De Weegschaal leert ons leven in een wereld waar één plus één drie is.

Gepubliceerd op 23 september 2022 door Willem

Mensen die aan de westkusten van Europa wonen of verblijven hebben het geluk dat ze dagelijks getuige kunnen zijn van een telkens weer opnieuw, ontzag-wekkend natuurfenomeen; “we kunnen de zon in de zee zien zakken”, zeiden wij vroeger tegen elkaar als we als kinderen op het strand speelden en het ultieme moment daar was!

Iedereen over de hele wereld kan de zon zien wegzakken, maar niet iedereen krijgt daar ook een zee bij cadeau.

De zon beweegt zich naar de einder daarmee de dag beëindigend. De helft van een etmaal is voorbij.
Nadat ze ’s morgens in het oosten opkwam, een grote halve boog langs de hemel trok, duikt ze nu onder.
Waar naar toe?
Naar het westen. Buiten westen?
Een vraag voor velen lang geleden.
Zonder kennis van zaken neemt de angst het makkelijk over.
Komt ze terug?
Wat gebeurt er ondertussen met haar?
Wat maakt ze mee, wat brengt ze mee terug?

Dat licht werd geloofd en geëerd en duisternis gevreesd, heeft in dit oerritme haar grond.

Niemand die het kan navertellen maar er zijn ongetwijfeld nog wel vele mineralen, eenvoudige levensvormen, enkele oerplanten en zeewezens die nog vage herinneringen hebben opgeslagen in hun systemen die spreken over die paar keer dat de zon niet terugkeerde.
Dat ze na verloop van tijd weer opkwam daar waar ze was ondergegaan.

Onze aarde is niet altijd zo stabiel geweest zoals ze nu lijkt te zijn.

Ze heeft haar as al enkele malen laten kantelen. Ze heeft haar draaisnelheid af en toe aangepast. Een bijna botsing met een andere proto-planeet schudde haar danig doorheen en het kostte haar vele jaren om haar min of meer stabiele positie terug te vinden.
Maar geen mens die daar nog weet van heeft, we waren er waarschijnlijk toen nog niet, of misschien toch wel, maar … laten we dat maar geschiedenis noemen.
Wat resteerde en een diepgewortelde indruk achter liet in onze psyche is het simpele feit dat we licht en duisternis zeer sterk ervaren als een oertegenstelling.

We gaan met zijn allen voor het licht en stellen ons teweer tegen het duister.
Vrijwel al ons handelen heeft dit motief als grondslag.
Vrijwel alle religies en godsdiensten hebben dit motief als grondslag.

 

Maar laten we eens terugkeren naar de zee. Naar het strand.
Laten we nog eens kijken wat we zien als de zon in de zee wegzakt.
We zien een cirkel (de zon) die langzaam wegzakt achter de horizon.
Als ze halverwege is ontstaat min of meer dit beeld:

 

Alles draait om het begrip halverwege.
De zon bereikt hier het moment dat haar dagelijkse rondgang op het punt is aangekomen dat we “halverwege” noemen.
Ze heeft haar dagboog afgerond en staat op het punt om met haar nachtboog te beginnen.
Een dag is voorbij, een nacht volgt. Samen een etmaal vormend.

We kunnen het zonnejaar, de opvolging van de vier seizoenen door het jaar, analoog zien aan een etmaal.
De dagboog omvat dan de lente en de zomer en de nachtboog staat voor de herfst en de winter.
Op het punt halverwege, daar waar de zomer overgaat in de herfst, meestal rond 23 september, vindt als het ware de “zonsondergang” van het jaar plaats.
De herfstequinox, de herfst-evening.
En het archetypische beeld dat daarbij hoort is het beeld van de Weegschaal.
En het symbool waarmee dit beeld wordt weergegeven is de afbeelding hierboven.

Aan het begin van de herfst, vandaag dus, kijken we als het ware naar de grote zonsondergang.
En wat toont deze zonsondergang ons.
Dat het op deze dag net zo lang donker is als dat het licht is.
Dat hier een evenwichtspunt werd bereikt.
De dag is voorbij, maar het etmaal nog niet.
Een etmaal bestaat uit licht en donker samen. In volledig evenwicht.
Op dit moment althans.
Maar een moment is een opname omdat we de stroom van het leven even stilzetten en “kijken hoe laat het is”.

Er zijn twee momenten in het jaar dat alles in evenwicht is (althans als we even halt houden) wat op zich niet kan, want als je even kijkt hoe laat het is en je spreekt uit: “dertien over 4”, bv. dan is het op dat moment al weer net even later…

De cyclus toont ons de twee poorten van het leven.
De poort van het leven aan het begin van de lente en de poort voor de dood aan het begin van de herfst.
De Weegschaal toont ons dat er een instrument is, (het enige dierenriembeeld dat noch mens, noch dier is), dat ons helpt te ontdekken wanneer er een evenwicht bereikt wordt.
Het staat symbool voor het vermogen in ons mensen die maakt dat we een synthese kunnen bereiken. Dat we licht EN donker zo met elkaar in contact kunnen brengen dat ze samen leven voortbrengen.

We hebben als mensheid lang geleefd met het idee zoals ik dat hierboven beschreef:

 

We gaan met zijn allen voor het licht en stellen ons teweer tegen het duister.

Vrijwel al ons handelen heeft dit motief als grondslag.

Vrijwel alle religies en godsdiensten hebben dit motief als grondslag.

 

Maar alles stroomt, net als de tijd.
Als een spiralende beweging die telkens een winding hoger reikt.
Lang (?) geleden dachten we zoals hierboven.
In de grote oertegenstellingen. Partij kiezend. Strijdend en zegevierend en ten onder gaand. Telkens weer.

 

Lang geleden zag de zodiac, de riem van beelden van dieren, geprojecteerd op de sterrenhemel, een poging van oude culturen om vat te krijgen op dat wat de wereld en haar bewoners bewoog in het zicht te krijgen, er anders uit dan nu.
Ook dat beeld was groeiend, gelijklopend met het groeiende bewustzijn van de mensheid.
Het is een boeiend maar lang verhaal dat ik hier heel erg inkort.
Veranderend maar vooral groeiend bewustzijn maakte dat culturen nieuwe menselijke eigenschappen begonnen te ontdekken.
In potentie natuurlijk altijd al aanwezig, maar nu langzaam op de voorgrond begonnen te treden, hetgeen maakte dat men ook anders naar de hemel keek (of andere, nieuwe zaken daarop projecteerde).

Zo kon het gebeuren dat astronomen van lang geleden in het sterrenbeeld van de Schorpioen een groepje sterren ineens anders begonnen te bekijken en ze besloten om deze groep als het ware te isoleren van de andere sterren en hen een eigen naam en betekenis te geven.
Op dat moment in de tijd vond ook de herfstequinox plaats in dat specifieke beeld waar ik over spreek. En zo werd het nieuwe sterrenbeeld, precies daar waar de herfstequinox plaats vond, vastgesteld en het kreeg een bijzondere naam. De Weegschaal.

Overeenkomstig het vermogen in de mens dat zich langzaam begon te manifesteren.
Het vermogen dat we diep in ons over een ijkpunt beschikken. Wij allemaal.
Een ijkpunt dat we hanteren om te bepalen of iets in evenwicht is of niet.
Diep in ons ligt, naast veel andere “hogere” vermogens van ons mens-zijn, het vermogen om te weten wanneer rechtvaardigheid geschied.
Wanneer iets in harmonie is.
Dat vermogen gaat voorbij aan stemmingen en sentimenten, zo eigen aan dieren en mensen die onbewust handelen. 

Daarom werd gekozen voor een instrument en geen dier- of mensenbeeld.
Een instrument dat uitdrukking geeft aan het begrip uit-balanceren.
Zo’n instrument; als we dat in onze wereld tegenkomen en we willen het gebruiken dan willen we zeker zijn dat wanneer het aangeeft 2 kilo, dat het dan ook echt 2 kilo is.

Het zal dan door een onafhankelijk lichaam, het ijkwezen, geijkt moeten zijn.

Wel, op een ietwat grotere schaal, bestaat er ook een ijkwezen.
Dat heeft ons geijkt.
Anders waren we niet in staat de volgende fenomenen waar te nemen in ons leven.

Schoonheid. Harmonie. Rechtvaardigheid. Evenwicht.

De juiste maat. Ontmoeting. De Gulden Snede.

Als onze samenleving hier nauwelijks tot geen uitdrukking aan weet te geven,
als je eigen leven deze typische Weegschaal principes ontbeert, weet dan dat het de hoogste tijd is om weer eens naar het ijkwezen te stappen.

Voor een herijking.
Een ver-rijk-ende ervaring.

Die ons uiteindelijk laat zien dat alle religies overbodig zijn
wanneer je ontdekt dat één plus één drie is.
De grote ijker toont ons dat enkel wanneer we de ander, het andere, het duister ook opnemen in de vergelijking, we dan in staat zijn een som te maken.
Wanneer we ontdekken dat de ander, het andere, het duister in essentie gelijk is aan ons zelf. Dat het gewoon een deel van ons uitmaakt.
Dat we in de grond niet anders zijn.
Dat we dus samen gewoon één zijn.
Twee enen, naast elkaar, vormen een drie.
Want die twee naast elkaar werden door die derde geijkt en goed bevonden.

Altijd weer als ik deze beelden oproep komt dat oude vertrouwde beeld terug bovendrijven.

 

Ik zit in de speeltuin, ben vier jaar oud, moeder blij dat ik buiten speel, wachtend op mijn vriendje.
Die heb ik meer dan nodig want ik zit op de wip.
Zonder hem kom ik niet omhoog; wat ik ook doe.
Als hij dan eindelijk komt moet ik er af, want zijn zitje zit onmogelijk hoog in de lucht. Leeg.
Samen lopen we naar het midden van de wip en gaan elk een kant op en houden de wip in balans en klimmen voorzichtig elk op een kant op ons plekje en dan kunnen we eindeloos wippen.

Daarna rennen we naar de schommels.
Ze zijn vrij gekomen, de buurjongens zijn naar de glijbaan gegaan.
Wanordelijk hangen ze daar rond te tollen. We gaan elk naar een schommel.
Het is nog niet simpel om op zo’n schommel te klimmen als niemand je helpt.
Als je eenmaal zit en je hebt dat ding een beetje tot rust gebracht, moet je vervolgens de boel weer in beweging zien te krijgen.
Een monsterklus als niemand het jou heeft voorgedaan.
Van een ander heb je begrepen dat je met je handen omhoog de kettingen naar achter moet drukken en zelf met je benen voorzichtig langzaam naar voren moet bewegen.
Direct daarna moet je precies het tegenovergestelde doen. Maar wel langzaam het tempo opvoeren.

 

Alles draait hier om geleidelijkheid.

Naar voren met benen gestrekt en de handen die de ketting wat naar achter duwen.
Op het hoogste punt alles omdraaien. Benen inklappen onder de schommel zo diep mogelijk en de handen die de ketting nu naar voren duwen.
Naar het andere keerpunt. En zo telkens de twee oerprincipes beheersend, de twee in innige samenwerking brengend, kom je langzaam steeds een beetje hoger en verder.
Als dat lukt ben je de koning te rijk.
En als slotakkoord, op het hoogste punt, laat je alles los en spring je zo ver je kunt.

Zo veel fijner dan wanneer je bij de eerste keer door je vader op de schommel bent getild, hij achteruitlopend jouw meenemend en dan loslatend, je je eerste schommelervaring geeft.

 

Waar zijn nog de speeltuinen; waar zijn nog de kinderen die de wip en de schommel leren hanteren en zo de wijze lessen van het leven spelenderwijs onder de knie krijgen?

Samen spelen, de ander helemaal toelaten, zoals hij jouw toelaat, in wederzijdse afhankelijkheid van elkaar, ontdekken dat dat oude gezegde: “Waar twee in mijn Naam verbonden zijn, zal Ik zijn”, nog altijd niets verloren heeft in zeggingskracht.

Het waren de wip en de schommel die al heel vroeg mij leerden dat één en één drie is.

 

©             Willem Versteeg

23 september 2022

Huize Poustinia – www.poustinia.beinfo@poustinia.be

Gaat de letterbeitelaar over de schreef

Gepubliceerd op 23 augustus 2022 door Willem

Voor dat ik begon met dit te schrijven keek ik naar een wit vel.
Maagdelijk. Onbeschreven.
Maar ook, niet meer te herstellen.
Eenmaal één letter getypt…
Gedaan met de maagdelijkheid.
Ik had ook kunnen blijven kijken. Maar dan had ik jou niet bereikt.

Als ik jou dus wil bereiken moet ik over de schreef.
Dat vraagt om voorzichtigheid.
Want je kunt niet meer terug.

Als dat woord er staat heb je niet meer in de hand hoe de ander dat woord verstaat.
Tenzij je zeer omzichtig uitlegt wat je eigenlijk bedoelt te zeggen.
Kortom…

In de Oude Tijden schreven mensen voornamelijk door te beitelen in steen.
Dat vroeg (en vraagt) om minstens evenveel voorzichtigheid.

Als de letterbeitelaar, mooi woord om te schrijven, bestaat waarschijnlijk niet, maar toch;
als deze vakman wilde beginnen te “schrijven”, beitelde hij eerst enkele schreven.
Ja je leest het goed, hij beitelde op bepaalde plaatsen die hij secuur uittekende met houtskool, enkele “schreven”.

Een schreef is een korte rechte kap, een beitelslag, die de rand van de letter bepaalt.

Er zijn natuurlijk heel veel lettertypes. Maar een aantal lettertypes hebben nog altijd een “schreef”.
Kijk maar eens.

Dit is de letter “i” van het type “Iowan Old Style” dat ik graag gebruik (omdat het schreven heeft – net zo als “Times”).
Ik zal hem wat groter maken.

I of i, of h, f, enz.

 

Het gaat om de “uitsteeksels” links en rechts onderaan de letter (en soms ook bovenaan).

Wel die werden eerst gebeiteld. En daarna werd de letter als het ware “opgevuld” door langs het houtskoollijntje steen weg te kappen. De kans dat je te veel steen weg beitelde was veel kleiner; de letterbeitelaar had wel geleerd om zuinig om te gaan met de steen die hem toevertrouwd werd!
Eén enkele fout en je kon de steen niet meer gebruiken.
Hij zorgde wel dat hij niet over de “schreef” ging zogezegd!

Maar zoals ik hier in het begin schreef: “Als ik jou wil bereiken moet ik over de schreef”

Zo, heb ik nu één woord geschreven dat alles te maken heeft met het thema voorzichtigheid. Het bewaken van het overschrijden van een grens en het dragen van de verantwoordelijkheid wanneer dat dan eenmaal toch gebeurt.
En het aanvaarden van de consequenties.

Je kunt natuurlijk zwijgen, nooit beitelen, het witte vel wit laten maar dan is er weinig contact. Wordt er weinig gecreëerd.

Leven, scheppen, communiceren betekent de steen breken, het witte vel ontmaagden.
Met zwarte inkt nog wel. Het uiterste contrast oproepen.
Vandaar voorzichtigheid. Voor-zicht.

En dan nog worden er fouten  gemaakt. Gaan we over de schreef.
De Maagd-energie waarover ik hier schrijf, helpt ons innerlijk af te stemmen op dat deel in ons dat voor ons weet, zonder de mening van een ander, gewoon vanuit een dieper deel in ons zelf, of het juist is.

Natuurlijk dient dit ontwikkeld te worden.
Elk kind vindt, gedreven door een instinctief aanvoelen, de persoon die hem of haar kan helpen dit vermogen te ontwikkelen.
Dat wordt dan jouw “leraar”, die het geduld en de voorzichtigheid heeft leren kennen en in dienst van jou gebruikt om jou te laten ervaren, zelf te laten ervaren wanneer je iets “goed” of “fout” doet.
Jou leert dat er binnen in jou iets weet heeft van en jou op het moment dat het gepast is, jou waardeert.

In dat waarderen jouw waarde eert. De waarde die jij er zelf aan geeft, bevestigt.
De “leraar” waakt erover dat jij dat enkel doet wanneer het op zijn plaats is.
Die herkent wanneer het juist is of wanneer je over de schreef gaat.

Die zijn eigen “Maagdelijke energie” gebruikt opdat jij het, door hem, in jezelf zal herkennen en op die wijze langzaamaan meesterschap bereikt.
En wat leer je zo langzaamaan herkennen?

Dat datgene dat jij zegt, doet of voortbrengt, een ware uitdrukking is van iets van je zelf, van iets oorspronkelijks. Dat je voortbrengt wat in je leeft. 

Dat je een ware medeschepper wordt.

Elke nieuw geboren mens, draagt in zich een “ziel” die weet heeft van zijn roeping en de attributen bij zich draagt nodig om deze roeping tot uitdrukking te brengen.
Laten we onze kinderen vooral die ruimte geven hun eigen leraar te vinden.
Want alleen zij weten waarvoor deze leraar hen kan helpen.
En vanaf dan start de lange weg van zelfdiscipline. 

De weg die aangeeft hoe je een discipel wordt van je-Zelf.

Hetgeen zoveel wil zeggen als, leren van de vele fouten die je zelf maakt.
Fouten die gemaakt moeten worden; hoe anders te weten wanneer het “juist” is?

Want dat is precies wat de leraar leert; dat de fout, enkel de fout, je toont waar het geheel geschaad werd.
Fouten snijden zo hout.
Worden functioneel, zelfs nuttig.

En zo leert de leerling de kracht van het kritisch kijken naar.
Dat oordelen een middel is tot en geen doel op zich.
Oordelen die worden tot doel op zich dienen slechts een eigen standpunt te verdedigen.
Die worden tot eigen-gelijk. En lijkt eigen gelijk niet erg veel op het eigen lijk.

De Maagd energie leert ons dat de rechter die spreekt, in dienst staat van een hogere Wet die hij dient.
We hebben allemaal een rechter ook in ons.
Spreekt die namens die hogere Wet?
Luister dan naar Hem.

Spreekt die zijn eigen mening uit waarbij hij refereert aan een mening, een opvatting die in de mode is, voortkomt uit het familiegeweten, kortom geen wezenlijke verbinding heeft met iets wat de mens overstijgt, negeer hem dan.

Met dezelfde resoluutheid waarmee je de rotte appel die op de schaal ligt, weggooit of nog beter naar de composthoop brengt.

 

Het is op die wijze dat een Maagd,
onbevlekt,
een wonder kan verrichten,
doordat zij,
 
uit zich-zelf
een nieuw kind
geboren kan laten worden.

 

 

 

©           Willem Versteeg.

23 augustus 2022 

wanneer de Zon het beeld van de Maagd binnentreedt.

 

Haver als voedsel voor de geest in ons.

Gepubliceerd op 26 juli 2022 door Willem

Als ik van mijn beeldscherm opkijk, door het raam naar buiten, zie ik duizenden goudgele halmen een trage dans uitvoeren. 

Een haverveld.

Haver, naast rogge, tarwe, spelt en gerst de bekende graangewassen die duizenden jaren geleden door de mens herkend werden als belangrijk voedselgewas.

Al die soorten hebben allerlei vormen van veredeling doorgemaakt in de vele pogingen van de mens het gewas aan te passen aan de wensen en de eisen van de omgeving.

Maar wat al die tijd hetzelfde is gebleven is de uiterlijke vorm.

 

 

Het start als een snelgroeiende groene grassoort die menig onkruid voorblijft in zijn race naar de zon. Werkt zich ongeveer een meter omhoog. Het groene gras dat niets anders doet dan zonlicht opslaan om de halm in stand te houden en te laten groeien zodat nog meer oppervlakte zonnepaneel gebruikt kan worden voor haar doel. 

De pluim, de bekroning, een aparte stengel die snel goudkleurig oprijst, de aar, die straks de bloemen ontvouwt en opent naar de zon alwaar het wonder van de vruchtzetting plaatsvindt, waardoor de zaden zich vormen in vele aparte bloemkronen die neerhangen en onder invloed van de zon samen met heel de plant verkleuren en de zon gelijk worden.

Van zon doortrokken tot in de kern.

De graankorrel in al zijn vormen, is in wezen een pakketje zonlicht.
Zonlicht verpakt in een korrel die straks geplet, gewalst, gebroken, verknipt wordt.
Na heel dat proces van groeien naar het licht, zelf worden tot licht, wordt de uiterlijke vorm vernietigd om het zonlicht opneembaar te maken.
Alleen zo kan het organisme, mens of dier, dat de gebroken korrel tot zich neemt, de vrijgekomen energie benutten om het ultieme verbrandingsproces op cellulair niveau mogelijk te maken.
Zonlicht, op allerlei wijzen getransformeerd, komt vrij en wordt drijfkracht, energie voor nieuwe vormen van schepping. 

Wetmatig ingeschakeld in het grotere geheel heeft elke halm dat ene doel voor ogen.
Door de zon te worden tot een zon.
Uitdrukking gevend aan het begrip zoon van.

Zij laat zien dat zij gezonden werd door de zon en met recht de titel gezond mag dragen.

Ook toont deze familie van de grassen waartoe het haver behoort, dat zij ontworpen is voor en weet heeft van haar lot, gebroken te worden.
Ontloopt zij haar lot, blijft zij heel, wanneer ze niet geoogst wordt, dan rot ze weg op het land en breekt alsnog en soms als de condities daartoe bijdragen, ligt zij aan de wieg van een nieuwe cyclus.
Maar voor de meeste korrels ligt er een geheel nieuwe wereld op hen te wachten.
De wereld na de dood, waar zij opgenomen wordt in een nieuw stralend verband.
Waar zij deel wordt van een hogere structuur, een nieuw facet van de schepping binnen treedt.

Uitkijkend over zo’n veld. Gewoon kijkend, toont zich een vergezicht.
Toont zich een belofte wanneer we ons ingeschakeld durven weten in een groter geheel en ligt er ook voor ons een belofte klaar.
Over enkele weken wordt het veld geoogst. Het is dan rijp.
Maar dat is niet het doel. Het is slechts een station in een groter proces.

Kijken naar zo’n veld helpt in te zien dat elk station nooit het doel op zich is.
Het is enkel een herkenbare fase in een groter proces. Het ligt ergens op en aan een lijn.
Noem het een spoorlijn. Een lijn die aanspoort tot. Die sporen trekt, herkenbaar voor zoekers die achter ons komen.
Die spoort.
De twee rails op voldoende afstand van elkaar maken de reis voor, van en met een derde mogelijk.

De oogst is zo’n station.
Dit station, één van de twaalf grote stations van het zonnejaar.
Oogst is verwant met de maand augustus. Août op zijn frans.

Het is de tijd van de Leeuw, die heerst over deze oogstmaand en de mensheid toont dat de groei op zichzelf nooit het doel mag zijn. 

Groei is een middel tot.
Geld een middel tot.
Goud een middel tot.
God een middel tot.
Goed een middel tot.

De Leeuw wijst naar zijn toekomst, de Waterman die ons toont dat een individueel bewustzijn zich onder invloed van de zonnekracht kan ontwikkelen tot een planetair bewustzijn. Een bewustzijn dat de gemeenschap vooropstelt, een gemeenschap waarbinnen elk individu precies die plek inneemt die het beste bij hem of haar past.

Waar elk individu zich op zijn plek weet en bijdraagt aan een gezamenlijk beleefde groei
die het geheel ten goede komt en daardoor ook door het individu als vervullend ervaren wordt.

Wie de zon als doel neemt en enkel zijn eigen individu tot doel neemt en het proces daarvoor gebruikt en het dus omkeert, leert de keerzijde van de zon kennen.

Zij maakt alles zwart doordat ze alles wat niet dient of zich zelf zoekt verbrandt.

Het innerlijk vuur van de zon dient door alle levensvormen opgenomen te worden opdat zij, wanneer ze getransformeerd wordt teruggegeven, haar innerlijke kracht vrijgeeft en de schepping nieuwe impulsen kan geven.

Wordt ze niet getransformeerd teruggeven zal zij haar vernietigende kracht openbaren aan de degenen die haar tracht op te slaan en tot bezit verklaart.

Laten we eindelijk stoppen met ons zelf in het midden van onze wereld te plaatsen.

Laten we de zon in ons werken. Laat toe dat zij het beeld dat wij van onszelf hebben, dat zij dit beeld breekt, walst, plet,
verknipt, opdat zij ons transformeert tot wie we beloofd zijn te worden. 

Het enige dat groei als doel heeft in ons universum is ons zelf-bewustzijn.

Dat bijzondere vermogen in ons dat ons beschouwt, dat ons ziet en peilt. Dat ons leidt en inspireert. Dat ons verbindt met de bron en op het juiste spoor houdt.

Het mag zo groot worden als de kosmos zelf. God omvattend. En dan is het goed.

 

Wij zelf zijn niet het centrum.

Alles draait niet om ons, ook al lijkt het zo te zijn.

Al meer dan vierhonderd jaar weten we dat het andersom is.

Laten we ernaar handelen.

Wij kunnen samen dit stelsel GE-ZON-D houden.

Door de Leeuw en de Waterman met elkaar te verbinden.

 

©             Willem Versteeg

26 juli 2022

Het contract met de wasbeer

Gepubliceerd op 20 juni 2022 door Willem

Aan de achterzijde van ons huis, Poustinia, daar waar de nieuwste kamers zijn voor de gasten, zit boven op een oude Ardeense muur, onder de dakgoot een nest met wasberen.

Al weken horen we veel kabaal daar bij de aansluiting van die muur daar waar ze aan de kapel grenst, daar heeft moeder wasbeer van een gat in de muur (je weet wel zo’n klus die maar blijft liggen, “moet ik nog eens doen”) gebruik gemaakt, om onder het dak op die muur te klauteren en haar nest te maken.

Ik heb een wildcamera gekocht en enkele weken geleden verscheen zij voor het eerst voor de camera. Toen wisten we het zeker dat zij het was die ’s nachts al het kattenvoer oppeuzelt.

Maar ze was niet alleen.

Een steenmarter kwam voorbij, afgewisseld door een vos en een kat van de buren en allemaal “mee-eten” natuurlijk.

Het was nog een heel gedoe om tot goede afspraken te komen.

Uiteindelijk hebben we het volgende compromis gevonden.

De wasbeer heeft zijn eigen drinkbak, een heel grote waar hij zelf makkelijk middenin kan gaan zitten. Doet hij graag. En een eigen voederbak met kattenvoer achter het huis.

De poezen hebben naast het huis aan de tuinzijde hun eigen voorziening. 

En dat werkt prima want nu laat de wasbeer de bloempotten met rust die hij telkens omgooide en leeggroef op zoek naar insecten. Mieren, pissebedden en ander klein grut.

De vrede is getekend en de afspraak die we hebben gemaakt is de volgende:

Hij mag hier blijven wonen tot zijn jongen zo groot zijn dat het nest verlaten wordt.

Dat zal op een bepaald moment gebeuren en dan gaat een wasbeer normaal gesproken met de kleine pubs op stap op zoek naar een andere schuilplaats ergens buiten.

Zo lang duurt het huurcontract; dus is het wachten op het moment dat we de kleine pubs zien rondscharrelen op camera.

Want dat is het moment dat ik de oorzaak kan aanpakken.

Dat gat dicht maken en het dier verder geen enkele gelegenheid meer bieden hier illegaal onderdak af te dwingen. Hij moet het dan doen met de voorhanden natuur.

Ook al hoort hij daar ook niet, want het is een asielzoeker, achtergelaten door Amerikanen na de 2e Wereldoorlog ( de racoon was hun mascottedier ) en door pelshandelaren die de beesten hier hadden ingevoerd om hun pelsen. Verschillende ontsnapte exemplaren hebben ervoor gezorgd dat de wasbeer nu een roofdier is dat ook in de Ardennen vaste voet begint te krijgen.

Als het aan de gemeente ligt, wordt hij vernietigt. Maar deze politiek ligt me niet.

Ik zoek liever de oorzaak aan te pakken.

En voor zover mijn invloed gaat is het enige dat ik kan doen haar geen gelegenheid meer geven om zich te vestigen.

De last die zij veroorzaakt heb ik mezelf op de hals gehaald door dat gat een gat te laten.

Als dat dicht is, zal zij andere plaatsen zoeken.

Ergens in de natuur hopelijk. Ook al is zij een z.g. invasieve soort, het voelt niet goed om haar om te brengen.

Maar ik moet er beslist geen huisdier van gaan maken.

Vandaar ons contract.

En wel; deze ochtend maak ik de camera open en bekijk de beelden en zie de afbeelding:

 

 

Moeder en dochter ? Moeder en zoon? Geen idee. Maar het is er maar één!

Dat had ik niet gedacht.

Ik kijk het nog een paar dagen aan en dan gaat het gat dicht. En is het gedaan met de voorstelling. Einde contract.

Het is nodig een stevig standpunt in te nemen want de andere stem poogt ruimte te krijgen. De stem die verleidt. Zo’n lief koppeltje, daar kunnen we toch wel even van genieten. Enzovoorts….

Moederschap en vaderschap. Twee polen die beiden vragen om aandacht. Om geleefd te worden.

Een typisch archetypisch thema dat de Ouden verbonden met de oerbeelden van Kreeft en Steenbok.

En in het zonnejaar hun plaats hebben rond de oude feesten die horen bij de zomerzonnewende en de winterzonnewende.

De twee kruispuntfeesten van het jaar.

Twee archetypische krachten die ons in contact brengen met twee thema’s die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. 

Ruimte geven aan en begrenzen.

Openen en afsluiten. 

Moederschap en vaderschap; liefst tegelijk.

Omdat het twee polen zijn van één principe. 

De zorg voor nieuw leven.

Onze grootste opdracht. Of we dat nu tot uitdrukking brengen in de vorm van de opvoeding van onze eigen kinderen of dat dat onze houding bepaalt in de zorg voor onze geesteskinderen. Of de wijze waarop we ons verhouden als tuinier in onze zorg voor onze tuin.

Of onze grondhouding in de wijze waarop we de ander hulp verlenen.

Als je de beide krachten acht verandert je grondhouding compleet.

Lief zijn voor is dan soms ook de ander duidelijk maken waar voor jou de grens ligt.

De ruimte die de ander eist voor zijn ogen sluiten.

Laten zien dat nee evenveel achting vereist als ja.

Aan het begin van de lente laat de kosmos zien wat geboorte vermag als kracht binnen de schepping. Reden voor een feestje. Voor de één heet dat dan Beltane, voor de ander Pasen.

Aan het begin van de herfst laat de kosmos zien wat dood vermag als kracht binnen de schepping.

Reden voor een feestje? Ik dacht het niet.

We hebben ons losgemaakt en doen liever onze goesting heet dat in Vlaanderen. Of onze eigen zin in Holland.

Het verband is gelost. En waar verbanden gelost zijn, dringt de infectie binnen. En gaat er iets mis. Om ons te tonen dat het verband gelost is.

Het verband eenmaal hersteld, toont ons de twee die van nature verbonden zijn en door ons verbonden beleefd en geleefd kunnen worden. Zodat daaruit een derde ontstaat. 

Iets geheel nieuws. Nooit eerder vertoond!

Geboorte en dood kunnen verbonden worden als we de moeder en de vaderkracht evenwaardig in ons laten werken. Want het zijn die twee krachten die samen zorg dragen voor dat nieuwe leven.

De natuur geeft ons geboorte en dood met de lente en de herfst.

De zomer en de winter herinnert ons er aan dat we de Kreeft, moederschap en de Steenbok, vaderschap samen in ons moeten laten werken zodat we vandaar weten hoe we met geboorte en dood moeten omgaan.

Als we deze vier in het juiste verband leggen, in een kruis; een gelijkarmig kruis, dan zijn wij het die, de twee verbonden houdend in het midden, als vijfde element dit kruis kunnen laten bewegen in de richting die het wil. 

Zoals een klein kind aan het strand dat van nature leert, wanneer het zittend aan de waterkant, met zijn schepje en emmertje, speelt met water en zand, terwijl de wind om hem heen waait en de zon zijn bolletje verwarmt.

Of als hij wat groter is, samen met zijn vader zijn eerste vlieger op laat.

Thuis heeft hij van zijn vader twee bamboestokken gekregen die hij nauwkeurig bijeenbindt met touw in de vorm van een kruis. Zijn moeder heeft van wat restjes zijde een lap gemaakt van vier kleuren, die over het raamwerk, de ruit, getrokken worden en vastgemaakt.

Met zijn vader en zijn moeder gaat hij naar het strand. Legt de vlieger in het zand. Brengt de staart met vele gekleurde linten aan. Bevestigt het vliegertouw aan de vlieger. Maakt de lijn van vliegertouw vast aan de vlieger en aan de houten klos die straks in zijn hand ligt.

Zijn vader tilt de vlieger op. Zelf loopt hij weg van zijn vader met de lijn in zijn handen die zich langzaam afrolt van de klos.

Dan draait hij zich om en als de wind goed staat, gooit zijn vader de vlieger een klein stukje de lucht in en dan….

Zal hij leren dat de kunst van het vliegeren erin bestaat het evenwicht te vinden tussen:

Ruimte geven aan het touw en op tijd het touw vastpakken en vastzetten.

Ruimte geven aan de vlieger en op het juiste moment de vlieger stil te zetten. 

Zodat de wind juist daardoor de vlieger brengt waar hij moet zijn.

Dit vinden van dat juiste evenwicht, zoeken en vinden wat de lucht, de geest, wil met de vlieger, dit wonderlijke gebeuren daar is een woord voor.

In het vliegeren leer je wat vieren betekent.

Leer je wat ruimte geven aan en begrenzen doen met de geboorte en dood.

Waar vieren en leven bij-één komen.

 

 

© Willem Versteeg

20 juni 2022

 

Willems blog over de kosmische verbanden

Huize Poustinia

 

What’s in a name – waar de Geest het element “lucht” beroert.

Gepubliceerd op 25 mei 2022 door Willem

Heb je ook ergens een voorwerp in huis dat je een naam hebt gegeven? Je stofzuiger, je wasmachine, je gitaar?
Niet alles krijgt een naam van je. Maar sommigen dingen wel degelijk.
Heb je je wel eens afgevraagd waarom je dat doet?
Moet je eens doen.
Je zult dan ontdekken dat je gehoor geeft aan een bepaalde neiging.
Maar voor ik verder ga, laat ik eerst even stil staan bij wat ik zojuist heb geschreven.
Moet je ook eens vaker doen.
Om te ontdekken dat we nauwelijks stil staan bij wat we zeggen. Deden we dat wel dan zouden we veel vaker merken, dat de taal, middels de woorden die we gebruiken, ons veel meer vertelt dan we denken te zeggen met dezelfde woorden.

“Je zult dan ontdekken dat je gehoor geeft aan een bepaalde neiging

Drie essentiële woorden komen hier in één zin bijeen.

1
Ontdekken verwijst naar het feit dat er iets afgedekt is dat zich maar toont wanneer er moeite gedaan wordt om het te vinden als je de bereidheid hebt om te zoeken.
Deze bewuste zin van hierboven kwam na de opmerking: “Moet je eens doen”
Dat verwijst weer naar “je eens afvragen waarom je dat doet”
Je eens afvragen waarom je dat doet. Hierin toont zich de bereidheid om te zoeken.
Dit is de grondhouding die we nodig hebben om het leven en vooral ons zelf beter te leren kennen.
De wens om te zoeken doet uiteindelijk vinden. Vinden doet ontdekken en toont dus wat er al lang was, maar niet gezien werd.

2
Mooi, het tweede woord uit die zin: “dat je gehoor geeft aan”.
Deze is wat moeilijker omdat er twee elementen in verstopt zitten.
We gebruiken hier en zoals je weet veelvuldig in onze taal, een uitdrukking, een beeld waarmee we iets omschrijven.
Gehoor geven aan betekent zoveel als: je antwoordt, je reageert.
Maar in de uitdrukking is plaats gemaakt voor een lichaamsdeel, het oor, en haar functie, het horen. En dat beeld maakt nu net dat er aan het antwoord geven aan, aan het reageren  op, iets vooraf gaat. Namelijk het horen.

En horen staat en valt bij luisteren. In die zin dat horen meer bij het oor hoort en luisteren dichter bij jou staat. Terwijl luisteren als werkwoord dan weer een dubbele betekenis heeft. Die van luisteren waarbij horen essentieel is en luisteren in de betekenis van gehoorzamen. En ja daar zit dat oor weer in.
Zie je hoe alles met alles samenhangt.
Wel als je dus goed luistert wat hoor je dan in die zin.
“Je zult dan ontdekken dat je gehoor geeft aan een bepaalde neiging”

3
En nu staan we stil bij het derde element van de zin.

Dat er een neiging is waaraan je gehoor geeft.
Er gebeuren dus minstens twee zaken.
In jou is er iemand die blijkbaar kan luisteren en horen en er is iemand die kan reageren op een neiging.
De luisteraar in jou ontdekt dus dat er neigingen zijn in jou.
En hij ontdekt dat er iemand in jou is die bepaalt of je op die neiging reageert.
Veel woorden om stil te staan bij deze drie zinnen:

Heb je je wel eens afgevraagd waarom je dat doet? (Voorwerpen een naam geven)
Moet je eens doen.
Je zult dan ontdekken dat je gehoor geeft aan een bepaalde neiging.

Voor mij is dat een eenvoudige oefening, een meditatiemoment om, in dit geval middels het stil staan bij de betekenis van taal, te onderzoeken, hoe ik in het leven sta.
Of anders gezegd; hoe ik geneigd ben mijn neigingen mijn leven te laten sturen.

Want dat is voor mij de grootste ontdekking.

De neiging om de dingen een naam te geven dat noem ik een archetypische kracht die iedereen bezit. De Ouden hadden zelfs een naam voor dit menselijk vermogen.
Zij noemden dit de “Tweelingen”.
En zij koppelden dit aan een sterrenconfiguratie aan de hemel; op hun manier uitdrukking gevend aan hun idee dat dit vermogen aan ons geschonken was en werd door de Goden.
In de Griekse mythologie vind je talloze verhalen waarin sprake is van de God Mercurius die de belichaming is van dit vermogen.

Of weer anders uitgedrukt; de Geest die in de mens werkzaam is drukt zich, wanneer hij middels het beeld van de Tweelingen in de mens tot werkzaamheid komt, uit in de taal.

Wat poogt de Geest in de mens, wanneer hij zich hult in een Tweelingen jasje, te bewerkstelligen.

Hij toont ons dat twee elementen, die op het eerste gezicht zich verhouden als een paar tegenstellingen, dat deze twee door de kracht van een derde, de Geest, zich met elkaar kunnen verbinden op een dusdanige wijze dat de twee zich niet langer ervaren als tegengestelden, maar elkaar kunnen gaan ervaren als tegendelen die elkaar aanvullen en samen iets nieuws kunnen creëren, als zij samen deze Geest in zich willen laten werken.

Het is de Geest, vermomd als een neiging tot – het geven van namen – het willen vertellen – het willen praten over – het willen contact leggen middels taal – kortom het is de Geest die ons in contact brengt met het archetypische begrip communicatie.
Communicatie in al haar vormen.
Als woordkunstenaar middels taal.
Als versierder op de kermis in het voorjaar.
Als de bloem en de bij.

De Geest wil zijn stempel drukken op bv. deze twee:
een wit vel papier en een klein potje zwarte inkt en een ganzenveer.
Hij stuurt de hand die de letters op het papier aanbrengt en daarvoor de veer hanteert.
Het is aan jou of dit schrijven een opruiend politiek pamflet wordt of een liefdesgedicht.
Een giftige tweet of een verwoording van een geweldig idee dat je door Hem gegeven werd.

Het maakt in wezen niet uit wat je samen met Hem doet. Als je Hem in jou laat werken wordt je tot zijn dienaar en leert hij je van alles.
Hij is de belichaming van de derde kracht die tot doel heeft de twee met elkaar te verbinden opdat de derde zich kan manifesteren.
Dat kan Hij niet alleen, daarvoor heeft Hij jou nodig. De twee die in jou zetelen in de twee helften van je mens zijn. Je man en vrouw zijn. Je twee hersenhelften.
In innige samenwerking.
Hij kenmerkt zich middels het resultaat. Verbinding door communicatie.

Mocht het resultaat van je schrijven, je praten, je pamfletten, je communiceren tweedracht zijn, weet dan dat een andere geest je neiging heeft weten te gebruiken.

Eerlijk zelfonderzoek middels de vraag van hierboven:
“Heb je je wel eens afgevraagd waarom je dat doet?
Moet je eens doen.
Je zult dan ontdekken dat je gehoor geeft aan een bepaalde neiging.”
zal je op het spoor zetten van die andere “geesten” in jou.

Er is veel in ons dat aandacht vraagt, dat zich wil uiten, dat gehoord wil worden, bijna altijd zaken die door ons of onze opvoeders aan de kant geschoven werden als “niet in orde” – “niet op zijn plek” -“dat hoort hier niet” enz.
Maar ondanks alles, willen al deze aspecten, dat ze door jou serieus genomen worden en een plek in “jouw” geheel mogen krijgen. Dat ze zo door jou geheeld worden.
Dit werken aan “heelwording” krijgt volop kansen als het motief start vanuit de Geest, met andere woorden, als je in eerlijke communicatie met ze wilt gaan.
Zodat ze gehoord worden door jou. Zodat ze zich gehoord voelen door jou.
En wanneer ze eenmaal zich gehoord weten, laten ze minder negatief van zich horen. Maken ze minder van hun oren.
Sterker nog, hoor je, dat ze, deze afgescheiden aspecten van ons mens-zijn, onze zogenaamde complexen, onze zogenaamde (vaak door anderen zo genoemd en daardoor ook door ons zelf zo genoemd) ongezonde neigingen,
zelf best wel een idee hebben op welke plek in het geheel in jou, zij zich het meeste thuis voelen.

Als het maar niet meer in de kelder is of op zolder. Maar daar waar de zon schijnt, waar de Geest aanwezig is. Waar het echte leven gestalte krijgt met alles erop en eraan.
Waar er geluisterd wordt naar. Waar gehoord wordt.
En waar vervolgens met het gehoorde aan de slag gegaan wordt.
Daar gaat deze Tweelingen kracht voor, wanneer hij of zij zich uitdrukt in het element lucht.
Als de Geest de lucht in beweging brengt, in trilling, dan wordt zij tot klank en kleurt zij alles om zich heen.
Of dit nu de lucht zelf is die de vlinders naar de bloemen voert of de in trilling gebrachte lucht die wordt tot taal.
Zoals de natuur in een wilde tuin, zoals hier rondom het huis, elke dag opnieuw in deze tijd van het jaar toont. De tijd van het jaar dat alles in de natuur en de mens draait om communicatie met. De Tweelingen tijd.
De tijd waarin we elkaar vertellen wat ons roert en beroert.

Geniet ervan.

 

©        Willem Versteeg

25 mei 2022.

 

Een nieuwe feestdag – Earth’s Day

Gepubliceerd op 22 april 2022 door Willem

Rond de 21e april schuift de zon het beeld binnen van de Stier.

Symbolische taal om aan te geven dat er weer een iets andere sfeer in de lucht hangt gedurende deze tijd.

Volkeren van alle tijden hebben dit gemerkt en pogingen gedaan deze ervaring op één of andere wijze “vast te leggen” in vieringen, in feesten in rituelen.

Men besefte maar al te goed dat hun leven op alle mogelijke wijzen niet enkel verbonden was met “het grotere daar buiten en daar boven”, maar dat het leven in zijn totaliteit volledig aangestuurd werd door grotere krachten die hen ver te boven gingen.

Leven, zoals alle culturen over heel de planeet beseften, was en bleef een groot mysterie, dat zich aan de mens vertoonde in haar polariteit via wat men de twee “poorten” noemde.

Het Leven kwam tot uitdrukking in talloze vormen middels wat men geboorte noemde. Doorbraak, ontluiking, openbaring, open barsten. Talloos zijn de woorden die werden gegeven aan dit proces dat zich in talloze vormen aan de mens toont.

Afhankelijk waar dit Leven zich in manifesteerde; mineraal, plant, dier of mens, volgde de openbaring haar eigen proces en tijdspanne, beïnvloed door talrijke omstandigheden die als een lotservaring werden ervaren.

Om uiteindelijk te belanden bij de tweede “poort”, die van de dood die op zijn beurt ook in talloze vormen zich aandiende en evenzo vele namen ontving.

Van vergaan tot uiteenvallen, afsterven, transformeren, doodgaan.

Wat er achter de poort gebeurde bleef een groot mysterie en of het daar een vorm aannam evenmin.

Nog  altijd weten we niet wat er van te maken.

 

Deze “twee poorten”, geboorte en dood, verbinden twee momenten in het jaar met elkaar.

Deze polariteit drukt zich uit in de beelden Stier en Schorpioen.

Geplaatst rond de 21 van de maand april en de 21e van de maand oktober.

Volop lente tegenover volop herfst.

 

De Stier, een lentebeeld, dat verwijst naar het enorme vermogen van bv. runderen om enorme hoeveelheden gras om te zetten in verschillende andere vormen van eiwit die in de vorm van melk en vlees door de mens eeuwen lang gebruikt zijn. Dieren die zich hebben gegeven en opgeofferd aan de mensheid ter wille van hun ontwikkeling. 

De Schorpioen, een herfstbeeld, als symbool van de macht van de dood. De macht die rust in de duisternis en vroeg of laat zijn hol uitkomt en toeslaat.

In vroeger tijden werd het beeld van de Schorpioen ook gekoppeld aan het beeld van de Adelaar die, zijn nesten bouwend tussen grote hopen afval, restanten van gedode prooien, een positie bekleed in het luchtruim waar hij alleen heerser is. Van grote hoogte, alles overziend, met ogen die ongekende mogelijkheden bezitten, staat hij symbool voor het vermogen je te verheffen en een “helikoptervisie” te ontwikkelen die maakt dat alles in een veel grootser verband aanschouwd kan worden. 

Beide dieren hebben ons op deze wijze door de eeuwen geholpen anders naar de twee poorten te schouwen.

De Stier als archetypisch beeld toont ons dat schepping en creativiteit het resultaat zijn van eindeloos vormen blijven transformeren totdat de diepere kwaliteiten, de hogere aspecten die er in verborgen liggen zich tonen.

De Schorpioen als archetypisch beeld toont ons dat sterven aan, ruimte maken voor, een noodzakelijke voorwaarde is voor het laten ontstaan of het vinden van iets nieuws.

Zo gezien zijn schepping en transformatie tot elkaar veroordeeld in die zin dat ze de twee polen uitmaken van een magneet.
Ze trekken allebei heel sterk aan één kant iets naar zich toe, dat de andere kant wenst te ontwijken.
Totdat de mens die zich hiermee verbindt, ontdekt dat hij niet moet kiezen en vechten tegen, maar dat het Grotere Leven van hem vraagt dat hij ze bijeen brengt.
Dat hij werkt aan de uiteindelijke oplossing.
Een oplossing in de zin van een versmelting van deze z.g. tegenstellingen die hij zo maakt tot tegendelen.
Tegendelen die samen het derde verbindende element de ruimte geven zich te manifesteren.
Want enkel daardoor, door deze verbinding, kan het Leven zelf doorheen de artiest die dit welhaast alchemistische werk volbrengt, zich in de wereld tonen.

Want dit is wellicht wat het Licht, het Leven wil, wellen.

Opborrelen, openbaren, groeien, uitlopen, zich manifesteren.

Typisch iets wat de lente ons middels de Stier toont.

Feestdagen, rituelen en vieringen overal op de wereld, behorend bij welke cultuur dan ook, zullen deze dubbele dynamiek in haar diepste wezen tot uitdrukking willen brengen.

En zo zoekt het Grote Leven ons elke maand te tonen welke aspecten zij in zich draagt en het is aan ons daar uitdrukking aan te geven als mede-schepper.

Eén van die vele uitdrukkingsvormen is bv. de Dag van de Aarde.

Deze dag die in de lente van 1970 ter doop gehouden werd, luidde de komst in van de wereldwijde beweging die ons bewust wilde maken van onze verbinding met Moeder Aarde.

Hoe kan het ook anders. Zij wordt gevierd op 22 april.
Is dus bij uitstek een feest waarin de Stier en Schorpioen idealen sterk tot uitdrukking komen.

Er is op internet veel te vinden omtrent deze feestdag, zoals bv, 

www.dagvandeaarde.nl en heel veel meer. 

Zoals: www.earthday.org

Enzovoorts.

Kijk maar eens rond.

 

Vele groeten uit Poustinia,

 

We zijn volop bezig onze nieuwe koers uit te werken, want ook voor ons geldt dat veel van het oude zal moeten plaats maken voor iets nieuws.

Gun ons nog wat tijd, we melden ons wanneer één en ander duidelijke vorm begint aan te nemen.

 

©         Willem Versteeg

22 april 2022

De Lente-evening in een Oosters jasje

Gepubliceerd op 21 maart 2022 door Willem

Voor miljoenen mensen in landen in Centraal Azië, India, Turkije, Armenië, maar ook in Bosnië-Herzegovina, is de 20e maart een belangrijke, zo niet de belangrijkste feestdag van het jaar. Vaak ook wordt de dag op de 21e maart gevierd.

In 2010 heeft zelfs de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties deze dag erkend als de Internationale Dag van Noroez en beschreven als een lentefeest van Perzische oorsprong.
Noroez (er zijn vele andere schrijfwijzen van deze naam) dateert van lang voor de komst van de islam. Men viert dan de terugkeer van het licht, van de zon en het begin van een nieuw jaar. Het moment dat de duisternis werd overwonnen door het licht.

Tijd ook om stil te staan bij hen die zijn heengegaan. Het is feest van verzoening en van loutering. En de vele volkeren die dit feest door de eeuwen hebben gevierd hebben zo hun eigen typische rituelen ontwikkeld.

Google maar eens op de begrippen Haft Sin en je krijgt een goed beeld van deze rituelen en de bijzondere vorm waarin deze gestalte krijgen.

Denkend aan wat er op dit moment vlak bij huis in Oost Europa gebeurt, gebeurtenissen die verder reiken dan we ons kunnen voorstellen, heeft het niet veel zin om te filosoferen over oorzaken, verbanden of wat ook.

Dit overstijgt ons. Dit is alles zoveel groter, dat het ons dwingt ons te keren tot datgene dat ons allen overstijgt.

Onze verbinding met dat grotere, het kosmische dat ons laat leven en ons telkens voor de keuze stelt.

Want wat ons gebeurt daar hebben we geen keuze in, ons ingebed wetend in een zo veel groter geheel van krachten.

Waar we wel invloed op hebben is de manier waarop we reageren.

Eén van de wijzen waarop we kunnen reageren is tonen dat we ons blijvend wensen te verbinden met dat grotere middels rituelen die tot ons culturele erfgoed behoren.

Onze eigen cultuur hier in het westen heeft voor deze tijd wat minder te bieden, maar we zijn niet alleen. 

Vandaar dat ik je wil vragen om eens een kijkje te nemen bij de “Buren” en hoe zij het Haft-Sin ritueel vormgeven.

Opdat we de banden die ons verbinden weer wat sterker aanhalen.

Kijk eens op:

 

 

De Vissen het carnaval

Gepubliceerd op 20 februari 2022 door Willem

 

Hoe laat is het?

Zelden vragen we ons af hoe vroeg het is.

Trouwens als je je dat af-vroeg ben je al te laat met vragen.

Want wie te laat is, is af. Vroeg-af. Te laat!

De tijd als dictator. Als een klok, die ook slaat. Als staal.

Koud en hard dicteert hij of is het een zij, het uur.

En vormt uur om tot duur, het stuurt. Van uur tot uur.

Zo beleven en kennen wij de tijd. 

Ver-lopend langs een keurig lijntje, lineair, maar rond op de klok.

Op de wijzerplaat van de oude klokken wordt deze paradox in beeld gebracht.

Lineair verlopende tijd gevangen in een cyclus.

 

 

Chronos en Kairos.

Ook de Grieken keken al op meerdere wijzen naar de tijd.

Chronos symboliseert de tijd, het verloop van de tijd.

Terwijl Zeus jongste zoon Kairos staat voor de kwaliteit, het ge-schikt-e moment.

Chronos toont ons het verloop van de tijd volgens een strak schema.

Kairos laat ons zien welke kwaliteit de tijd heeft op dat moment. Wat er als het ware “in de lucht hangt”.

Hou het maar eens in de gaten. Als je woorden tegen komt waarin “(t)eit” staat dan speelt Kairos daar een rol. Woorden met “tijd” erin komen van Chronos.

We leven met Chronos en Kairos leeft ons.

Chronos stuurt ons leven met de tijd en Kairos poogt ons de kwaliteit van de tijd te laten ervaren.

Maar het is zo jammer dat als we naar de klok kijken, we ons enkel nog bezig houden met Chronos.

We hebben de oude klokken zelfs vervangen door digitale exemplaren die exemplarisch zijn voor dit gegeven, aangezien, ja hun aangezicht toont ons slechts cijfers.

Maar ook als we kinderen leren klokkijken vertelt niemand ons nog dat de twaalf tekens rondom de klok symbool staan voor 12 verschillende kwaliteiten; dat er in een dag 12 verschillende energieën in de lucht hangen.

Het waren vooral de Babyloniërs, heel lang geleden, die in het Tweestromenland, dat we nu kennen als Irak, vaststelden dat de zon ongeveer om de twee uur, telkens voor een ander sterrenbeeld aan de hemel stond. 

In één dag maakte de aarde als het ware een reis langs de 12 beelden van de zodiac, de dierenriem.

Maar ook in het groot, gedurende het zonnejaar, als de aarde een ronde om de zon had afgelegd, bleek dat er twaalf perioden waren dat de zon ’s morgens op kwam tegen een elke maand andere achtergrond.

Zo werden de 12 sterrenbeelden gekoppeld aan de twaalf perioden (maanden) van het jaar.

Ze stelden nog andere, grotere cycli vast, maar dat voert voor dit verhaal nu even te ver.

Strikt genomen komt het hier op neer dat alles wat leeft op deze aarde door verschillende cycli heengaat. En elke cyclus heeft een specifiek karakter. En het leven hier op aarde, in welke vorm dan ook, is in feite de uitdrukking in de vorm van het typische karakter van deze 12 oerbeelden, deze vormgevende krachten die in de schepping werkzaam zijn.

De innerlijke drijfkracht, de motor zogezegd, het motief, dat de vogel ervaart om te paren en te nestelen, om maar eens iets te noemen, valt samen met de sterke behoefte die mensen in het voorjaar ervaren om naar buiten te gaan, te feesten, de kermis op te gaan en zo uitdrukking te geven aan een kracht die de Ouden het archetype van de Tweelingen noemden.

Of kijk eens naar de oerkracht die maakt dat mensen samen de straat op gaan, alle persoonlijke verschillen aan de kant zetten en zich storten in een collectief gebeuren, als haringen (Vissen) in een ton, waarin men een haast oceanisch gevoel gewaar wordt. 

Het oer-carnaval, zo typisch voor deze komende tijd van het jaar. 

In de cyclus van het leven in een zonnejaar vinden we vier kwartieren; één van geboorte en opgroei, één van volwassenwording en rijping, één van ouderdom en delen van wijsheid en één van sterven en terugtrekking naar een andere wereld wachtend op een nieuwe geboorte in het volgende kwartier.

Alle levensvormen geven elk op hun eigen wijze uitdrukking aan dit proces.

We spreken dan ook over een ontwikkelingsproces.

Ook bij ons.

Zo laat de laatste periode van het zonnejaar, de fase van 20 februari tot 21 maart, die door de Ouden werd verbonden met het beeld van de Vissen, ons zien dat onze bestemming als individu, het doel van ons ontwikkelingsproces, ligt in het ons bewust worden van het grote, ons overstijgende collectief waar we deel van uit maken.

De persoonlijke ontwikkeling tot een individu, hetgeen betekent een onverdeeld persoon, dat hoort bij het beeld van de Leeuw, leert ons om ons ik-beeld te verbinden met wie we diep in ons hart “zijn”, hetgeen het volgende beeld van de Maagd ons leert.

Na de Maagd gaan we nog een lange weg die ons dan uiteindelijk leidt naar het tegenbeeld van de Maagd, de Vissen, dat ons toont dat ons individuele ontwikkelingsproces uiteindelijk tot doel heeft dat we een bewust levend wezen zijn dat zijn eigen plek inneemt binnen een groter geheel.

Een bewust geworden draad binnen het grotere levensweb.

In het woordje in-wij-ding ligt deze grote opdracht besloten.

We zijn “slechts” een ding in het grotere Wij.

We kunnen het hen niet meer vragen maar degenen die de oerbeelden van de dierenriem rangschikten, waren misschien de eersten die de psychologische ontwikkeling van de mens herkenden in de vormende krachten die zij in het natuurgebeuren ontdekten.

Vormende, Grote Krachten, Goden, die op Hun beurt ook weer uitdrukking waren en gaven aan dat ene beeld dat aan de schepping ten grondslag lag en Licht.

 

©         Willem Versteeg

20 februari 2022

Een van de vergeten feestdagen

Gepubliceerd op 2 februari 2022 door Willem

 

In eerdere verhalen die ik heb verteld heb ik eens stil gestaan bij de oorspronkelijke feestdagen. 

Althans bij die feestdagen die minder verbonden zijn met heersende culturele of godsdienstige stromingen, maar terug gaan naar een tijd dat de mens veel sterker verbonden met de hem omringende kosmos zijn verbondenheid met en afhankelijkheid van, in feesten tot uitdrukking bracht.
Want daarom feestte en vierde men al sedert mensenheugenis.
De relatie tussen zon, maan en aarde, waarvan al het leven op de planeet volledig afhankelijk was en is, gold als uitgangspunt.
Daaraan gekoppeld een oeroud fenomenologisch feit, de levendige ervaring van wat er zich zoal afspeelde in het leven van alledag; of eenvoudig gezegd – de kennis van wat er in de lucht hing.

De oeroude symbooltaal die zijn weerslag terugvindt in de beeldencyclus die tot ons gekomen is als de symboliek van de zodiac is in wezen een prachtige beeldentaal van alle opgeslagen kennis en wijsheid van alle eeuwen die de mensheid van vroeger heeft verzameld.
De beeldentaal van de zodiac gaat terug op het oerkruis dat vier heilige momenten in het zonnejaar markeert die ons de bijzondere relatie toont tussen de aarde en de zon.
Vier momenten worden gemarkeerd waarop de mens heeft ervaren dat er iets heel speciaal in de lucht hing.
Elke maand observeerde men dat de sfeer veranderde en zo ontstond een heel beeldenboek waarbinnen men een twaalftal heel eigen sferen herkende die elk hun eigen beeld en betekenis tot uitdrukking brachten en zo in evenzovele symbolen en rituelen werden gevat.

Laat ons eens focussen op één van de kwartieren van het zonnejaar.
Neem de wijzerplaat van de oude klok als uitgangspunt en richt je op de periode links onder, van zes uur tot negen uur. Dat kwartier van het zonnejaar.
Een periode waarin we zien dat de levensenergie vanaf zes uur, 21 december in het jaar, de opstijgende tendens aanvat. Op weg naar haar punt waarop ze als het ware haar kop boven de grond steekt, negen uur, 21 maart in het jaar, als je een denkbeeldige lijn trekt als horizon door de negen en de drie. Alles daarboven is dag, alles daaronder is nacht.

We zoomen in op dit kwartier en zien dan gedurende die periode dat de levenssfeer vooral gedomineerd wordt door drie beelden. Steenbok vanaf 21 december, Waterman, vanaf 20 januari en Vissen vanaf 21 februari.
Drie beelden die werken vanuit de drie elementen aarde, lucht en water.
Drie beelden die de levensenergie vanuit de diepte mobiliseren in de richting van de manifestatie die vanaf 21 maart gestalte gaat aannemen.

Wel in het midden van dat kwartier, in het midden van de winter, valt de datum 1 en 2 februari. Dat is hartje Waterman.
Vanwege het naijleffect in de atmosfeer is de winter hier qua temperatuur op zijn koudst.
Dit is op een andere wijze midwinter.

De mensheid heeft aangevoeld dat in deze periode, waarin drie elementen sterk op de voorgrond treden, hij zelf het element dat ontbreekt, of beter gezegd meer op de achtergrond in het verborgene speelt, naar buiten moet uitdragen om de vier bijeen te brengen. Dat is het element Vuur dat in deze fase “ontbreekt”.

Steenbok dat de Aarde als element binnenbrengt, Waterman met Lucht en Vissen met Water, roepen de mens op zich wezenlijk met het element Vuur te verbinden deze dagen.
En wat blijkt; aan dit oeridee hebben alle latere culturen op hun eigen wijze uitdrukking gegeven.

Hoe mooi is het dan niet dat ik vandaag van mijn schoondochter, die sterk verbonden is met de Waterman, een aantal foto’s krijg die tonen hoe ook zij met haar man, mijn zoon, hun dochter, mijn kleindochter Linde, inwijden in dit oeroude beeld opdat zij zo jong mogelijk deelachtig kan worden aan dit unieke principe.

De Kelten vierden rond dezer dagen Imbolc, de oude Ieren kennen deze dagen als het feest van de vuurgodin Brigid.
In katholieke huizen wordt hier en daar nog een licht naar buiten gedragen.
Men spreekt van Maria Lichtmis. 

Het licht dat met de Kerst geboren en ontstoken werd, mag, nee moet nu naar buiten, aan het werk gezet, om Pasen straks mogelijk te maken.

En wij als mensheid spelen daar een actieve rol in als we die rol willen herkennen en erkennen.
Door in het “putje van de winter” het licht naar buiten te brengen, wordt er ook van binnen diep in je zelf iets klaargezet dat bepalend wordt voor de komende cyclus.

 

 

De Watermankracht komt in beweging.

Vaak wordt gedacht dat het water van de Waterman uit zijn kruik stroomt voor de dorstigen. Dat het over water gaat. Maar het is een lucht-beeld hetgeen wil zeggen dat het hier ons denken betreft.

Maar we dienen het te verbinden met de diepere verborgen kracht van het vuur dat in dit kwartier van het jaar diep verborgen in de grond sluimert, wacht, om opgestuwd te worden, naar boven te komen en als een bron opgevangen wordt en uitgestort wordt in de vorm van geestkracht. Van geestelijk enthousiasme dat anderen inspireert en in beweging zet.

Want de drie beelden tonen dat het juist dit element is, het vuur, dat in dit jaar-kwartier “ontbreekt”.

Het is aan ons, de mensheid, deze kracht die sluimert in de Waterman, naar boven te werken, uit te drukken. Deze kracht van de verbeelding, de imaginatie die ons in het diepst verbindt met de geesteswereld, te tonen opdat een ieder herkent wat hier in werkzaam is. 

De Waterman is een lucht teken. Lucht is verbonden met het mentale aspect. 

Maar hier verbindt het mentale aspect, het denken binnen de mens zich met zijn diepst verborgen krachten.
De Waterman, als introvert teken, beleeft het denken als gericht zijnde naar binnen, naar de diepte, naar het onbekende, het nieuwe, de wereld van de inspiratie, de geest.
Daarin zit zijn concept van bevrijding.
Alles wat knelt omdat de vorm niet meer van vandaag is, moet aan de kant, hij effent de weg voor het nieuwe en is en wordt daardoor de revolutionair genoemd. 

Hij is ook de mensenverbinder, want als er iets is dat ons allen verbindt, dan is het wel het element lucht dat wij allen gebruiken en dat wij allen met elkaar delen. 

Maar opnieuw, naar binnen. De innerlijke kwaliteit van lucht komt hier naar boven. 

Dan zien we dat wanneer het vuur ontstoken wordt in de lucht zij geëlectrificeerd wordt. Geïnjecteerd met geestkracht waar de vonken van af vliegen als het ware.

Deze geest wil, moet en zal naar buiten treden. Desnoods als bliksem met donderend geraas soms.

 

 

2 februari 2022 of 2-2-2022 (veel tweeën)

 

© Willem Versteeg

Winterse overpeinzingen rondom verbeeldingskracht

Gepubliceerd op 24 januari 2022 door Willem

 

Natuurlijk was het mijn bedoeling om rond de 21e januari van de partij te zijn, maar je hebt niet alles in de hand.
Het is nog 14 dagen wachten op de nieuwe jaarlijkse impuls van zonnekracht die een ieder op zijn of haar verjaardag ten deel valt, zonnekracht die we nauwelijks zagen de afgelopen dagen en die mijn lijf juist nu goed kan gebruiken want het stelt momenteel niet veel voor.
Ik weet weer eens waar sinussen zitten en hoe dat voelt als ze vol zitten.
Dat doet me direct aan cosinussen en tangens denken maar die ik heb ik nog niet kunnen terugvinden in ons lijf.
De keel is ook niet bij de les, bronchiën liggen overhoop.
Het lijkt verdacht veel op een wintergriep en die geef ik maar de schuld van mijn laattijdigheid.
Het is geenszins een gehengel naar medeleven. Ik weet dat velen rond de 21e van de maand mijn blog verwachten en ik wil graag op tijd zijn; het is tenslotte aan het uitgroeien tot een soort ritueel.
En rituelen ontlenen hun kracht aan hun ritme en regelmaat.
De derde R verwijst naar reinheid in de betekenis van juiste afstemming op.
En zo komen de drie R-ren uit de oude opvoeding van mijn kindertijd even om de hoek kijken.
Eén van de vele driehoek-principes waarvan het leven vol zit, voor wie zoekt naar zin en betekenis.

Er hangt een lage zon aan de hemel die de velden voor mij doet zweten.
Het weer gedroeg zich vreemd, heel vreemd gedurende de afgelopen tijd.
Sedert ik hier woon volg ik het weer nauwgezet en mijn aandacht gaat in het bijzonder uit naar de periode van de Twaalf Heilige Nachten.
Ik volg dan de tendens die zich toont vanaf de Kerstnacht tot en met de 6e januari.
Het gaat niet om typische weerfenomenen in de zin van of er veel mist hangt of dat het regenachtig is.
Ik zoek naar een tendens zo in de trant van hoe beweegt de temperatuur zich gedurende die dagen. Als je die in een grafiek uitzet, welk soort lijn zie je dan. Een redelijk gelijklopende lijn? Of één met veel wisselende golven en grote uitschieters.
Je kunt die dan naast de gemiddelde temperatuursverwachting leggen die hoort bij de streek waarin je woont.

In vroegere tijden hanteerde men dit principe om een idee te krijgen hoe het weer voor het nakende jaar er uit zou zien.
In oude tijden kon men enkel voortgaan op de eigen waarnemingen en overgeleverde kennis uit verre tijden.
Er ligt een bijzonder principe aan ten grondslag.

In het begin van elk proces ligt in het klein als een soort opgerolde slang, de grondslag besloten van het zich in de toekomst ontvouwende proces.

Grondslag, besloten, ontvouwende, proces.
Vier woorden die je vooral als beeld voor je geestesoog moet laten werken.

Het heeft iets weg van het idee dat in het zaad van een boom, een eikel bijvoorbeeld, het complete plan schuil gaat van de volwassen boom.
De mens is in staat om met zijn verbeeldingskracht, daar is niets magisch aan, een beeld op te roepen van een volwassen eik terwijl hij een eikel in zijn hand houdt.
In het innige samenwerken van de vier oerelementen kan het zo zijn dat dat beeld in de tijd gestalte krijgt als alles “goed” gaat.
In het beeld dat je in jezelf gewaarwordt, valt de tijd weg. Daar is de eikel in je hand en als je je ogen sluit kun je het beeld van de volwassen boom als heel prominent aanwezig zien en voelen.
In de embryonale fase die we zelf in de baarmoeder van onze moeder hebben doorgemaakt verloopt een soortgelijk proces.
In potentie ligt alles daar in het gecombineerde DNA klaar voor een nieuw lichaam met al zijn typische eigen-aardig-heden.

Overal in de natuur vinden we dit beeld terug.
Het begin draagt de voorafschaduwing in zich van de toekomst.

We spreken daarom ook van ont-wikkel-ingen, ont-vouw-en, open-baren.
Als we daar ernstig bij stil staan zou dat betekenen dat de uitkomst ( het komt uit – zie je wel) van iets, meer bepaald wordt door de eerste idee dan dat er zich in het ontvouwende proces nog ruimte is voor verandering of aanpassing.
Heeft daarom het gezegde: “Weet waar je aan begint” soms zo veel betekenis?
Zou toekomst dan meer te maken hebben met de simpele manifestatie, het manifest worden van wat reeds was. En betekent “was” niet gewoon een groeiend “is”.
Het gaat dus om “is”.

Het eerste begin. De start van iets. Het idee dat binnenkomt.

Want laten we werkelijk oprecht bescheiden zijn.
Ideeën zijn nooit van ons zelf. Wij ontvangen iets en geven slechts door en spelen slechts een rol van betekenis in de manifestatie van het idee. Zoals de vier elementen in de natuur doen met de eikel.
Als ik een kind verwek doe ik in wezen niet veel anders dan de chromosomen die ik van mijn ouders kreeg, doorgeven aan een nieuw te vormen lichaam die een nieuw wezen omkleedt dat het idee had te incarneren.
Ik maak zelf niet veel.
Ik ben de getuige van een eeuwig proces van ontvangen en doorgeven.

Waar ik wel controle over heb is dat ik zelf kan bepalen aan welke gedachte of welk idee, ik aandacht geef. Welk idee ik , zogezegd, tot de “mijne” maak.
En die aandacht heeft dan betrekking op of ik bereid ben te onderzoeken waar het idee vandaan komt.
In de zin van het onderscheid te leren maken tussen welke ideeën werden er door mijn opvoeding of omgeving in mij geplant.
Me bewust te worden van de neiging ideeën een persoonlijke handtekening te geven.

De mannen die het verdrag van Versailles in 1919 in Parijs samen ondertekenden gaven uitdrukking aan een idee.
De Eerste Wereldoorlog beëindigen. Vrede sluiten.

Was het maar waar.

Hun grondmotief was voortgekomen uit een oordeel, een veroordeling, wraak speelde mee.
Maar het werd verkocht als een vredesvoorstel.
Het bleek, zoals de Duitsers het aanvoelden, tot een Dictaat.
En daardoor ontvouwden zich de langzaam zichtbare consequenties die uiteindelijk leidden tot de Tweede Wereldoorlog.

Ideeën dienen zich te verbinden met zuivere motieven.

Daarvoor heeft de mens de kracht en het vermogen van de Waterman-energie nodig.
Het vermogen van de verbeeldingskracht.
Wij liggen zelf aan de basis van wat we fantasie noemen. Daarmee kunnen we complete werelden creëren.
Verbeeldingskracht is echter iets heel anders.

Het is het te ontwikkelen vermogen in ons dat maakt dat zich een beeld ontvouwt voor ons geestesoog dat hoort bij de idee die ons geschonken wordt.

Een beeld dat zich ontvouwt voor ons.

Dat we niet zelf maken zoals bij de fantasie. Maar een ons geschonken beeld dat langzaam vorm krijgt en zich naarmate wij het omkleden met hoogstaande normen en gevoelens wanneer wij op zoek gaan naar de grotere verbanden waarvan het deel uit maakt, ons langzaamaan enthousiasmeert om deel uit te maken van de realisatie in de vorm met behulp van de vier elementen, een andere manier om te zeggen dat we mee willen werken aan de uiteindelijke vormgeving en uitdrukking ervan in de materie.

Dezelfde Waterman-energie die het mogelijk zal maken dat we de juiste beelden zullen vinden. Beelden die nodig zijn om de ideeën die een Nieuwe Tijd ons wenst aan te dragen uiteindelijk, wanneer eenmaal omarmd door meerderen, gebruikt zullen en kunnen worden als de blauwdruk voor de nieuwe plannen die wij zullen helpen ontvouwen.

Er ligt veel hoop en vertrouwen in de gedachte dat wij als mensheid ons verbonden kunnen voelen in de wetenschap dat we geen oplossingen hoeven aan te dragen voor welke problemen dan ook.
Er ligt een plan klaar voor ons allen. We werken er aan mee of niet.

We dragen stenen aan, niet voor het ontwerp, maar voor de bouw.

Geluk ligt besloten in het besef mee te kunnen werken aan iets groters dan jij zelf in het volste vertrouwen dat het er op één of ander moment zal staan.

En mijn geestesoog schuift enkele gordijnen opzij en doet mij zien naar het verleden waar honderden enthousiaste mensen rij aan rij samen werkten aan de bouw van een majestueuze kathedraal ergens in Europa.

Ze wisten dat ze nooit het eindresultaat zouden zien. Die belofte was er voor hun kinderen. Of hun kinderen…

 

 

©           Willem Versteeg

24 januari 2022.

PS

Even terug naar de weerobservatie van de Heilige Nachten.

In al die bijna veertig jaar hier wonend heb ik zelden zo een sterke tendens gezien die toont dat de temperatuur na enkele dagen met meer dan zes graden omhoogschiet, enkele dagen aanhoudt om geleidelijk weer terug te vallen tot normale proporties.

Als ik dat dan uitzet in een grafiek en die vervolgens interpreteer doordat ik hem afzet op het komende jaar als weersverwachting, dan ben ik eerder een beetje bang voor wat dat kan betekenen.

Krijgen we een voorjaar waar we de temperatuur plotsklaps op hol zien slaan tot onvermoede hoogtes uitlopend op een heel warme zomer die geleidelijk weer in haar patroon valt gedurende de komende herfst.
Of is hier iets anders op de achtergrond bezig, een groter plots oplaaiend vuur?

 

Meld je aan met je E-mailadres en blijf automatisch op de hoogte van ons nieuws: