot mysterie, dat zich aan de mens vertoonde in haar polariteit via wat men de twee “poorten” noemde.

Het Leven kwam tot uitdrukking in talloze vormen middels wat men geboorte noemde. Doorbraak, ontluiking, openbaring, open barsten. Talloos zijn de woorden die werden gegeven aan dit proces dat zich in talloze vormen aan de mens toont.

Afhankelijk waar dit Leven zich in manifesteerde; mineraal, plant, dier of mens, volgde de openbaring haar eigen proces en tijdspanne, beïnvloed door talrijke omstandigheden die als een lotservaring werden ervaren.

Om uiteindelijk te belanden bij de tweede “poort”, die van de dood die op zijn beurt ook in talloze vormen zich aandiende en evenzo vele namen ontving.

Van vergaan tot uiteenvallen, afsterven, transformeren, doodgaan.

Wat er achter de poort gebeurde bleef een groot mysterie en of het daar een vorm aannam evenmin.

Nog  altijd weten we niet wat er van te maken.

 

Deze “twee poorten”, geboorte en dood, verbinden twee momenten in het jaar met elkaar.

Deze polariteit drukt zich uit in de beelden Stier en Schorpioen.

Geplaatst rond de 21 van de maand april en de 21e van de maand oktober.

Volop lente tegenover volop herfst.

 

De Stier, een lentebeeld, dat verwijst naar het enorme vermogen van bv. runderen om enorme hoeveelheden gras om te zetten in verschillende andere vormen van eiwit die in de vorm van melk en vlees door de mens eeuwen lang gebruikt zijn. Dieren die zich hebben gegeven en opgeofferd aan de mensheid ter wille van hun ontwikkeling. 

De Schorpioen, een herfstbeeld, als symbool van de macht van de dood. De macht die rust in de duisternis en vroeg of laat zijn hol uitkomt en toeslaat.

In vroeger tijden werd het beeld van de Schorpioen ook gekoppeld aan het beeld van de Adelaar die, zijn nesten bouwend tussen grote hopen afval, restanten van gedode prooien, een positie bekleed in het luchtruim waar hij alleen heerser is. Van grote hoogte, alles overziend, met ogen die ongekende mogelijkheden bezitten, staat hij symbool voor het vermogen je te verheffen en een “helikoptervisie” te ontwikkelen die maakt dat alles in een veel grootser verband aanschouwd kan worden. 

Beide dieren hebben ons op deze wijze door de eeuwen geholpen anders naar de twee poorten te schouwen.

De Stier als archetypisch beeld toont ons dat schepping en creativiteit het resultaat zijn van eindeloos vormen blijven transformeren totdat de diepere kwaliteiten, de hogere aspecten die er in verborgen liggen zich tonen.

De Schorpioen als archetypisch beeld toont ons dat sterven aan, ruimte maken voor, een noodzakelijke voorwaarde is voor het laten ontstaan of het vinden van iets nieuws.

Zo gezien zijn schepping en transformatie tot elkaar veroordeeld in die zin dat ze de twee polen uitmaken van een magneet.
Ze trekken allebei heel sterk aan één kant iets naar zich toe, dat de andere kant wenst te ontwijken.
Totdat de mens die zich hiermee verbindt, ontdekt dat hij niet moet kiezen en vechten tegen, maar dat het Grotere Leven van hem vraagt dat hij ze bijeen brengt.
Dat hij werkt aan de uiteindelijke oplossing.
Een oplossing in de zin van een versmelting van deze z.g. tegenstellingen die hij zo maakt tot tegendelen.
Tegendelen die samen het derde verbindende element de ruimte geven zich te manifesteren.
Want enkel daardoor, door deze verbinding, kan het Leven zelf doorheen de artiest die dit welhaast alchemistische werk volbrengt, zich in de wereld tonen.

Want dit is wellicht wat het Licht, het Leven wil, wellen.

Opborrelen, openbaren, groeien, uitlopen, zich manifesteren.

Typisch iets wat de lente ons middels de Stier toont.

Feestdagen, rituelen en vieringen overal op de wereld, behorend bij welke cultuur dan ook, zullen deze dubbele dynamiek in haar diepste wezen tot uitdrukking willen brengen.

En zo zoekt het Grote Leven ons elke maand te tonen welke aspecten zij in zich draagt en het is aan ons daar uitdrukking aan te geven als mede-schepper.

Eén van die vele uitdrukkingsvormen is bv. de Dag van de Aarde.

Deze dag die in de lente van 1970 ter doop gehouden werd, luidde de komst in van de wereldwijde beweging die ons bewust wilde maken van onze verbinding met Moeder Aarde.

Hoe kan het ook anders. Zij wordt gevierd op 22 april.
Is dus bij uitstek een feest waarin de Stier en Schorpioen idealen sterk tot uitdrukking komen.

Er is op internet veel te vinden omtrent deze feestdag, zoals bv, 

www.dagvandeaarde.nl en heel veel meer. 

Zoals: www.earthday.org

Enzovoorts.

Kijk maar eens rond.

 

Vele groeten uit Poustinia,

 

We zijn volop bezig onze nieuwe koers uit te werken, want ook voor ons geldt dat veel van het oude zal moeten plaats maken voor iets nieuws.

Gun ons nog wat tijd, we melden ons wanneer één en ander duidelijke vorm begint aan te nemen.

 

©         Willem Versteeg

22 april 2022

De Lente-evening in een Oosters jasje

Gepubliceerd op 21 maart 2022 door Willem

Voor miljoenen mensen in landen in Centraal Azië, India, Turkije, Armenië, maar ook in Bosnië-Herzegovina, is de 20e maart een belangrijke, zo niet de belangrijkste feestdag van het jaar. Vaak ook wordt de dag op de 21e maart gevierd.

In 2010 heeft zelfs de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties deze dag erkend als de Internationale Dag van Noroez en beschreven als een lentefeest van Perzische oorsprong.
Noroez (er zijn vele andere schrijfwijzen van deze naam) dateert van lang voor de komst van de islam. Men viert dan de terugkeer van het licht, van de zon en het begin van een nieuw jaar. Het moment dat de duisternis werd overwonnen door het licht.

Tijd ook om stil te staan bij hen die zijn heengegaan. Het is feest van verzoening en van loutering. En de vele volkeren die dit feest door de eeuwen hebben gevierd hebben zo hun eigen typische rituelen ontwikkeld.

Google maar eens op de begrippen Haft Sin en je krijgt een goed beeld van deze rituelen en de bijzondere vorm waarin deze gestalte krijgen.

Denkend aan wat er op dit moment vlak bij huis in Oost Europa gebeurt, gebeurtenissen die verder reiken dan we ons kunnen voorstellen, heeft het niet veel zin om te filosoferen over oorzaken, verbanden of wat ook.

Dit overstijgt ons. Dit is alles zoveel groter, dat het ons dwingt ons te keren tot datgene dat ons allen overstijgt.

Onze verbinding met dat grotere, het kosmische dat ons laat leven en ons telkens voor de keuze stelt.

Want wat ons gebeurt daar hebben we geen keuze in, ons ingebed wetend in een zo veel groter geheel van krachten.

Waar we wel invloed op hebben is de manier waarop we reageren.

Eén van de wijzen waarop we kunnen reageren is tonen dat we ons blijvend wensen te verbinden met dat grotere middels rituelen die tot ons culturele erfgoed behoren.

Onze eigen cultuur hier in het westen heeft voor deze tijd wat minder te bieden, maar we zijn niet alleen. 

Vandaar dat ik je wil vragen om eens een kijkje te nemen bij de “Buren” en hoe zij het Haft-Sin ritueel vormgeven.

Opdat we de banden die ons verbinden weer wat sterker aanhalen.

Kijk eens op:

 

 

De Vissen het carnaval

Gepubliceerd op 20 februari 2022 door Willem

 

Hoe laat is het?

Zelden vragen we ons af hoe vroeg het is.

Trouwens als je je dat af-vroeg ben je al te laat met vragen.

Want wie te laat is, is af. Vroeg-af. Te laat!

De tijd als dictator. Als een klok, die ook slaat. Als staal.

Koud en hard dicteert hij of is het een zij, het uur.

En vormt uur om tot duur, het stuurt. Van uur tot uur.

Zo beleven en kennen wij de tijd. 

Ver-lopend langs een keurig lijntje, lineair, maar rond op de klok.

Op de wijzerplaat van de oude klokken wordt deze paradox in beeld gebracht.

Lineair verlopende tijd gevangen in een cyclus.

 

 

Chronos en Kairos.

Ook de Grieken keken al op meerdere wijzen naar de tijd.

Chronos symboliseert de tijd, het verloop van de tijd.

Terwijl Zeus jongste zoon Kairos staat voor de kwaliteit, het ge-schikt-e moment.

Chronos toont ons het verloop van de tijd volgens een strak schema.

Kairos laat ons zien welke kwaliteit de tijd heeft op dat moment. Wat er als het ware “in de lucht hangt”.

Hou het maar eens in de gaten. Als je woorden tegen komt waarin “(t)eit” staat dan speelt Kairos daar een rol. Woorden met “tijd” erin komen van Chronos.

We leven met Chronos en Kairos leeft ons.

Chronos stuurt ons leven met de tijd en Kairos poogt ons de kwaliteit van de tijd te laten ervaren.

Maar het is zo jammer dat als we naar de klok kijken, we ons enkel nog bezig houden met Chronos.

We hebben de oude klokken zelfs vervangen door digitale exemplaren die exemplarisch zijn voor dit gegeven, aangezien, ja hun aangezicht toont ons slechts cijfers.

Maar ook als we kinderen leren klokkijken vertelt niemand ons nog dat de twaalf tekens rondom de klok symbool staan voor 12 verschillende kwaliteiten; dat er in een dag 12 verschillende energieën in de lucht hangen.

Het waren vooral de Babyloniërs, heel lang geleden, die in het Tweestromenland, dat we nu kennen als Irak, vaststelden dat de zon ongeveer om de twee uur, telkens voor een ander sterrenbeeld aan de hemel stond. 

In één dag maakte de aarde als het ware een reis langs de 12 beelden van de zodiac, de dierenriem.

Maar ook in het groot, gedurende het zonnejaar, als de aarde een ronde om de zon had afgelegd, bleek dat er twaalf perioden waren dat de zon ’s morgens op kwam tegen een elke maand andere achtergrond.

Zo werden de 12 sterrenbeelden gekoppeld aan de twaalf perioden (maanden) van het jaar.

Ze stelden nog andere, grotere cycli vast, maar dat voert voor dit verhaal nu even te ver.

Strikt genomen komt het hier op neer dat alles wat leeft op deze aarde door verschillende cycli heengaat. En elke cyclus heeft een specifiek karakter. En het leven hier op aarde, in welke vorm dan ook, is in feite de uitdrukking in de vorm van het typische karakter van deze 12 oerbeelden, deze vormgevende krachten die in de schepping werkzaam zijn.

De innerlijke drijfkracht, de motor zogezegd, het motief, dat de vogel ervaart om te paren en te nestelen, om maar eens iets te noemen, valt samen met de sterke behoefte die mensen in het voorjaar ervaren om naar buiten te gaan, te feesten, de kermis op te gaan en zo uitdrukking te geven aan een kracht die de Ouden het archetype van de Tweelingen noemden.

Of kijk eens naar de oerkracht die maakt dat mensen samen de straat op gaan, alle persoonlijke verschillen aan de kant zetten en zich storten in een collectief gebeuren, als haringen (Vissen) in een ton, waarin men een haast oceanisch gevoel gewaar wordt. 

Het oer-carnaval, zo typisch voor deze komende tijd van het jaar. 

In de cyclus van het leven in een zonnejaar vinden we vier kwartieren; één van geboorte en opgroei, één van volwassenwording en rijping, één van ouderdom en delen van wijsheid en één van sterven en terugtrekking naar een andere wereld wachtend op een nieuwe geboorte in het volgende kwartier.

Alle levensvormen geven elk op hun eigen wijze uitdrukking aan dit proces.

We spreken dan ook over een ontwikkelingsproces.

Ook bij ons.

Zo laat de laatste periode van het zonnejaar, de fase van 20 februari tot 21 maart, die door de Ouden werd verbonden met het beeld van de Vissen, ons zien dat onze bestemming als individu, het doel van ons ontwikkelingsproces, ligt in het ons bewust worden van het grote, ons overstijgende collectief waar we deel van uit maken.

De persoonlijke ontwikkeling tot een individu, hetgeen betekent een onverdeeld persoon, dat hoort bij het beeld van de Leeuw, leert ons om ons ik-beeld te verbinden met wie we diep in ons hart “zijn”, hetgeen het volgende beeld van de Maagd ons leert.

Na de Maagd gaan we nog een lange weg die ons dan uiteindelijk leidt naar het tegenbeeld van de Maagd, de Vissen, dat ons toont dat ons individuele ontwikkelingsproces uiteindelijk tot doel heeft dat we een bewust levend wezen zijn dat zijn eigen plek inneemt binnen een groter geheel.

Een bewust geworden draad binnen het grotere levensweb.

In het woordje in-wij-ding ligt deze grote opdracht besloten.

We zijn “slechts” een ding in het grotere Wij.

We kunnen het hen niet meer vragen maar degenen die de oerbeelden van de dierenriem rangschikten, waren misschien de eersten die de psychologische ontwikkeling van de mens herkenden in de vormende krachten die zij in het natuurgebeuren ontdekten.

Vormende, Grote Krachten, Goden, die op Hun beurt ook weer uitdrukking waren en gaven aan dat ene beeld dat aan de schepping ten grondslag lag en Licht.

 

©         Willem Versteeg

20 februari 2022

Een van de vergeten feestdagen

Gepubliceerd op 2 februari 2022 door Willem

 

In eerdere verhalen die ik heb verteld heb ik eens stil gestaan bij de oorspronkelijke feestdagen. 

Althans bij die feestdagen die minder verbonden zijn met heersende culturele of godsdienstige stromingen, maar terug gaan naar een tijd dat de mens veel sterker verbonden met de hem omringende kosmos zijn verbondenheid met en afhankelijkheid van, in feesten tot uitdrukking bracht.
Want daarom feestte en vierde men al sedert mensenheugenis.
De relatie tussen zon, maan en aarde, waarvan al het leven op de planeet volledig afhankelijk was en is, gold als uitgangspunt.
Daaraan gekoppeld een oeroud fenomenologisch feit, de levendige ervaring van wat er zich zoal afspeelde in het leven van alledag; of eenvoudig gezegd – de kennis van wat er in de lucht hing.

De oeroude symbooltaal die zijn weerslag terugvindt in de beeldencyclus die tot ons gekomen is als de symboliek van de zodiac is in wezen een prachtige beeldentaal van alle opgeslagen kennis en wijsheid van alle eeuwen die de mensheid van vroeger heeft verzameld.
De beeldentaal van de zodiac gaat terug op het oerkruis dat vier heilige momenten in het zonnejaar markeert die ons de bijzondere relatie toont tussen de aarde en de zon.
Vier momenten worden gemarkeerd waarop de mens heeft ervaren dat er iets heel speciaal in de lucht hing.
Elke maand observeerde men dat de sfeer veranderde en zo ontstond een heel beeldenboek waarbinnen men een twaalftal heel eigen sferen herkende die elk hun eigen beeld en betekenis tot uitdrukking brachten en zo in evenzovele symbolen en rituelen werden gevat.

Laat ons eens focussen op één van de kwartieren van het zonnejaar.
Neem de wijzerplaat van de oude klok als uitgangspunt en richt je op de periode links onder, van zes uur tot negen uur. Dat kwartier van het zonnejaar.
Een periode waarin we zien dat de levensenergie vanaf zes uur, 21 december in het jaar, de opstijgende tendens aanvat. Op weg naar haar punt waarop ze als het ware haar kop boven de grond steekt, negen uur, 21 maart in het jaar, als je een denkbeeldige lijn trekt als horizon door de negen en de drie. Alles daarboven is dag, alles daaronder is nacht.

We zoomen in op dit kwartier en zien dan gedurende die periode dat de levenssfeer vooral gedomineerd wordt door drie beelden. Steenbok vanaf 21 december, Waterman, vanaf 20 januari en Vissen vanaf 21 februari.
Drie beelden die werken vanuit de drie elementen aarde, lucht en water.
Drie beelden die de levensenergie vanuit de diepte mobiliseren in de richting van de manifestatie die vanaf 21 maart gestalte gaat aannemen.

Wel in het midden van dat kwartier, in het midden van de winter, valt de datum 1 en 2 februari. Dat is hartje Waterman.
Vanwege het naijleffect in de atmosfeer is de winter hier qua temperatuur op zijn koudst.
Dit is op een andere wijze midwinter.

De mensheid heeft aangevoeld dat in deze periode, waarin drie elementen sterk op de voorgrond treden, hij zelf het element dat ontbreekt, of beter gezegd meer op de achtergrond in het verborgene speelt, naar buiten moet uitdragen om de vier bijeen te brengen. Dat is het element Vuur dat in deze fase “ontbreekt”.

Steenbok dat de Aarde als element binnenbrengt, Waterman met Lucht en Vissen met Water, roepen de mens op zich wezenlijk met het element Vuur te verbinden deze dagen.
En wat blijkt; aan dit oeridee hebben alle latere culturen op hun eigen wijze uitdrukking gegeven.

Hoe mooi is het dan niet dat ik vandaag van mijn schoondochter, die sterk verbonden is met de Waterman, een aantal foto’s krijg die tonen hoe ook zij met haar man, mijn zoon, hun dochter, mijn kleindochter Linde, inwijden in dit oeroude beeld opdat zij zo jong mogelijk deelachtig kan worden aan dit unieke principe.

De Kelten vierden rond dezer dagen Imbolc, de oude Ieren kennen deze dagen als het feest van de vuurgodin Brigid.
In katholieke huizen wordt hier en daar nog een licht naar buiten gedragen.
Men spreekt van Maria Lichtmis. 

Het licht dat met de Kerst geboren en ontstoken werd, mag, nee moet nu naar buiten, aan het werk gezet, om Pasen straks mogelijk te maken.

En wij als mensheid spelen daar een actieve rol in als we die rol willen herkennen en erkennen.
Door in het “putje van de winter” het licht naar buiten te brengen, wordt er ook van binnen diep in je zelf iets klaargezet dat bepalend wordt voor de komende cyclus.

 

 

De Watermankracht komt in beweging.

Vaak wordt gedacht dat het water van de Waterman uit zijn kruik stroomt voor de dorstigen. Dat het over water gaat. Maar het is een lucht-beeld hetgeen wil zeggen dat het hier ons denken betreft.

Maar we dienen het te verbinden met de diepere verborgen kracht van het vuur dat in dit kwartier van het jaar diep verborgen in de grond sluimert, wacht, om opgestuwd te worden, naar boven te komen en als een bron opgevangen wordt en uitgestort wordt in de vorm van geestkracht. Van geestelijk enthousiasme dat anderen inspireert en in beweging zet.

Want de drie beelden tonen dat het juist dit element is, het vuur, dat in dit jaar-kwartier “ontbreekt”.

Het is aan ons, de mensheid, deze kracht die sluimert in de Waterman, naar boven te werken, uit te drukken. Deze kracht van de verbeelding, de imaginatie die ons in het diepst verbindt met de geesteswereld, te tonen opdat een ieder herkent wat hier in werkzaam is. 

De Waterman is een lucht teken. Lucht is verbonden met het mentale aspect. 

Maar hier verbindt het mentale aspect, het denken binnen de mens zich met zijn diepst verborgen krachten.
De Waterman, als introvert teken, beleeft het denken als gericht zijnde naar binnen, naar de diepte, naar het onbekende, het nieuwe, de wereld van de inspiratie, de geest.
Daarin zit zijn concept van bevrijding.
Alles wat knelt omdat de vorm niet meer van vandaag is, moet aan de kant, hij effent de weg voor het nieuwe en is en wordt daardoor de revolutionair genoemd. 

Hij is ook de mensenverbinder, want als er iets is dat ons allen verbindt, dan is het wel het element lucht dat wij allen gebruiken en dat wij allen met elkaar delen. 

Maar opnieuw, naar binnen. De innerlijke kwaliteit van lucht komt hier naar boven. 

Dan zien we dat wanneer het vuur ontstoken wordt in de lucht zij geëlectrificeerd wordt. Geïnjecteerd met geestkracht waar de vonken van af vliegen als het ware.

Deze geest wil, moet en zal naar buiten treden. Desnoods als bliksem met donderend geraas soms.

 

 

2 februari 2022 of 2-2-2022 (veel tweeën)

 

© Willem Versteeg

Winterse overpeinzingen rondom verbeeldingskracht

Gepubliceerd op 24 januari 2022 door Willem

 

Natuurlijk was het mijn bedoeling om rond de 21e januari van de partij te zijn, maar je hebt niet alles in de hand.
Het is nog 14 dagen wachten op de nieuwe jaarlijkse impuls van zonnekracht die een ieder op zijn of haar verjaardag ten deel valt, zonnekracht die we nauwelijks zagen de afgelopen dagen en die mijn lijf juist nu goed kan gebruiken want het stelt momenteel niet veel voor.
Ik weet weer eens waar sinussen zitten en hoe dat voelt als ze vol zitten.
Dat doet me direct aan cosinussen en tangens denken maar die ik heb ik nog niet kunnen terugvinden in ons lijf.
De keel is ook niet bij de les, bronchiën liggen overhoop.
Het lijkt verdacht veel op een wintergriep en die geef ik maar de schuld van mijn laattijdigheid.
Het is geenszins een gehengel naar medeleven. Ik weet dat velen rond de 21e van de maand mijn blog verwachten en ik wil graag op tijd zijn; het is tenslotte aan het uitgroeien tot een soort ritueel.
En rituelen ontlenen hun kracht aan hun ritme en regelmaat.
De derde R verwijst naar reinheid in de betekenis van juiste afstemming op.
En zo komen de drie R-ren uit de oude opvoeding van mijn kindertijd even om de hoek kijken.
Eén van de vele driehoek-principes waarvan het leven vol zit, voor wie zoekt naar zin en betekenis.

Er hangt een lage zon aan de hemel die de velden voor mij doet zweten.
Het weer gedroeg zich vreemd, heel vreemd gedurende de afgelopen tijd.
Sedert ik hier woon volg ik het weer nauwgezet en mijn aandacht gaat in het bijzonder uit naar de periode van de Twaalf Heilige Nachten.
Ik volg dan de tendens die zich toont vanaf de Kerstnacht tot en met de 6e januari.
Het gaat niet om typische weerfenomenen in de zin van of er veel mist hangt of dat het regenachtig is.
Ik zoek naar een tendens zo in de trant van hoe beweegt de temperatuur zich gedurende die dagen. Als je die in een grafiek uitzet, welk soort lijn zie je dan. Een redelijk gelijklopende lijn? Of één met veel wisselende golven en grote uitschieters.
Je kunt die dan naast de gemiddelde temperatuursverwachting leggen die hoort bij de streek waarin je woont.

In vroegere tijden hanteerde men dit principe om een idee te krijgen hoe het weer voor het nakende jaar er uit zou zien.
In oude tijden kon men enkel voortgaan op de eigen waarnemingen en overgeleverde kennis uit verre tijden.
Er ligt een bijzonder principe aan ten grondslag.

In het begin van elk proces ligt in het klein als een soort opgerolde slang, de grondslag besloten van het zich in de toekomst ontvouwende proces.

Grondslag, besloten, ontvouwende, proces.
Vier woorden die je vooral als beeld voor je geestesoog moet laten werken.

Het heeft iets weg van het idee dat in het zaad van een boom, een eikel bijvoorbeeld, het complete plan schuil gaat van de volwassen boom.
De mens is in staat om met zijn verbeeldingskracht, daar is niets magisch aan, een beeld op te roepen van een volwassen eik terwijl hij een eikel in zijn hand houdt.
In het innige samenwerken van de vier oerelementen kan het zo zijn dat dat beeld in de tijd gestalte krijgt als alles “goed” gaat.
In het beeld dat je in jezelf gewaarwordt, valt de tijd weg. Daar is de eikel in je hand en als je je ogen sluit kun je het beeld van de volwassen boom als heel prominent aanwezig zien en voelen.
In de embryonale fase die we zelf in de baarmoeder van onze moeder hebben doorgemaakt verloopt een soortgelijk proces.
In potentie ligt alles daar in het gecombineerde DNA klaar voor een nieuw lichaam met al zijn typische eigen-aardig-heden.

Overal in de natuur vinden we dit beeld terug.
Het begin draagt de voorafschaduwing in zich van de toekomst.

We spreken daarom ook van ont-wikkel-ingen, ont-vouw-en, open-baren.
Als we daar ernstig bij stil staan zou dat betekenen dat de uitkomst ( het komt uit – zie je wel) van iets, meer bepaald wordt door de eerste idee dan dat er zich in het ontvouwende proces nog ruimte is voor verandering of aanpassing.
Heeft daarom het gezegde: “Weet waar je aan begint” soms zo veel betekenis?
Zou toekomst dan meer te maken hebben met de simpele manifestatie, het manifest worden van wat reeds was. En betekent “was” niet gewoon een groeiend “is”.
Het gaat dus om “is”.

Het eerste begin. De start van iets. Het idee dat binnenkomt.

Want laten we werkelijk oprecht bescheiden zijn.
Ideeën zijn nooit van ons zelf. Wij ontvangen iets en geven slechts door en spelen slechts een rol van betekenis in de manifestatie van het idee. Zoals de vier elementen in de natuur doen met de eikel.
Als ik een kind verwek doe ik in wezen niet veel anders dan de chromosomen die ik van mijn ouders kreeg, doorgeven aan een nieuw te vormen lichaam die een nieuw wezen omkleedt dat het idee had te incarneren.
Ik maak zelf niet veel.
Ik ben de getuige van een eeuwig proces van ontvangen en doorgeven.

Waar ik wel controle over heb is dat ik zelf kan bepalen aan welke gedachte of welk idee, ik aandacht geef. Welk idee ik , zogezegd, tot de “mijne” maak.
En die aandacht heeft dan betrekking op of ik bereid ben te onderzoeken waar het idee vandaan komt.
In de zin van het onderscheid te leren maken tussen welke ideeën werden er door mijn opvoeding of omgeving in mij geplant.
Me bewust te worden van de neiging ideeën een persoonlijke handtekening te geven.

De mannen die het verdrag van Versailles in 1919 in Parijs samen ondertekenden gaven uitdrukking aan een idee.
De Eerste Wereldoorlog beëindigen. Vrede sluiten.

Was het maar waar.

Hun grondmotief was voortgekomen uit een oordeel, een veroordeling, wraak speelde mee.
Maar het werd verkocht als een vredesvoorstel.
Het bleek, zoals de Duitsers het aanvoelden, tot een Dictaat.
En daardoor ontvouwden zich de langzaam zichtbare consequenties die uiteindelijk leidden tot de Tweede Wereldoorlog.

Ideeën dienen zich te verbinden met zuivere motieven.

Daarvoor heeft de mens de kracht en het vermogen van de Waterman-energie nodig.
Het vermogen van de verbeeldingskracht.
Wij liggen zelf aan de basis van wat we fantasie noemen. Daarmee kunnen we complete werelden creëren.
Verbeeldingskracht is echter iets heel anders.

Het is het te ontwikkelen vermogen in ons dat maakt dat zich een beeld ontvouwt voor ons geestesoog dat hoort bij de idee die ons geschonken wordt.

Een beeld dat zich ontvouwt voor ons.

Dat we niet zelf maken zoals bij de fantasie. Maar een ons geschonken beeld dat langzaam vorm krijgt en zich naarmate wij het omkleden met hoogstaande normen en gevoelens wanneer wij op zoek gaan naar de grotere verbanden waarvan het deel uit maakt, ons langzaamaan enthousiasmeert om deel uit te maken van de realisatie in de vorm met behulp van de vier elementen, een andere manier om te zeggen dat we mee willen werken aan de uiteindelijke vormgeving en uitdrukking ervan in de materie.

Dezelfde Waterman-energie die het mogelijk zal maken dat we de juiste beelden zullen vinden. Beelden die nodig zijn om de ideeën die een Nieuwe Tijd ons wenst aan te dragen uiteindelijk, wanneer eenmaal omarmd door meerderen, gebruikt zullen en kunnen worden als de blauwdruk voor de nieuwe plannen die wij zullen helpen ontvouwen.

Er ligt veel hoop en vertrouwen in de gedachte dat wij als mensheid ons verbonden kunnen voelen in de wetenschap dat we geen oplossingen hoeven aan te dragen voor welke problemen dan ook.
Er ligt een plan klaar voor ons allen. We werken er aan mee of niet.

We dragen stenen aan, niet voor het ontwerp, maar voor de bouw.

Geluk ligt besloten in het besef mee te kunnen werken aan iets groters dan jij zelf in het volste vertrouwen dat het er op één of ander moment zal staan.

En mijn geestesoog schuift enkele gordijnen opzij en doet mij zien naar het verleden waar honderden enthousiaste mensen rij aan rij samen werkten aan de bouw van een majestueuze kathedraal ergens in Europa.

Ze wisten dat ze nooit het eindresultaat zouden zien. Die belofte was er voor hun kinderen. Of hun kinderen…

 

 

©           Willem Versteeg

24 januari 2022.

PS

Even terug naar de weerobservatie van de Heilige Nachten.

In al die bijna veertig jaar hier wonend heb ik zelden zo een sterke tendens gezien die toont dat de temperatuur na enkele dagen met meer dan zes graden omhoogschiet, enkele dagen aanhoudt om geleidelijk weer terug te vallen tot normale proporties.

Als ik dat dan uitzet in een grafiek en die vervolgens interpreteer doordat ik hem afzet op het komende jaar als weersverwachting, dan ben ik eerder een beetje bang voor wat dat kan betekenen.

Krijgen we een voorjaar waar we de temperatuur plotsklaps op hol zien slaan tot onvermoede hoogtes uitlopend op een heel warme zomer die geleidelijk weer in haar patroon valt gedurende de komende herfst.
Of is hier iets anders op de achtergrond bezig, een groter plots oplaaiend vuur?

 

Midwinter roept ons op

Gepubliceerd op 21 december 2021 door Willem

De rijp ligt dik op de velden. Wit zover het oog rijkt.

In de verte, priemend door de nog altijd groene takken van de zilversparren, zie ik de zon opkomen die straks haar laagste boog aan de hemel zal trekken.
Rakelings over de toppen van het bos zal scheren, zo laag, haast de velden aanrakend, haar stralen diep de huizen laat binnendringen en zo helpt nog wat warmte binnen te brengen in deze koude, mistige dagen.
Maar vandaag laat zij de grondmist snel optrekken en heeft snel het rijk alleen.
Een strak blauwe lucht achterlatend waar zij geen enkele concurrentie duldt.
Zelfs de condensstrepen van enkele vliegtuigen die overtrekken hebben geen schijn van kans.

Midwinter, terwijl het midden van de winter nog zeker meer dan veertig dagen op zich laat wachten.

Een heilige tijd waarin de zon er nauwelijks in slaagt hogere banen te maken.
Zij blijft als het ware stationair gedurende drie dagen om pas weer vanaf Kerstmis een iets hogere baan aan de hemel te beschrijven. Een gegeven dat lang geleden aanleiding gaf om te geloven dat het licht dus toch echt weer terugkeerde.
Opstond uit het diepste dal. Een nieuwe geboorte?
Een zoveelste wending van de levensspiraal op weg naar ongekende verten en hoogten?

Maar laten we eens van perspectief veranderen. Een ander standpunt innemen.
Dan zien we iets anders.

De zon wordt niet opnieuw geboren. Zij leeft, al heel lang, werd ooit eens geboren en zal weer sterven, eens, in een majestueus spektakel dat wij nooit zullen meemaken.
Rondom “onze” zon leven werkelijk ontelbare andere zonnen, stierven reeds ontelbare familieleden en worden er nog elke dag nieuwe geboren in een spektakel waar we geen idee van hebben en waar we slechts een onmogelijk klein deel van meemaken.

We stellen niets voor in dat mysterie.
In een verre uithoek van een stelsel dat zichzelf identificeert als de Melkweg, draait rond een kleine ster een planetenstelsel waarvan ook wij deel uit maken.
Dit Melkwegstelsel suist door het heelal, alles en iedereen daarin aanwezig met zich meeslepend op een tocht naar….

Dit weten we omdat de weten-schap ons dat vertelt.
Maar we hebben er geen enkele eigen ervaring bij.
Wat wij ervaren toont een ander beeld. Vaak tegenovergesteld.

Wij zien een zon die nu laag aan de hemel staat en over een half jaar hoog aan de hemel.
Wij zien een maan in een maan-d tijd voorbijtrekken met een viertal gezichten die ze ons toont in banen aan de hemel die tegengesteld zijn aan die van de zon.
Als je in deze dagen de maan zoekt moet je haar wel heel hoog aan de hemel zoeken.

En wat we zien heeft geleid tot talloze verhalen die bevroren tot evenzovele mythen.
En in al deze verhalen heeft de mens voortdurend getracht zijn eigen leven dat zich aan hem voltrekt, te projecteren om op die manier vat te krijgen op en de zingeving ervan te vinden.
In de opgang van de zon vanaf de midwinter tot aan midzomer zag de mens zijn eigen geboorte en groei tot volwassenheid en in de komende herfst en winter wanneer de zonnebogen alsmaar lager werden, weerspiegelde dit zijn eigen achteruitgang en uiteindelijke sterven.
Het zonnejaar met al zijn specifieke kenmerken werd zo een ijkpunt waaraan hij zijn leven kon aflezen.
En zo leerde hij dat geboorte en dood twee gezichten waren die het eeuwigdurende en telkens terugkerende leven hem toonde.

Als de aarde rond de zon draait staat er nergens een bordje in de ruimte als een stations-aanduiding die aangeeft dat hier de lente en even verderop de zomer begint.
Maar de mens heeft deze kruispunten van het leven wel altijd gekend op de parallel lopende momenten in het jaar die telkens weer opnieuw opvielen.

Vier cruciale levensfasen herkende hij op het grote kruis van het zonnejaar.
Daar waar de vier seizoenen hun aanvang hebben en de mens de kindfase, de volwassenheid, het ouderschap en de vooroudercultus herkende.

Heel de ervaren kosmologie was en is voor de mens een podium waarop hij zijn eigen leven als toeschouwer kan herkennen opdat hij zo zich zelf beter kan leren kennen en zich ingeschakeld weet in een veel groter verband dat hem draagt.

Vandaag staan we weer op zo’n cruciaal moment van het jaar.

Het is het begin van een fase in het jaar dat ons de kans geeft onze geboorte voor te bereiden.
Zoals het uiterlijke leven vanaf 21 maart zich in zijn volheid zal gaan ontplooien, vandaar de start van de lente en het feest van openbaring dat daar bij hoort, krijgen we nu de kans dit leven voor te bereiden.
Onze aandacht te richten naar de wortels. Naar de basis waarop dit nieuwe leven gebouwd zal worden.
Het is een weg die ons oproept actief de weg van binnen naar buiten te gaan om goed voorbereid te zijn.

 

De winterbeelden die ons te hulp schieten

Drie oude beelden helpen ons in deze fase.
De Steenbok die ons in contact brengt met wat er op fundamenteel niveau nodig is als basis voor een gezonde groei.
De Waterman die diep peilt naar wat ons als collectief met elkaar verbindt, wetend dat we ons z.g individuele leven niet alléén leven maar juist verbonden met, er in zullen slagen aan dit leven een unieke uitdrukking te geven.
En de Vissen geven ons de kracht te voelen wat verbondenheid werkelijk voorstelt en ons verbindt met de grote krachten van het leven die door ons heen spoelen en waar we volledig van afhankelijk zijn.
Beseffende dat we alleen niets zijn, maar samen een opdracht hebben.

We beginnen aan dat kwart deel van de cirkel dat beneden begint en naar boven leidt tot het punt dat we onze kop boven het maaiveld uit steken.

Onze eerste opdracht is ons af te vragen of de structuren die we hebben gekozen voor onze manier van leven met elkaar, ons de ruimte geven voor nieuwe impulsen die zich willen melden.
In welke mate dit het geval is voor ieder individu kan ik van hier uit niet beoordelen.
Maar uitgezoomd naar een wat grotere schaal; dan staan we vandaag de dag voor een haast onmogelijke opdracht om werkelijk alles fundamenteel om te polen.

Niet omdat ik dat vind.

Wanneer de natuur er voor kiest om zich op grote schaal tegen de mens te keren dan wil dat niets anders zeggen dan dat de natuur de mensheid als een parasiet beschouwt.

In de hoop dat de mens zich van zijn parasitaire gedrag bewust wordt en er voor kiest zijn houding grondig te veranderen en aan te passen aan het grotere systeem waar hij deel van uit maakt.

In plaats van het systeem nog langer te belasten met de afvalproducten van zijn nietsontziende wijze van “leven” die hij zich heeft “eigen” gemaakt.

Elk cybernetisch, het leven in stand houdend systeem, heeft een ingebouwd beveiligingssysteem dat maakt dat wanneer een deel van het systeem zich keert tegen het geheel, dat er vanuit de systeemkern zelf een reactie op gang komt die maakt dat het uit de tred lopende deel of geëlimineerd wordt of aangepast wordt aan het geheel en veel van zijn oneigenlijk verworven “rechten” verliest.

Ik kan deze moeilijke zin ook samenvatten in de volgende wellicht confronterende uitspraak:

“Elke crisis, elke ziekte is een gezonde reactie op een ongezonde situatie”

 

Dus in godsnaam, laten we eerlijk op zoek gaan naar wat we kunnen veranderen om te voorkomen dat we veranderd worden.

Leve de verandering!

 

 

© Willem Versteeg

21 december 2021

Verbonden rond een vuur in de donkerste tijd van het jaar

Gepubliceerd op 24 november 2021 door Willem

 We gaan de Boogschutterfase in, de donkerste periode van het jaar.

De periode van het jaar dat de zon alsmaar lager aan de hemel komt te staan en bijkans de aarde in vuur en vlam dreigt te zetten.
We weten nu wel beter maar vroeger was dat wel anders.
Onze verre voorouders zullen ongetwijfeld momenten hebben gekend dat ze dachten, bang waren, dat de aarde verschroeid zou worden door die zon die alsmaar lager aan de hemel kwam te staan.
Rond de winterzonnewende merkten zij dat de zon weer begon te klimmen en dat ze zo ontsnapten aan een groot onheil. Reden voor een feestje!
Wisten zij veel.
Zij wisten wel veel, maar dat waren andere zaken dan wat wij nu weten.
Wij weten dat de zon de aarde niet zal verschroeien. Wij kennen de bewegingen en de ordeningen in ons zonnestelsel en we maken ons dus nergens geen zorgen om. Toch?

Jammer alleen dat doordat we nu weten hoe de aarde om de zon draait we onze achting aan het verliezen zijn voor de krachten die dit alles “in de hand houden”.

En daar in ligt een groot gevaar verscholen.

We zijn ons almaar meer aan het losmaken van de grotere verbanden en in onze hoogmoed noemen we dat bewustwording.
Hoe meer we “woke” zijn, denken we, hoe meer we ons heerser noemen van ons eigen lot.

Gisteren is er een raket de ruimte in geschoten met een sonde aan boord die moet landen op een asteroïde en daar een ontploffing moet veroorzaken die hopelijk maakt dat de baan van deze asteroïde verandert. Daarmee wil de mensheid aantonen dat ze in staat is een asteroïde die op ramkoers met onze planeet ligt, van koers te laten veranderen zodat dat grote blok ruimtepuin voor ons niet langer een bedreiging vormt.

Eén van de vele voorbeelden dat we willen ingrijpen in een systeem dat we als geheel nog helemaal niet begrijpen.
Doordat we ons “groot” wanen ontbreekt ons juist het vermogen de zaken in een groter verband te kunnen zien en duiden.

De Boogschutter-tijd.

De Boogschutter-tijd toont ons een zon die almaar dichter de aarde nadert.
Die het vuur, waar zij niet enkel het symbool van is maar waar zij zelf geheel en al uit bestaat, dicht naar ons toe brengt.
Maar in deze tijd van het jaar is het niet de warmte van dat vuur dat ons nadert. Dat hoort bij de zomer, bij het beeld van de Leeuw.
Warmte is verbonden met passie, met de binnenkant van het vuur. Met het hart van de zon, waar de kernfusie plaatsvindt.

Maar in deze tijd van het jaar, na de fase van de dood van de herfst, waar het beeld van de Schorpioen heerst waarover ik vorige keer sprak, breekt nu de fase aan waarbij de ziel de vorm verlaat.
De levenskracht van de zon die de aarde zo dicht nadert, waar zij de laatste restjes leven meeneemt, doodt, opdat de vorm leeg achterblijft, zoals vuurstormen die bosbranden aanwakkeren het bos voor dood achterlatend, zwartgeblakerd.

De ziel eruit trekken, waardoor de vorm kan desintegreren, uiteen valt in zijn afzonderlijke bouwstenen om daarna te ontdekken dat het bos in nieuwe, nog enthousiastere vormen terug kan keren want de wortels werden niet aangetast.
Deze branden laaien, gaan niet de diepte in, maar trekken horizontaal door de natuur, alles op hun weg wegmaaiend, ruimte makend voor complete vernieuwing.
Zoals laaiend enthousiasme doet aan de vooravond van grote omwentelingen.
Van vurige pleidooien, massale bewegingen die uitmonden in revoluties en het zicht openen op nieuwe vergezichten.
Wachtend op een weer andere vorm van vuur.
Wachtend op de (storm)ram, gedragen door het beeld van de Ram, die het begin van de lente aankondigt en ruimte geeft en maakt voor het nieuwe idee.

De twaalf.

Alle vier de elementen die de aarde en alles wat daar op en in leeft doordringen, tonen zich in drie gedaanten:

In een naar buiten tredende, Yang-e vorm.
Een introverte, de diepte zoekende Yin-ne vorm
en een verbindende wijze waarop ze evenwichtbewarend en evenwichtscheppend is.

Zo ontstonden de twaalf archetypische krachten die als eerste (?) door de Sumeriers zo’n vierduizend jaar geleden, in beeld gebracht werden en die we sedertdien nog altijd kennen als de twaalf beelden van de dierenriem.

Waar de Ram staat voor het extraverte vuur dat we terugvinden in de explosie, in de ontsteking, in de lucifer, toont de Leeuw zich in de hitte van het vuur, de passie, het werk van de smid, het brandend hart, de kernfusie.
Maar in de Boogschutter tijd worden we verbonden met de verbindende kracht van het vuur.
We denken dan aan lopende vuurtjes, om zich heen grijpend vuur, in vuur en vlam gezet worden, laaiende vuren. Warm worden voor, enthousiasme. Samen rond het kampvuur zitten en zingen.
Aanstekelijke voordrachten, vurige pleidooien.

Een vuur dat gaande blijft op één voorwaarde.
Dat het gevoed blijft worden door brandstof en zuurstof.
Vuur dus dat nooit aan de aarde kan ontsnappen.
Sterker nog, dat de aarde nodig heeft voor zijn brandstof.
Brandstof in velerlei vormen, maar hoe dan ook afkomstig van de aarde.
Zelfs de broodnodige zuurstof komt via de groene longen der aarde ter beschikking.
Het beeld toont prachtig hoe dit vuur de verbinding nodig heeft van vuur en aarde.
Zo toont zij dat nieuwe schepping het resultaat is van de overbrugging der tegenstellingen.
Want aarde en vuur zijn elkaars oertegenstelling.
Lucht wakkert vuur aan. Water verdampt door vuur. Aarde verstikt het vuur.

 

Op honderden manieren hebben de Grieken in hun mythologische verhalen ons getoond hoe Zeus, de Schepper van vele goden, eeuwig verbonden met de beelden Jupiter en de Boogschutter, zich onmogelijk kon losweken van zijn vrouw Hera.
Hij probeerde het middels alle mogelijke “relaties” met de kinderen van Gaia-Moeder Aarde, zodoende leven schenkend aan talloze goden en halfgoden die onze diverse menselijke eigenaardigheden weerspiegelen. Maar loskomen van zijn lot, zijn Hera, was onmogelijk.

Als de zon dus in deze tijd zijn satelliet de Aarde nabij komt, komen we oog in oog te staan met de kracht van Jupiter, de Oude Wijze man, verstopt in de Sinterklaas figuur in onze streken, die op zijn beurt niet los kan komen van zijn tegenspeler Zwarte Piet, de kinderlijke enthousiasteling die zich dienaar weet van.
En ons vraagt, eerlijk vraagt waarmee hij ons enthousiast kan maken.
Welk cadeau van hem ons op weg helpt ons innerlijk vuur aan te wakkeren. 

Een innerlijk vuur dat in ons hart aangestoken werd bij onze geboorte en waar we vroeg of laat zelf de brandstof voor moeten aandragen om het brandend te houden.
Opdat het ons als innerlijk brandend vuur levend weet te houden en aanstekelijk kan werken op een ieder die met ons leeft.

Vergeet niet een licht aan te steken wanneer de duisternis valt.

En doe Jupiter de groeten; ze staat op dit moment elke dag bij het vallen van de avond helder te stralen in het zuiden zo rond 18.00 uur.

 

Volgende maand op 21 december start de Steenboktijd met de winterzonnewende en de start van de Twaalf Heilige Nachten, onze jaarlijkse meditatieve periode.

Het zal een bijzondere tijd worden die ons zicht zal openen op de tijden die voor ons liggen.

We hebben enkele door de droogte van de afgelopen jaren gestorven sparren die naast het huis staan moeten omleggen waardoor een groot gat is vrijgekomen waardoor de stralen van het licht van de opkomende zon en maan voor het eerst rechtstreeks op onze kapel vallen.

Lieve groeten van Huguette en Willem vanuit Huize Poustinia.

 

24 november 2021 

 

©          Willem Versteeg

Mee met de golfbeweging de diepte in

Gepubliceerd op 24 oktober 2021 door Willem

 

Geruisloos zijn we een nieuwe maand binnengewandeld.

Gerekend volgens de kosmische kalender die aangeeft dat de zon op haar reis zich onderdompelt in de energie van een nieuw beeld. 

Het beeld van de Schorpioen. We gaan diep de herfst binnen.

De herfst, de periode tussen 21 september, de herfstevening en 21 december, de winterzonnewende, waar de dagen korten, de bladeren vallen en een fantastisch kleurenpalet zich ontvouwt aan talloze bomen.
Midden in deze periode vallen een tweetal dagen die voor velen van ons een bijzondere betekenis hebben.
Allerheiligen en Allerzielen.
Lang geleden door kerkvaders op de kalender geplaatst.
Aansluitend, want ze kenden hun klassiekers, bij de oude gevoeligheden, de oude culturele feesten die vanuit een donker verleden tot ons kwamen en komen.

Cultuur legt telkens een nieuwe laag over een oudere en wekt zo de indruk te evolueren, te veranderen, te verbeteren, meent uitdrukking te geven aan wat men dan vooruitgang noemt.

Maar als je uitzoomt en/of diep graaft zoals archeologen ons tonen, die ijverige mieren die al die lagen blootleggen, dan blijkt dat elke cultuur een nieuwe poging doet aan één bepaald grondthema een nieuwe uitdrukking te geven.

Bij archeologisch onderzoek dat plaatst vindt in het jaar 2974 na Christus, als die toevoeging dan tenminste nog gebruikt wordt, zal men vinden dat ongeveer 1000 jaar daarvoor het een gewoonte was om op begraafplaatsen de doden te omringen met een bepaalde soort bloem die wellicht een bijzondere kracht in zich droeg en de zielen na de dood van het lichaam begeleidde naar wat men toen ‘de hemel’ noemde.

Bij archeologisch onderzoek dat onlangs in de buurt van Stuttgart in Duitsland plaatsvond vond men aanwijzingen in een Keltische grafkamer dat de toenmalige koning van een Keltische stam op rituele wijze onthoofd werd en dat zijn lichaam samen met zijn bezittingen die van onschatbare waarde waren werden begraven.

Een jaar later, tijdens een zelfde ritueel, Samhain genoemd, nam de nieuwe koning zijn plaats in.
Men doodde de koning opdat de stam zou welvaren.

Het gemeenschappelijke gegeven van beide voorbeelden is de datum.
Op 1 november vond dit plaats.
Op en rond 1 november blijken culturen op het Noordelijk Halfgrond in West-Europa zich bezig te houden met de dood.
Het is slechts één van de vele voorbeelden die laat zien dat culturen telkens zoeken naar de op dat moment meest geëigende vorm om uitdrukking te geven aan…

Hier raken we aan de kern van de symboliek en de betekenis van de archetypische beelden die uit een ver verleden tot ons zijn gekomen in de vorm van de twaalf beelden van de dierenriem.
En ik beschouw dit gegeven strikt vanuit de kosmologie.
Lang geleden waren astronomie en astrologie nauw verbonden met elkaar. Men sprak eerder over kosmologie en bedoelde daarmee de studie van de grote samenhangen en verbanden. De relatie van het deel tot het geheel. De relatie van de mens tot de kosmos.
Deze studie deed de mens zoeken naar de zin en betekenis van zijn plaats in deze schepping.
Eén van de grote inzichten die vanuit deze kosmologie nog altijd herkenbaar is, is het gegeven dat men in het tijdsverloop van elk jaar een twaalftal fasen kan herkennen die elk hun specifieke karakter hebben.
We kennen ze allemaal als de twaalf maanden van het jaar. En al een paar jaar probeer ik daarover in mijn blog te getuigen en mensen hiervoor gevoelig te maken, hopend dat je daardoor je meer verbonden weet met de grote krachten in de schepping.
Elke maand heeft een bepaald karakter, een bepaald kenmerk. Elke maand hangt er een speciale energie “in de lucht” waar de natuur en de mens middels de cultuur uitdrukking aan geeft.
De “Ouden” hebben dit karakter een naam en een symbolisch beeld mee gegeven.
Voor deze maand van het jaar, die loopt van 23 oktober tot 22 november spraken zij over de “Schorpioen”

De “Schorpioen” als symbool is verbonden met het element water.
Dat wil zeggen dat het gebied waar we de energie het sterkst zullen opmerken is in het element water.
Voor de natuur zullen we daarom eens nader naar het water kijken en wat de cultuur betreft, het mensengebeuren, is dat analoog aan water het menselijk aspect van zijn gevoelsleven.
De “Schorpioen” beschouwd naar het karakter van de energie, laat zien dat de energie naar binnen gericht is, introvert, de diepte zoekend, passief.

 

Water in de natuur dat zich in een rustige, passieve toestand bevindt vinden we terug in poelen, in moerassen, in delen van meren en beekjes waar de stroming bijna in zijn geheel tot stilstand is gekomen.

Als water zich in die toestand bevindt dan leunt het aan bij de dood. Bij het proces van sterven. Maar stervensprocessen in de natuur leunen dicht aan bij het tegendeel ervan, de geboorte. Daarmee de driehoek van leven, geboorte en dood tonend.
Het is in de poelen, de moerassen waar het wemelt van nieuwe levensvormen temidden van rotting en bederf.
Het is ook uitgerekend in deze streken, de venen, dat men vele veenlijken heeft gevonden.
Zoals onze Keltische koning van hierboven!

 

 

Of om even uit te zoomen naar een ietwat groter verband.

Miljoenen jaren geleden stond de maan veel dichter bij de Aarde dan nu.
En dat had enorme consequenties.
Ze verscheen als een enorme gestalte aan de hemel. Er waren nog geen mensen die haar gezicht konden zien, maar de natuur uit die tijd kreeg de volle laag.
Want door de korte afstand ten opzichte van de Aarde klotste het water werkelijk naar alle kanten. De aantrekkingskracht was zo gigantisch dat het water tot honderden meters hoog door de oceanen trok en enorme getijden veroorzaakten. Met gigantische overstromingen tot gevolg. Ook over het land trok het water met enorme massa’s overal diepe kloven achter latend.
Het leven zoals wij het kennen heeft zich maar pas kunnen ontwikkelen toen de afstand tussen de Aarde en de Maan steeds groter werd en de oceanen langzaamaan tot een relatieve rust kwamen.
En dan pas kreeg de ontwikkeling van nieuwe levensvormen in de oceanen een kans.

Natuurlijk kun je het hele jaar door bezig zijn met een thema als de dood. Maar er is één moment in het jaar dat je de wind mee hebt.
In principe kan een vogel elk moment een ei leggen, maar het is het handigste als zij dat doet op het moment dat er voldoende voedsel in de omgeving te vinden is als het ei uitkomt. Vandaar.

Maar wij zijn geen vogels.
Wij tenderen naar het leggen van eieren het hele jaar door.

De natuur toont ons dat de dood, de pijn, het verdriet, het afscheid, de omvorming, de transformatie, allemaal basale aspecten van het leven zelf zijn. En dat het goed is om daarvoor een plaats in te ruimen in ons leven. Opdat we er een bewuste relatie mee kunnen aangaan.
Dat het ons niet onverwacht bezoekt en we er onvoorbereid oog in oog mee staan.
Als we dit allen heiligen hoeven we niet allemaal zielig te zijn.

 

En uitgerekend, over synchroniciteit gesproken, kruipt er uit een spleetje op mijn bureau, een kleine pissebed tevoorschijn en wandelt naar mijn toetsenbord toe.
Ik heb mijn wijsvinger nat gemaakt met wat speeksel en mijn vinger voorzichtig op zijn rug gelegd.
Hij blijft dan mooi plakken en zo heb ik hem buiten op een plant gezet.

In oktober en november krijgen we volop de kans ons te verbinden met de donkere kanten van het leven om te ontdekken hoe waardevol deze fase is.
We kunnen denken aan de beelden van mensen die samen staan te dansen met blote voeten ondertussen de druiven plettend.
Of aan de tarwe- of speltkorrel die traditioneel in deze tijd van het jaar gezaaid wordt.
De korrel heeft geen keuze. Wetend dat hij onderworpen is aan kosmische wetten sterft hij.
En wordt tot kiem van nieuw leven.

Wat zou de graankorrel ons antwoorden als we hem vroegen hoe hij zijn sterven ervaart?

Of waar komen onze connotaties, de door ons zelf gegeven bijbetekenissen vandaan
bij ervaringen als sterven, breken, pijn en lijden?

 

Ter afsluiting een fragment uit “De Profeet” van Kahlil Gibran

… en een vrouw sprak, zeggende: 

Vertel ons iets over pijn.       

En hij zeide:

Je pijn is het breken van de schaal die je inzicht omsluit. 

Zoals de steen van de vrucht breken moet, 

opdat haar hart in de zon moge staan, zo moet jij pijn kennen. 

En zo je in je hart de verwondering levendig kon houden 

om de wonderen in je dagelijkse leven, 

zou je pijn je niet minder wonderlijk voorkomen dan je vreugde; 

en je zou de seizoenen van je hart aanvaarden, 

zoals je steeds de seizoenen hebt aanvaard 

die over je velden gaan….

Kahil Gibran

 

©          Willem Versteeg

24 oktober 2021

vanuit Huize Poustinia

 

Meld je aan met je E-mailadres en blijf automatisch op de hoogte van ons nieuws: