Verbonden rond een vuur in de donkerste tijd van het jaar

Gepubliceerd op 24 november 2021 door Willem

 We gaan de Boogschutterfase in, de donkerste periode van het jaar.

De periode van het jaar dat de zon alsmaar lager aan de hemel komt te staan en bijkans de aarde in vuur en vlam dreigt te zetten.
We weten nu wel beter maar vroeger was dat wel anders.
Onze verre voorouders zullen ongetwijfeld momenten hebben gekend dat ze dachten, bang waren, dat de aarde verschroeid zou worden door die zon die alsmaar lager aan de hemel kwam te staan.
Rond de winterzonnewende merkten zij dat de zon weer begon te klimmen en dat ze zo ontsnapten aan een groot onheil. Reden voor een feestje!
Wisten zij veel.
Zij wisten wel veel, maar dat waren andere zaken dan wat wij nu weten.
Wij weten dat de zon de aarde niet zal verschroeien. Wij kennen de bewegingen en de ordeningen in ons zonnestelsel en we maken ons dus nergens geen zorgen om. Toch?

Jammer alleen dat doordat we nu weten hoe de aarde om de zon draait we onze achting aan het verliezen zijn voor de krachten die dit alles “in de hand houden”.

En daar in ligt een groot gevaar verscholen.

We zijn ons almaar meer aan het losmaken van de grotere verbanden en in onze hoogmoed noemen we dat bewustwording.
Hoe meer we “woke” zijn, denken we, hoe meer we ons heerser noemen van ons eigen lot.

Gisteren is er een raket de ruimte in geschoten met een sonde aan boord die moet landen op een asteroïde en daar een ontploffing moet veroorzaken die hopelijk maakt dat de baan van deze asteroïde verandert. Daarmee wil de mensheid aantonen dat ze in staat is een asteroïde die op ramkoers met onze planeet ligt, van koers te laten veranderen zodat dat grote blok ruimtepuin voor ons niet langer een bedreiging vormt.

Eén van de vele voorbeelden dat we willen ingrijpen in een systeem dat we als geheel nog helemaal niet begrijpen.
Doordat we ons “groot” wanen ontbreekt ons juist het vermogen de zaken in een groter verband te kunnen zien en duiden.

De Boogschutter-tijd.

De Boogschutter-tijd toont ons een zon die almaar dichter de aarde nadert.
Die het vuur, waar zij niet enkel het symbool van is maar waar zij zelf geheel en al uit bestaat, dicht naar ons toe brengt.
Maar in deze tijd van het jaar is het niet de warmte van dat vuur dat ons nadert. Dat hoort bij de zomer, bij het beeld van de Leeuw.
Warmte is verbonden met passie, met de binnenkant van het vuur. Met het hart van de zon, waar de kernfusie plaatsvindt.

Maar in deze tijd van het jaar, na de fase van de dood van de herfst, waar het beeld van de Schorpioen heerst waarover ik vorige keer sprak, breekt nu de fase aan waarbij de ziel de vorm verlaat.
De levenskracht van de zon die de aarde zo dicht nadert, waar zij de laatste restjes leven meeneemt, doodt, opdat de vorm leeg achterblijft, zoals vuurstormen die bosbranden aanwakkeren het bos voor dood achterlatend, zwartgeblakerd.

De ziel eruit trekken, waardoor de vorm kan desintegreren, uiteen valt in zijn afzonderlijke bouwstenen om daarna te ontdekken dat het bos in nieuwe, nog enthousiastere vormen terug kan keren want de wortels werden niet aangetast.
Deze branden laaien, gaan niet de diepte in, maar trekken horizontaal door de natuur, alles op hun weg wegmaaiend, ruimte makend voor complete vernieuwing.
Zoals laaiend enthousiasme doet aan de vooravond van grote omwentelingen.
Van vurige pleidooien, massale bewegingen die uitmonden in revoluties en het zicht openen op nieuwe vergezichten.
Wachtend op een weer andere vorm van vuur.
Wachtend op de (storm)ram, gedragen door het beeld van de Ram, die het begin van de lente aankondigt en ruimte geeft en maakt voor het nieuwe idee.

De twaalf.

Alle vier de elementen die de aarde en alles wat daar op en in leeft doordringen, tonen zich in drie gedaanten:

In een naar buiten tredende, Yang-e vorm.
Een introverte, de diepte zoekende Yin-ne vorm
en een verbindende wijze waarop ze evenwichtbewarend en evenwichtscheppend is.

Zo ontstonden de twaalf archetypische krachten die als eerste (?) door de Sumeriers zo’n vierduizend jaar geleden, in beeld gebracht werden en die we sedertdien nog altijd kennen als de twaalf beelden van de dierenriem.

Waar de Ram staat voor het extraverte vuur dat we terugvinden in de explosie, in de ontsteking, in de lucifer, toont de Leeuw zich in de hitte van het vuur, de passie, het werk van de smid, het brandend hart, de kernfusie.
Maar in de Boogschutter tijd worden we verbonden met de verbindende kracht van het vuur.
We denken dan aan lopende vuurtjes, om zich heen grijpend vuur, in vuur en vlam gezet worden, laaiende vuren. Warm worden voor, enthousiasme. Samen rond het kampvuur zitten en zingen.
Aanstekelijke voordrachten, vurige pleidooien.

Een vuur dat gaande blijft op één voorwaarde.
Dat het gevoed blijft worden door brandstof en zuurstof.
Vuur dus dat nooit aan de aarde kan ontsnappen.
Sterker nog, dat de aarde nodig heeft voor zijn brandstof.
Brandstof in velerlei vormen, maar hoe dan ook afkomstig van de aarde.
Zelfs de broodnodige zuurstof komt via de groene longen der aarde ter beschikking.
Het beeld toont prachtig hoe dit vuur de verbinding nodig heeft van vuur en aarde.
Zo toont zij dat nieuwe schepping het resultaat is van de overbrugging der tegenstellingen.
Want aarde en vuur zijn elkaars oertegenstelling.
Lucht wakkert vuur aan. Water verdampt door vuur. Aarde verstikt het vuur.

 

Op honderden manieren hebben de Grieken in hun mythologische verhalen ons getoond hoe Zeus, de Schepper van vele goden, eeuwig verbonden met de beelden Jupiter en de Boogschutter, zich onmogelijk kon losweken van zijn vrouw Hera.
Hij probeerde het middels alle mogelijke “relaties” met de kinderen van Gaia-Moeder Aarde, zodoende leven schenkend aan talloze goden en halfgoden die onze diverse menselijke eigenaardigheden weerspiegelen. Maar loskomen van zijn lot, zijn Hera, was onmogelijk.

Als de zon dus in deze tijd zijn satelliet de Aarde nabij komt, komen we oog in oog te staan met de kracht van Jupiter, de Oude Wijze man, verstopt in de Sinterklaas figuur in onze streken, die op zijn beurt niet los kan komen van zijn tegenspeler Zwarte Piet, de kinderlijke enthousiasteling die zich dienaar weet van.
En ons vraagt, eerlijk vraagt waarmee hij ons enthousiast kan maken.
Welk cadeau van hem ons op weg helpt ons innerlijk vuur aan te wakkeren. 

Een innerlijk vuur dat in ons hart aangestoken werd bij onze geboorte en waar we vroeg of laat zelf de brandstof voor moeten aandragen om het brandend te houden.
Opdat het ons als innerlijk brandend vuur levend weet te houden en aanstekelijk kan werken op een ieder die met ons leeft.

Vergeet niet een licht aan te steken wanneer de duisternis valt.

En doe Jupiter de groeten; ze staat op dit moment elke dag bij het vallen van de avond helder te stralen in het zuiden zo rond 18.00 uur.

 

Volgende maand op 21 december start de Steenboktijd met de winterzonnewende en de start van de Twaalf Heilige Nachten, onze jaarlijkse meditatieve periode.

Het zal een bijzondere tijd worden die ons zicht zal openen op de tijden die voor ons liggen.

We hebben enkele door de droogte van de afgelopen jaren gestorven sparren die naast het huis staan moeten omleggen waardoor een groot gat is vrijgekomen waardoor de stralen van het licht van de opkomende zon en maan voor het eerst rechtstreeks op onze kapel vallen.

Lieve groeten van Huguette en Willem vanuit Huize Poustinia.

 

24 november 2021 

 

©          Willem Versteeg

Mee met de golfbeweging de diepte in

Gepubliceerd op 24 oktober 2021 door Willem

 

Geruisloos zijn we een nieuwe maand binnengewandeld.

Gerekend volgens de kosmische kalender die aangeeft dat de zon op haar reis zich onderdompelt in de energie van een nieuw beeld. 

Het beeld van de Schorpioen. We gaan diep de herfst binnen.

De herfst, de periode tussen 21 september, de herfstevening en 21 december, de winterzonnewende, waar de dagen korten, de bladeren vallen en een fantastisch kleurenpalet zich ontvouwt aan talloze bomen.
Midden in deze periode vallen een tweetal dagen die voor velen van ons een bijzondere betekenis hebben.
Allerheiligen en Allerzielen.
Lang geleden door kerkvaders op de kalender geplaatst.
Aansluitend, want ze kenden hun klassiekers, bij de oude gevoeligheden, de oude culturele feesten die vanuit een donker verleden tot ons kwamen en komen.

Cultuur legt telkens een nieuwe laag over een oudere en wekt zo de indruk te evolueren, te veranderen, te verbeteren, meent uitdrukking te geven aan wat men dan vooruitgang noemt.

Maar als je uitzoomt en/of diep graaft zoals archeologen ons tonen, die ijverige mieren die al die lagen blootleggen, dan blijkt dat elke cultuur een nieuwe poging doet aan één bepaald grondthema een nieuwe uitdrukking te geven.

Bij archeologisch onderzoek dat plaatst vindt in het jaar 2974 na Christus, als die toevoeging dan tenminste nog gebruikt wordt, zal men vinden dat ongeveer 1000 jaar daarvoor het een gewoonte was om op begraafplaatsen de doden te omringen met een bepaalde soort bloem die wellicht een bijzondere kracht in zich droeg en de zielen na de dood van het lichaam begeleidde naar wat men toen ‘de hemel’ noemde.

Bij archeologisch onderzoek dat onlangs in de buurt van Stuttgart in Duitsland plaatsvond vond men aanwijzingen in een Keltische grafkamer dat de toenmalige koning van een Keltische stam op rituele wijze onthoofd werd en dat zijn lichaam samen met zijn bezittingen die van onschatbare waarde waren werden begraven.

Een jaar later, tijdens een zelfde ritueel, Samhain genoemd, nam de nieuwe koning zijn plaats in.
Men doodde de koning opdat de stam zou welvaren.

Het gemeenschappelijke gegeven van beide voorbeelden is de datum.
Op 1 november vond dit plaats.
Op en rond 1 november blijken culturen op het Noordelijk Halfgrond in West-Europa zich bezig te houden met de dood.
Het is slechts één van de vele voorbeelden die laat zien dat culturen telkens zoeken naar de op dat moment meest geëigende vorm om uitdrukking te geven aan…

Hier raken we aan de kern van de symboliek en de betekenis van de archetypische beelden die uit een ver verleden tot ons zijn gekomen in de vorm van de twaalf beelden van de dierenriem.
En ik beschouw dit gegeven strikt vanuit de kosmologie.
Lang geleden waren astronomie en astrologie nauw verbonden met elkaar. Men sprak eerder over kosmologie en bedoelde daarmee de studie van de grote samenhangen en verbanden. De relatie van het deel tot het geheel. De relatie van de mens tot de kosmos.
Deze studie deed de mens zoeken naar de zin en betekenis van zijn plaats in deze schepping.
Eén van de grote inzichten die vanuit deze kosmologie nog altijd herkenbaar is, is het gegeven dat men in het tijdsverloop van elk jaar een twaalftal fasen kan herkennen die elk hun specifieke karakter hebben.
We kennen ze allemaal als de twaalf maanden van het jaar. En al een paar jaar probeer ik daarover in mijn blog te getuigen en mensen hiervoor gevoelig te maken, hopend dat je daardoor je meer verbonden weet met de grote krachten in de schepping.
Elke maand heeft een bepaald karakter, een bepaald kenmerk. Elke maand hangt er een speciale energie “in de lucht” waar de natuur en de mens middels de cultuur uitdrukking aan geeft.
De “Ouden” hebben dit karakter een naam en een symbolisch beeld mee gegeven.
Voor deze maand van het jaar, die loopt van 23 oktober tot 22 november spraken zij over de “Schorpioen”

De “Schorpioen” als symbool is verbonden met het element water.
Dat wil zeggen dat het gebied waar we de energie het sterkst zullen opmerken is in het element water.
Voor de natuur zullen we daarom eens nader naar het water kijken en wat de cultuur betreft, het mensengebeuren, is dat analoog aan water het menselijk aspect van zijn gevoelsleven.
De “Schorpioen” beschouwd naar het karakter van de energie, laat zien dat de energie naar binnen gericht is, introvert, de diepte zoekend, passief.

 

Water in de natuur dat zich in een rustige, passieve toestand bevindt vinden we terug in poelen, in moerassen, in delen van meren en beekjes waar de stroming bijna in zijn geheel tot stilstand is gekomen.

Als water zich in die toestand bevindt dan leunt het aan bij de dood. Bij het proces van sterven. Maar stervensprocessen in de natuur leunen dicht aan bij het tegendeel ervan, de geboorte. Daarmee de driehoek van leven, geboorte en dood tonend.
Het is in de poelen, de moerassen waar het wemelt van nieuwe levensvormen temidden van rotting en bederf.
Het is ook uitgerekend in deze streken, de venen, dat men vele veenlijken heeft gevonden.
Zoals onze Keltische koning van hierboven!

 

 

Of om even uit te zoomen naar een ietwat groter verband.

Miljoenen jaren geleden stond de maan veel dichter bij de Aarde dan nu.
En dat had enorme consequenties.
Ze verscheen als een enorme gestalte aan de hemel. Er waren nog geen mensen die haar gezicht konden zien, maar de natuur uit die tijd kreeg de volle laag.
Want door de korte afstand ten opzichte van de Aarde klotste het water werkelijk naar alle kanten. De aantrekkingskracht was zo gigantisch dat het water tot honderden meters hoog door de oceanen trok en enorme getijden veroorzaakten. Met gigantische overstromingen tot gevolg. Ook over het land trok het water met enorme massa’s overal diepe kloven achter latend.
Het leven zoals wij het kennen heeft zich maar pas kunnen ontwikkelen toen de afstand tussen de Aarde en de Maan steeds groter werd en de oceanen langzaamaan tot een relatieve rust kwamen.
En dan pas kreeg de ontwikkeling van nieuwe levensvormen in de oceanen een kans.

Natuurlijk kun je het hele jaar door bezig zijn met een thema als de dood. Maar er is één moment in het jaar dat je de wind mee hebt.
In principe kan een vogel elk moment een ei leggen, maar het is het handigste als zij dat doet op het moment dat er voldoende voedsel in de omgeving te vinden is als het ei uitkomt. Vandaar.

Maar wij zijn geen vogels.
Wij tenderen naar het leggen van eieren het hele jaar door.

De natuur toont ons dat de dood, de pijn, het verdriet, het afscheid, de omvorming, de transformatie, allemaal basale aspecten van het leven zelf zijn. En dat het goed is om daarvoor een plaats in te ruimen in ons leven. Opdat we er een bewuste relatie mee kunnen aangaan.
Dat het ons niet onverwacht bezoekt en we er onvoorbereid oog in oog mee staan.
Als we dit allen heiligen hoeven we niet allemaal zielig te zijn.

 

En uitgerekend, over synchroniciteit gesproken, kruipt er uit een spleetje op mijn bureau, een kleine pissebed tevoorschijn en wandelt naar mijn toetsenbord toe.
Ik heb mijn wijsvinger nat gemaakt met wat speeksel en mijn vinger voorzichtig op zijn rug gelegd.
Hij blijft dan mooi plakken en zo heb ik hem buiten op een plant gezet.

In oktober en november krijgen we volop de kans ons te verbinden met de donkere kanten van het leven om te ontdekken hoe waardevol deze fase is.
We kunnen denken aan de beelden van mensen die samen staan te dansen met blote voeten ondertussen de druiven plettend.
Of aan de tarwe- of speltkorrel die traditioneel in deze tijd van het jaar gezaaid wordt.
De korrel heeft geen keuze. Wetend dat hij onderworpen is aan kosmische wetten sterft hij.
En wordt tot kiem van nieuw leven.

Wat zou de graankorrel ons antwoorden als we hem vroegen hoe hij zijn sterven ervaart?

Of waar komen onze connotaties, de door ons zelf gegeven bijbetekenissen vandaan
bij ervaringen als sterven, breken, pijn en lijden?

 

Ter afsluiting een fragment uit “De Profeet” van Kahlil Gibran

… en een vrouw sprak, zeggende: 

Vertel ons iets over pijn.       

En hij zeide:

Je pijn is het breken van de schaal die je inzicht omsluit. 

Zoals de steen van de vrucht breken moet, 

opdat haar hart in de zon moge staan, zo moet jij pijn kennen. 

En zo je in je hart de verwondering levendig kon houden 

om de wonderen in je dagelijkse leven, 

zou je pijn je niet minder wonderlijk voorkomen dan je vreugde; 

en je zou de seizoenen van je hart aanvaarden, 

zoals je steeds de seizoenen hebt aanvaard 

die over je velden gaan….

Kahil Gibran

 

©          Willem Versteeg

24 oktober 2021

vanuit Huize Poustinia

 

Met behulp van de Weegschaal uit de chaos komen.

Gepubliceerd op 22 september 2021 door Willem

Ga eens mee in het volgende beeld van zo’n ouderwetse weegschaal.
Zo’n mooie koperen weegschaal met twee glinsterende schalen die lichtjes bewegen en op zoek zijn naar hun evenwicht dat door zo’n mooie lange, statige wijzer uiteindelijk wordt aangegeven wanneer de rust gevonden  is.

Het is een heel subtiel mechanisme dat ontworpen is rondom één exact gekozen ophangpunt. Dat ligt precies in het midden van een lange baar waaraan de twee schalen middels een aantal ragfijne kettingen hangen.

Door op één van de schalen iets te leggen dat gewicht heeft, komt het geheel in beweging.
De schaal met het gewicht zakt naar beneden en de andere schaal komt omhoog en vraagt.
Vraagt iets te mogen ontvangen opdat ook zij iets in de schaal gelegd krijgt, zodat het evenwicht hersteld kan worden.

De bewegingen die aldus tot stand komen zijn gracieus en getuigen van een harmonische schoonheid.

Zo heel anders dan de uiterst chaotische en lachwekkende bewegingen die ontstaan wanneer je per ongeluk tegen het toestel zou aanlopen.

Als het toestel al niet omvalt, vertoont het de meest disharmonische toeren en het laat zien hoeveel moeite het heeft om zijn balans te hervinden.

Maar als we de weegschaal achten gebeurt dat niet.

Dan gaan we er voor-zicht-ig mee om.

 

Achten betekent namelijk dat we ons realiseren dat elke actie een verantwoordelijkheid met zich mee brengt.

Elke actie heeft een gevolg en elk gevolg zoekt de actie weer in evenwicht te brengen met het origineel. Daarmee de kringloop voltooiend. Gehoorzamend aan een natuurwet.

Precies datgene dat een weegschaal toont.

Elke actie aan de ene kant heeft een gevolg voor de andere schaal.
Elke actie creëert een onevenwicht. En de natuurwet dwingt het gevolg af.
Er zal, wetmatig, iets moeten gebeuren om het evenwicht te herstellen.
Het hervonden evenwicht zal op zijn beurt weer uit evenwicht geraken door wat we het leven noemen.
Leven is namelijk een beweging binnen van te voren bepaalde grenzen, zich zelf telkens vernieuwend door de versmelting van de twee zg. tegengestelde krachten die zich manifesteren.

Vandaag, 22 september 2021, staat de zon recht boven de evenaar,
de dag duurt even lang als de komende nacht.
We hebben een half jaar van actie achter ons.
Het leven dat zich een nieuwe vorm aanmat bij het begin van de lente zal vanaf vandaag zijn gewicht verplaatsen naar de andere schaal. 

Wetmatig.

De intensiteit van het licht neemt af. De nieuw gecreëerde vormen zullen langzaam hun vorm vrij geven.
De herfst komt en de winter bezoekt ons straks weer.
Zo toont de kosmos ons een cyclus waarbinnen we leven.
Geen ontkomen aan.
Het gevolg van een beweging binnen bepaalde grenzen die ons de twee aspecten toont.

Lente en zomer tegenover herfst en winter.
Of anders; geboorte en dood.
In het klein; een inademing gevolgd door een uitademing.
Een etmaal bestaande uit een dag en een nacht.

Beschouw de werking van je eigen hart eens nauwkeurig en zie hoe de wijze waarop deze wijze werking van dit orgaan ons telkens in elke klop de grenzen toont die de Kosmos heeft ingebouwd.

 

We leven binnen een grote driehoek. 

Kosmos, Natuur en Cultuur.

Deze driehoek bepaalt de grenzen waarbinnen dit leven vorm aanneemt.

 

Het Leven wil zich in deze driehoek uitdrukken.
En op deze plaats, op onze planeet die we Aarde noemen, gebeurt dit doordat de mens middels wat hij cultuur noemt een relatie aangaat met de hem omringende natuur.
Dit alles binnen de grenzen die de Kosmos hem oplegt.
Hij heeft alle vermogens in zich om dit Leven op deze Aarde uit te drukken
op een wijze die maakt dat hij een paradijs op aarde creëert.

Als hij de Weegschaal juist hanteert en de werking ervan begrijpt.

Als hij de grenzen die de Kosmos hem oplegt acht.

 

Maar we gedragen ons als pubers die hun eigen gang gaan.
Zich weinig aantrekkend van de gevolgen van de eigen acties.
Als dronken olifanten denderen we door de natuur en dringen haar een cultuur op die zich nauwelijks nog iets aantrekt van de grotere verbanden.
Voor de meesten van ons mag het altijd lente en zomer zijn.
Totdat de weegschaal wetmatig de andere schaal naar boven duwt en ons toont wat de gevolgen zijn van onze acties en ons dwingt de verantwoordelijkheid op te nemen het evenwicht te herstellen.

Als we de cultuur zo willen vorm geven dat de natuur haar eigen plaats niet verliest en een essentieel levengevend element van diezelfde cultuur kan zijn, dan kunnen we niet anders dan het derde element, de kosmos, als leidend gegeven accepteren.

 

Laat ik besluiten met een enkel voorbeeld te geven hoe dat er in de praktijk kan uitzien.

Er bestaat een Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens.

Wat ontbeert is een Universele Verklaring voor de Rechten van de Natuur.

En een Universele Verklaring voor de Achting van de Kosmische Wetmatigheden waarbinnen de mens en de natuur op deze planeet zoekt een Leven uit te drukken.

Het is de erkenning dat de natuurwetten niet enkel gelden voor het zichtbare universum, maar dat zij tevens gelden voor de onzichtbare wereld van het bewustzijn in al zijn diverse niveau’s en schalen.

 

Met deze drie drukken we onze achting uit voor:

De Kosmos als leidend principe
met de kosmologie en haar principes als richtinggevend voor.

De Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens
als ijkpunt voor de vormgeving van de nieuwe cultuur.

De Universele Verklaring voor de Rechten van de Natuur
als ijkpunt voor onze verhouding tot alle levensvormen op de planeet Aarde.

 

Dit is waar de Weegschaal, het instrument dat de Kosmos representeert,
ons oproept mee aan de slag te gaan.

Er is geen andere weg om uit de chaos te komen.

pastedGraphic_1.png

 

©      Willem Versteeg

22 september 2021

 

Willems blog over de kosmische samenhangen – https://www.poustinia.be/blog/

Over sluiers en versluiering

Gepubliceerd op 23 augustus 2021 door Willem

Een “nieuwe maand” is wederom aangebroken, de periode waarin de zon door het beeld van de Maagd beweegt vanaf 23 augustus.
Zij die geboren zijn in deze periode die loopt tot ongeveer 22 september gaan als “Maagd” door het leven.
Vreemd toch dat vrijwel iedereen die je er naar vraagt precies weet onder welk teken hij of zij geboren is. Terwijl slechts weinig mensen in staat zijn om bv. op hun lichaam de plaats aan te wijzen waar hun lever of milt zich bevindt.
Het weet hebben van je eigen “zonneteken” is voor vrijwel iedereen een zekerheid.
Het geeft maar weer eens aan dat we op een veel diepere wijze, maar grotendeels onbewust, verbonden zijn en ons verbonden weten met een groter gebeuren.

Ik hoop van harte dat deze verhalen een ieder kunnen helpen om wat meer bewust te worden van deze verbondenheid.

Ik wilde deze keer weer eens stil staan bij waar het beeld van de Maagd zoal voor staat.
Maar eerlijk gezegd heb ik in de verhalen die over de Maagd gaan, haar,
al zeg ik het zelf, heel uitgebreid beschreven in de reeds gepubliceerde verhalen. 

Daarom stel ik voor dat je nog eens terug kijkt.

“De knoppen aan de bomen en de Witte Wieven over de velden in september”

https://www.poustinia.be/willem/de-knoppen-aan-de-bomen-en-de-witte-wieven-over-de-velden-in-september/

“Een  verborgen feest in september”

https://www.poustinia.be/willem/een-verborgen-feest-in-september/#more-877

“De Maagd leert ons kritisch te durven kijken naar.”

https://www.poustinia.be/2020/08/

 

Dat geeft me tevens de ruimte om iets anders aan te kaarten.

De Maagd verwijst naar het diep menselijke vermogen om diep van binnen weet te hebben van de juistheid van iets. We hebben in ons hart als het ware een soort meetinstrument dat wikt en weegt.
Dit is een instrument dat onbezoedeld is en onbezoedeld gehouden dient te worden.
Vandaar dat het diep verborgen is, moeilijk bereikbaar, afgeschermd, versluierd.
Aan het beeld van de Maagd hangen ook de connotaties en associaties vast van onbereikbaarheid, mysterieus, ontoegankelijk, afstandelijk, nurks, kritisch.
Allemaal bedoeld om dat ragfijne instrument haar werking niet te laten verliezen.
Daarom hangt dat rond haar.
Dat maakt dat het het meest kostbare element van haar wezen is.
Maar wat kostbaar is maakt hebzuchtig in de ogen van degene die het in zichzelf niet kan terugvinden.
Wat je zelf niet hebt of denkt te hebben, zoek je bij de ander. 

 

Ga eens met me mee in de volgende overweging.

De bronnen van onze beschaving liggen in Azië en met name in het gebied dat we nu kennen als Syrië, Irak, Iran en Afghanistan.
Wij hier in het Westen, zoals we dat noemen, hebben een zeer aparte relatie met deze gebieden.
Ik durf te beweren, kijkend vanuit kosmische verbanden, dat we ons nog maar nauwelijks realiseren dat onze wortels daar liggen en dat we nauwelijks moeite doen om dit feit te achten.
Deden we dat wel dan zou onze relatie met die gebieden op slag veranderen.
Maar omdat we dat niet doen worden we door allerlei “oorzaken” gedwongen om de relatie met deze gebieden en alles wat daar gaande is, onder ogen te komen.
We worden willens en wetens geconfronteerd met wat daar gaande is.
Dat kan goedschiks en dat kan kwaadschiks; maar er is geen ontkomen aan.
En dat komt omdat we onze wortels die daar liggen niet achten.
Dat komt omdat we onszelf beter achten dan.

Wij hebben hier in het Westen bv. een beeld van de Maagd dat is verbonden met het beeld van Maria. Het christendom, dat zich, zie de geschiedenis van de godsdienstoorlogen door de eeuwen heen, superieur waant tegenover de islam bv., heeft Maria de hemel ingeprezen en haar een goddelijke status gegeven en haar onderdeel gemaakt van een wonderbaarlijke gebeurtenis, zijnde de maagd die een zoon van God op aarde brengt.

Het beeld wat ik hierboven beschreef van de Maagd, verwijzend naar het vermogen om van binnen te weten wat waar is, wat juist is, wat klopt en de strikte wijze waarop ze dit beschermt in zichzelf, deze archetypische beschrijving van een menselijk vermogen diep in ons dat om ontwikkeling vraagt, leunt nauw aan bij het beeld dat de soefi’s, de mystieke tak van de islam, ons sedert eeuwen toont middels talloze mystieke teksten en gedichten.

Waar een gangbaar geloof bij ons, ons probeert te laten geloven in wonderen, toont een oeroude mystieke stroming zoals de soefi’s, ons een ander beeld dat nauw aansluit bij de nieuwe inzichten die de nieuwe stromingen binnen de ontwikkelingspsychologie, zoals de transpersoonlijke stromingen en de Jungiaanse inzichten ons tonen.

Beelden die spreken over diepgewortelde menselijke eigenschappen die een kosmische relatie tonen en om bewuste ontwikkeling vragen.

 

We ontkomen niet aan de confrontatie.

Wat je via je voordeur naar buiten werpt komt in het geheim via je achterdeur weer terug binnen.

Is dat wellicht de reden waarom de Perzische dichter en soefi-mysticus van Afghaanse komaf, Jalal ad-Din Rumi, de meest vertaalde en gelezen dichter in de Verenigde Staten is?

Is dat de reden dat we essentiële grondstoffen voor onze Westerse economieën weghalen, desnoods roven, uit die gebieden?

Hoe zou het komen dat Afghanistan de grootste producent is van opium in de wereld?

Waar liggen onze werkelijke belangen als het gaat om relaties onderhouden met deze gebieden?

Hier is veel versluierd.
Hier wordt veel versluierd gehouden.
In het nieuws komen slechts de gevolgen van dit al.
En ze raken ons diep in het hart.
Tot de volgende overstroming dicht bij eigen huis ons treft!

Want de werkelijke samenhangen worden niet gemeld en besproken. Althans niet in prime time.
Deden we dat wel dan zouden we samen bijeen komen omdat we elkaar en elkaars wortels leren kennen en achten.

Dan zou de boodschap van Rumi bv. tot ons komen dat er een centrale as is, verbeeld als de as die loopt tussen de Maagd en de Vissen als beeld voor de grote zuil die de tempel draagt.
Geworteld in een oceanisch collectief (Vissen) kan elke mens zich afstemmen op de kracht om te weten hoe juist te handelen (Maagd).

 

Daarbij neemt hij de zuil vast en begint langzaam rond de zuil te draaien.
En al draaiende, zoals Rumi zelf beschrijft, het juiste ritme vindend, stroomt de inspiratie van boven naar beneden binnen. Om het vervolgens verder-te-dragen.
Zoals de zuil het dak van de tempel draagt, draagt de danser rond de zuil de inspiratie verder de wereld in. 

In de vorm van verdraagzaamheid.

 

© Willem Versteeg

23 augustus 2021

Feest van de Zon

Gepubliceerd op 21 juli 2021 door Willem

In mijn verhaal dat verscheen op de eerste mei van dit jaar 2021 heb ik een pleidooi gehouden om een serie nieuwe feesten op de kalender te zetten ter vervanging van de oude, vaak religieus geïnspireerde feesten. 

Je kunt het hier terug vinden:

https://www.poustinia.be/willem/pleidooi-voor-nieuwe-feesten/

Op 21 juli zouden we dan het feest van de Zon kunnen vieren.

Dit toekomstige feest zorgt er elk jaar opnieuw voor dat onze kosmische verbondenheid gevierd wordt en we al feestend herinnerd worden aan onze oorsprong en de onlosmakelijke verbinding die we hebben met de centrale ster van ons zonnestelsel.
Als mensheid bevinden we ons op een kantelpunt in onze wereldgeschiedenis.
We worden ons langzaamaan steeds bewuster van het feit dat onze manier van leven een effect sorteert op het huis waarin we met zijn allen wonen.

We staan op het punt dat we, of samen hangen, of dat we de samenhangen eren en vieren.

Alles hangt aaneen. Alles is met alles verbonden. 

Het nieuwe feest van de zon kan er voor zorgen dat er al maar meer aanhang komt voor de idee dat alles met alles verbonden is, dat alles leeft in één groot ge-heel waarbinnen al-les van elkaar afhankelijk is.

Ga eens mee in het volgende beeld.

Schakel dat unieke menselijke vermogen eens in dat we verbeeldingskracht noemen en stel je voor dat je je heel ver buiten het zonnestelsel bevindt, heel ver voorbij de buitenste regionen, nog veel verder dan de verst bekende dwergplaneet Pluto.

Stel je voor dat je in de buurt van de ster bent die het dichtst (4,24 lichtjaar) bij de Aarde staat.
Dat is de ster Proxima Centauri in het stelsel Alpha Centauri.
Rond Proxima Centauri cirkelen twee planeten. Een daarvan is een soort super-Aarde, maar daar ga ik nu verder niet op in.

Het gaat me om het volgende beeld dat je oproept.
Stel je voor dat je op deze planeet bent en je kijkt de ruimte in. 

Dan zie je, los van je verbeelding want dit is echt zo, in de verte een lichtvlekje aan de hemel. Dat is onze Zon.

Houdt dit beeld van dat lichtvlekje, onze Zon even vast.

Nu hebben we een tweede beeld nodig om verder te kunnen.

Roep het beeld op van een immens groot grasveld en in het midden daarvan staat een grassproeier. Een watersproeier met vier armen die het grasveld besproeit.
Doordat de sproeier snel rond haar as draait worden de waterdruppeltjes gelijkmatig naar alle kanten uitgestrooid.
In het voorbeeld is het een enorm grote sproeier die een enorme wolk van water produceert die rondom op het veld valt.
Als je aan de rand van het immense veld staat en je kijkt naar het midden dan zie je enkel een mist van waterdruppeltjes die overal gelijkmatig neerkomen.

Het is pas als je naar het midden loopt en je laat je nat regenen dat je de watersproeier ziet die zijn werk doet.

Combineer nu de beide beelden in die zin dat wanneer je vanuit de planeet rond Proxima Centauri kijkt dat je als het ware aan de rand van een veld staat en in de verte zie je de Zon.

Maar wat je eigenlijk ziet, nu weer zonder verbeelding, is de rand van de zonnewind die als een wolk uitgestort wordt in het zonnestelsel.
Pas als je de planeet verlaat en je reist richting de Zon dan zal je op een gegeven moment merken dat je deze zonnewind-wolk binnentreedt, alsof je de wolk regendruppels van de sproeier binnengaat en nat wordt.

De Zon stort zichzelf uit in het zonnestelsel en haar “druppels”, die we de zonnewind noemen, reikt tot ver buiten de laatste regionen van haar stelsel.
Alle planeten in hun banen, ook onze Aarde, zijn gehuld in een gigantische nevel van zonnewind.

De Zon straalt uiteraard licht uit en alle andere energiefrequenties van het spectrum in de vorm van allerlei electro-magnetische stralingen.
Maar ook effectief deeltjes van zichzelf. Wanneer deze deeltjes in aanraking komen met het magnetische veld van de Aarde veroorzaken ze aan de polen van onze planeet de z.g Aurora’s, de poollichten.

Als we beide beelden combineren dat zien we dat we eigenlijk binnen in de zonnewind leven; dat we geheel gehuld zijn in haar sfeer en dat zij ons volledig bepaalt.

Het gaat veel te ver om in detail te treden, maar in feite stuurt de zon op deze wijze alle levensprocessen aan.

En beïnvloedt ze op de kleinste schaal de werking van ons DNA middels minieme electro-magnetische frequenties en op wat grotere schaal is ze verantwoordelijk voor het klimaat op de verschillende planeten in relatie tot de eigenaardigheden van elke planeet.
Haar afstemming, haar ingesteldheid, haar cycli bepalen het verloop van alle soorten geschiedenissen in het groot en in het klein.
Gedurende heel de geschiedenis van de mensheid, hebben wij op haar, ons zoeken naar een opperwezen geprojecteerd.

En met reden.

Iets heeft er voor gezorgd dat de Zon zich gedraagt zoals zij zich gedraagt.
Iets heeft er voor gezorgd dat ze is afgestemd zoals ze is afgestemd.
Iets heeft haar basisinstellingen aangebracht en op een startknop gedrukt.

Als er ook maar iets verandert aan deze instellingen….

Ons leven hangt hier van af en mee samen.

Misschien is dat de reden dat een boek als de Bijbel NIET begint met de schepping van de mens, maar eerst iets vertelt over de kosmische inbedding.
Die is iets belangrijker dan één van de gevolgen van dit feit.

Het verschijnsel mens.

Misschien is dat ook de reden dat het zonnewiel, de swastika, één van de oudste symbolen der mensheid is en verdacht veel weg heeft van een tuinsproeier.

Misschien is dat ook de reden dat we in de aanblik van de kop van een mannetjesleeuw het beeld van de zon, die zichzelf uitstort in de manen, iets herkennen van het oorspronkelijke karakter van de Zon.

Misschien is dat de reden dat we het archetype van de Leeuw verbinden met de Zon aangezien dit archetype het vermogen in de mens toont dat maakt dat we ons zelf kunnen schenken voor het grotere goed. Dat het ego zich in dienst kan stellen van het zelf.

Misschien is dat de reden dat de mens over heel de wereld de Zon analoog ervaart aan het eigen hart.

Zoals de Zon zichzelf uitstort, stort het hart het levenswater, het bloed uit over het lichaam, aangevuurd door een ritmisch werkend systeem dat elektrisch van aard, één van de eerst werkende structuren is nadat het embryo zich heeft genesteld in de baarmoederwand.

Het is de Zon die we, zoals het plantenrijk het ons in de fotosynthese voorleeft, transformeren tot substanties die maken dat we ons lichaam kunnen opbouwen dat we vervolgens leren gebruiken om ideeën om te zetten in evenzovele scheppingen waarbij we de materie bezielen.

Het is deze gedachte die aan de oude oogstfeesten (oogst-aout-augustus) ten grondslag lag.

(https://www.poustinia.be/2019/08/ en https://www.poustinia.be/willem/keizer-augustus-en-de-oogstmaand/#more-666)

 

De Zon toont ons niet alleen waarvan we leven maar vooral hoe we zouden kunnen leven. Als we haar als voor-beeld nemen.

Zoals de Zon aan de basis ligt van het klimaat op onze planeet, zo zou ons hart aan de basis kunnen en moeten liggen van het culturele klimaat dat we gezamenlijk creëren op deze wereld.

 

pastedGraphic.png

 

 

Genoeg reden om haar eens per jaar te eren en te vieren.

Misschien dat we dan eindelijk de symboliek begrijpen van haar gedrag.
Alle inzicht, elk begrijpen komt tot ons door spiegeling.
Dit spiegelen leert ons dat we, als we werkelijk tot diepere essenties willen doordringen dat we dan het tegendeel moeten durven opzoeken van wat we in eerste instantie gewaarworden.

De Zon speelt dit spel mee.
Ze draait om onze Aarde en ze maakt dat licht wordt afgewisseld door duisternis.
Wie oppervlakkig kijkt en leeft maakt hieruit op dat alles om de mens draait en dat hij zelf in het middelpunt staat.
Ons ik, ons ego doet ons zeggen: alles draait om mij.
Onze diepere essentie, waar ik vorige maand over sprak, weet dat wij haar kind zijn.

Dat we door haar en in haar leven.

Wij draaien rond haar. Wij vervullen een rol in het geheel.
Als we tenminste onze eigen plek respecteren en durven innemen.

Er is een licht, er zijn ontelbare vele lichten, onze Zon is tenslotte een kleine, onbetekenende dwerg temidden van een ontelbare massa lichten.

Er is geen licht óf duisternis.
Beiden zijn aanwezig. Samen het geheel uitmakend.

Zij schijnt ook niet. Ze geeft licht. Altijd.
Maar doordat zij de vier elementen op Aarde aanstuurt die vervolgens het klimaat en het weer vormgeven, laat zij zich niet altijd zien.

Laat ons wakker worden en de zaken benoemen zoals ze werkelijk zijn.
Laat ons inzien dat we van de Zon komen. Uit de Zon komen.
Dat we daarom en alleen dan ge-zond zijn. Ge-zonden met een opdracht.
De opdracht om hier op deze kleine planeet een gezond klimaat te helpen vormgeven met elkaar.

Het zou dood-zonde zijn als ons dat niet lukt!

 

© Willem Versteeg.

21 juli 2021 Feestdag van de Zon.

 

 

Ode aan de Midzomer

Gepubliceerd op 24 juni 2021 door Huguette

We wensen allen vanuit een bloeiend en groeiend Poustinia een vreugdevolle Midzomer.

Ode aan Midzomer

Zo laag, zo door droogte bevangen,

in een ingehouden beweging,

vorig jaar, in Midzomer,

spiegelde de natuur 

de inwaartse beweging die we, 

bedwongen door corona,

dienden te maken.

Uit eigen beweging 

of niet.

 

Zo hoog, zo de hoogte zoekend,

bewegen de planten nu

in deze Midzomer.

In de regens

van gulzige buien.

Die aarde zoeken 

om de wateren des hemels

ten gronde

bedding te geven.

 

Laag en hoog, 

twee bewegingen,

die ons ergens,

daar tussenin,

het midden doen vinden

tussen wat ons overkomt,

en soms ook bedwingt,

en waar we kunnen naar uitreiken.

 

Net als de bloemen

zijn en worden wij

noch het uitreiken,

noch wat ons overkomt.

We zijn toeschouwers

en hoogstens bemiddelaars,

tussen wat naar beneden 

en naar omhoog beweegt.

 

Buigen voor 

en uitreiken naar.

Een dans die ons in leven houdt,

als even van voorbij de wolken

zonlicht door stormige donkerte breekt,

herinnert aan wat was

en weer zal zijn.

Levensadem,

die niet ophoudt te bestaan,

ook niet na de laatste adem.

Hoe leert een mens klein te zijn

zonder de grootsheid van het leven

waarvan hij de kiem 

in zich draagt 

te vergeten?

 

Hoe kan een mens 

buigen en uitreiken

en zo aan zichzelf toekomen

midden de kleine dingen 

van het leven,

die zich groots ontvouwen

als ware zij 

door een onzichtbare hand 

naar hun bestemming

geleid.

 

Midzomer.

Het is nu

dat we het licht 

mee naar binnen nemen

ook al heeft alles de schijn

van uit grenzen breken

in een roes van groei en bloei.

 

De zon gaat met ons mee

de beweging inwaarts.

Er is geen houden aan

we buigen met haar mee

naar de schoot voorover,

die haar licht 

in zich ontvangt

en het vele maanden 

later

verdicht aan de wereld schenkt.

Tot openbaring

van wat onnoembaar

maar aanwezig

in geboorte 

tot aanschijn komt.

 

Het is nu

dat we de vuren aansteken 

het licht mee naar binnen nemen.

Het is nu 

dat we de innerlijke roep 

om te zijn 

niet langer kunnen weerstaan.

Het overkomt ons vandaag.

 

We worden vanaf vandaag

dag na dag kleiner

terwijl Het Leven roept

en zich groots

in ons ontvouwt, zoals de zon 

het ons schouwt,

in haar neerwaarts bewegen.

Terwijl de zomer

levend als een weelde

grenzeloos in haar schoonheid

vergankelijk in bloei

aan een schoot

haar zaden vrijgeeft.

 

Het is nu

dat we midden in het volle leven

aan Zijn toekomen

zonder meer.

Oneindig vol

oneindig teder

oneindig mild

oneindig aanwezig.

Een zegen.

 

 

© Huguette Beyens

Huize Poustinia

 

24 juni 2021

ST.JAN – MIDZOMER

Wat we altijd hebben geweten hebben we gewist

Gepubliceerd op door Willem

 

 

En omdat we het hebben gewist, 

wisten we niet langer meer wat geweten was. 

Was het wissen maar geweten. 

Maar we weten zelfs niet meer dat er een geweten is.

Is geweten wat was?

Is geweten wat je nog wel weet?

Is geweten het per ongeluk gewiste weten?

Kun je weten wissen?

Heb je het dan geweten?

Wie het weet mag het zeggen!

 

 

Diep in ons ligt het Gehele Weten opgeslagen, als een ineengerolde spiraal, gelijk een slang in winterslaap.
Het is een Weten dat de drie aspecten omvat.
Het heeft weet van verleden, heden en toekomst.
Dit Weten weet dat deze samen één zijn.
Maar wanneer dit Weten aanklopt aan de deur van ons bewustzijn, wordt dit Weten gefilterd.
Bewustzijn op zichzelf kent een stadium van ontwikkeling.
Afhankelijk van dit ontwikkelingsstadium waarin dit bewustzijn zich bevindt, zal het dit Weten toelaten, hanteren, filteren, bewerken enz.
Daarnaast heeft het bewustzijn ook een orgaan nodig waarmee het zich kenbaar maakt.
En ook dit orgaan, zijn eigenschappen en de mate van ontwikkeling, heeft invloed op hoe via dit bewustzijn het Weten de ruimte krijgt om zich kenbaar te maken.
En wat wellicht nog belangrijker is; het bewustzijn van de mens is door de jaren heen ook volgestopt met ervaringen, met feiten, met allerhande informatie uit allerlei bronnen.
Deze informatie ligt opgeslagen en zal op zijn beurt ook weer een filter worden die gebruikt wordt wanneer nieuwe informatie binnenkomt.
Veel informatie die op die wijze is vergaard heeft ook een bepaald stempel.
Sommige informatie heeft als stempel “waarheid”, of “feit”, of “ervaring”.
Andere informatie is geordend in de map “geloof” of “bijgeloof”.

In welke map de informatie zich ook bevindt, door de aard van het orgaan, de hersenen en de werking van het bewustzijn, zal nieuwe informatie, of die nu van buiten komt of van binnen uit vanuit die heel diepe laag in ons waarover ik in het begin sprak, langs al deze filters gaan en zo al of niet een plek krijgen in één of andere map.

Op je bureaublad, klaar voor gebruik of ver weggestopt in een obscuur gedeelte van het archief.

Als jouw bewustzijn je nu vertelt dat er helemaal niet zo iets bestaat als een diep verborgen laag in ons die een universele laag van Weten bevat, wel dan houdt hier mijn verhaal op te bestaan…
Mocht je de weg vrij houden voor…
dan ben ik benieuwd in welke map mijn verhaal terecht zal komen.

 

WAT WE ALTIJD HEBBEN GEWETEN HEBBEN WE GEWIST

Je kunt deze zin in overweging nemen, maar als je dat doet weet waar je aan begint.
Probeer je eens te herinneren waar jij als kind, hoe klein je ook was, heel sterk door gefascineerd was.
Wat komt er dan als herinnering naar voren?
Welk mapje gaat nu open?
Welk gevoel springt tevens mee naar buiten?
Kijk eens naar de context waarbinnen dit zich afspeelt.
Wat het thuis? Op school? Bij een opa of oma thuis?
In de natuur?
Waar was het dat je dat intense gevoel ervoer?

Als ik even mee doe, dan zie ik me zelf als een jongetje van 13 jaar op de middelbare school tijdens de eerste lessen die onze wiskundeleraar ons gaf waarin hij op het bord een driehoek tekende.
Ik kreeg na de les een boek mee naar huis over Planimetrie.
Een geheel nieuwe wereld opende zich voor mij.
Ik dook middels dat boek in de wereld van de vlakke meetkunde.
En ik was “verloren”.
Uit puur enthousiasme heb ik alle opgaven uit dat boek allemaal achter elkaar gemaakt, lang voordat de leraar ze als huiswerk opgaf.
Voor dit vak heb ik nooit geen huiswerk gemaakt op het moment dat de leraar het mij opgaf.
Elke opgave was reeds lang op voorhand uitgewerkt in een speciaal voor die gelegenheid gekocht schrift.

Geef mij een passer, een liniaal en een geo-driehoek.
En je hebt geen kind meer aan mij.
Dit kind was toen diep gelukkig en is het tot op de dag van vandaag als het met deze attributen kan spelen.

Van Planimetrie, vlakke meetkunde heeft mijn interesse zich ontwikkeld tot de studie en de beoefening van de sacrale geometrie en de studie van de archetypische krachten die in de kosmos werkzaam zijn.
En via deze lange weg leidt zij mij tot de studie van dezelfde krachten zoals ze diep in ons menszijn werkzaam zijn.
Want deze archetypische krachten, die we vroeger goden noemden, hebben niet enkel de kosmos vorm gegeven maar dezelfde grondpatronen drukken zich ook uit in ons psychisch functioneren.

Daar diep van binnen wordt iets geweten over jou.
Wordt dus iets geweten voor jou.
Daar heeft iets weet van jou.
Op voorwaarde dat dat deel niet gewist is, kan het opnieuw geweten worden.

 

Even voor de duidelijkheid, over geweten.

Er bestaat een oud begrip, het geweten in ons.
Dat is een deel dat weet of iets dat we willen doen of doen, of dat juist is. Beter gezegd of het in overeenstemming is met wie we diep van binnen zijn. Of het wezenlijk bij ons hoort.
Of het bijdraagt aan de wezenlijke ontwikkeling van wie we in potentie zijn.
Ik noem het voor het gemak even een instrument.

Laten we ons voorstellen dat we hiervoor een oude weegschaal nemen met twee van die koperen schalen.

De weegschaal is het instrument, het geweten.
Op de ene schaal leggen we onze voorgenomen actie of handeling en op de andere schaal maken we plaats voor het diepere weten diep in ons.
Plaats maken voor doe je door aan het hart te vragen wat het er van vindt. Niet wat jij er van vindt, maar wat zij, het hart, er van vindt.

Opdat niet mijn woord, maar …

Zij stuurt vervolgens een gevoel naar boven. Een gevoel dat door de weegschaal opgenomen wordt.
Als ons plan overeenstemt met het diepere Weten dan zullen de schalen in evenwicht, in balans zijn. 

Dit is wat het instrument, het geweten ons toont.

Als ons plan niet in overeenstemming is met het diepere Weten dan komen de schalen niet in balans.
Ons plan legt dan niet voldoende “gewicht” in de schaal om de andere schaal naar boven te krijgen.

Dit beeld maakt heel duidelijk dat niet al onze plannen in overeenstemming zijn met ons eigen diepere Weten.

Wat het ook laat zien is dat wanneer we een oorspronkelijk plan of idee hebben dat we willen uitvoeren, dat alleen al door de vraag te stellen, het instrument zijn werk te laten doen, we te zien krijgen of de schaal van het diepere Weten omhoog komt. En als ze omhoogkomt en ze brengt de beide schalen in balans dat we dan ook zicht krijgen op wat er op die andere schaal ligt.

En het is enkel op deze wijze dat we zicht krijgen op wat er zoal verborgen ligt in de diepere lagen van ons menszijn.

Door het instrument te gebruiken, door allerlei zaken af te wegen, en hier gaat het dus niet over diep nadenken of piekeren over, door het tonen van de bereidheid om in over-weging te nemen wat iets diepers in de schaal wenst te leggen, leren we niet enkel het instrument beter kennen maar door dit gebruik verkennen we de diepere lagen van ons zelf en ontsluiten we geleidelijk aan onze diepere bronnen.

 

Om niet in verwarring te geraken moet ik ook iets vertellen over een ander geweten.

We kennen namelijk ook allemaal het z.g. sociale geweten.

Dit is een verzameling regels, voorschriften, wetten, waarvan we in de loop van de tijd gebruik hebben leren maken omdat onze opvoeders en onze omgeving ons dat hebben ingeprent.
Dat kan gaan van de meest alledaagse zaken zoals dat je voor het eten je handen wast, tot dat je als jongen je verdriet niet toont en altijd stoer blijft tot dat je als vrouw je zelf wegcijfert en je braaf de opdrachten van je echtgenoot uitvoert ook al gaat dat tegen je eigen zin in.
Ook de typische familiegewoonten en daaruit voortvloeiende regels vallen daar onder.
De typische gebruiken die horen bij je land en je volk en niet te vergeten de voorschriften die je godsdienst je opleggen en zonder welke je het eventuele hiernamaals nooit zult bereiken.
Al deze zaken worden op den duur ingebakken aspecten van je z.g persoonlijkheid waarmee je door het leven gaat.
Je bent al of niet vrij om hier een relatie mee aan te gaan, maar weet dat het slechts een aspect van je “gedrag” uitmaakt.
Het is letterlijk datgene wat “ge”, gekregen van een ander, verder “draagt”. 

Hoe je dit verder draagt of verdraagt is aan jou, maar het heeft niets te maken met wie je in je diepste wezen bent, want al deze wezenlijke aspecten van je eigen individualiteit, die in jou tot volle wasdom willen komen, liggen opgerold diep binnen in jou te wachten op ontwikkeling. 

Je persoonlijkheid, je ego of je ik, verschillende namen voor de wijze waarop je je toont aan de buitenwereld, de persoon waar je ik tegen zegt, degene die je aan de wereld en aan jezelf toont, is een verzameling van allerlei gedragingen die je hebt aangeleerd. 

Eigenschappen, eigen-aardigheden, vaardigheden, houdingen, normen enz, die je hebt en hanteert omdat je hebt ervaren dat deze manier van jezelf presenteren jou het gevoel geeft iemand te zijn, erbij te horen, hiermee oogst je waardering, krijg je doorgaans wat je denkt nodig te hebben om te leven en jezelf in stand te houden. 

Op die wijze ben je geliefd en ligt er een toekomst voor je.
Het is een relatie die je aangaat met je zelf en de buitenwereld waarbij inspelen op en aanpassen aan centrale thema’s zijn.
Dit hele pakket gedragingen vormt je gedrag en bepaalt hoe je je gedraagt.

 

Maar niet wie je bent.

Niet wie je kunt worden.

Als de graankorrel niet sterft”

 

In de graankorrel ligt een belofte opgeslagen.
Zoals in de eikel een volwassen eik klaar ligt om gerealiseerd te worden.
De graankorrel en de eikel zullen zich moeten overgeven aan de grond en de vier elementen en sterven om de belofte waar te maken.
Elke keer als er in een sprookje of een mythe verhaald wordt over dit sterfteproces dan verwijst men naar de mogelijkheid tot transformatie.
De rups die de cocon maakt opdat hij tot vlinder kan worden.

Hetzelfde proces is ook voor ons weggelegd.
Na de geboorte bouwen we een persoonlijkheid op die als een ego door het leven gaat. 

Het bewuste sterfteproces zit hem in de keuze van de persoonlijkheid om zich in dienst te stellen van het Wezen dat in de kern als een opgerolde slang ligt te wachten tot hij gewekt wordt.

En zo zijn we aangeland bij het begin van mijn verhaal.

Diep in ons ligt het Gehele Weten opgeslagen, als een ineengerolde spiraal, gelijk een slang in winterslaap.
Het is een Weten dat de drie aspecten omvat. Het heeft weet van verleden, heden en toekomst.
Dit Weten weet dat deze samen één zijn.

De persoonlijkheid kan als hij daar dus voor kiest besluiten dit diepere Weten, zijn oorspronkelijke Zelf te leren kennen.
Talloze malen heeft dit Weten zich reeds kenbaar gemaakt aan de persoonlijkheid middels gevoelens en inspiraties die door de persoonlijkheid werden opgepikt.
In oorspronkelijke ideeën, tijdens sterke gevoelens van enthousiasme, maakte de persoonlijkheid af en toe contact met dit Weten.
Gebruikmakend van de Wet van de Resonantie, ontwaakte een deel van mijn diepere Zelf op het moment dat mijn persoonlijkheid kennis maakte met de vlakke meetkunde waarover ik vertelde.
Mijn Wezen herkende hierin een deel van de reden van mijn bestaan.
En dit sterke gevoel is voortdurend de drijfveer geweest om dat deel verder te exploreren.

Zo heeft elk mens de herinnering aan een moment dat je contact maakte met iets of iemand die vanaf dat moment van doorslaggevende betekenis is geweest voor je verdere leven.
Zoiets overkomt je, komt over je heen en neemt je bijkans in bezit.

Het zijn deze resonantie-momenten die ons eraan herinneren dat er diep in ons een Weten ligt te wachten dat voor ons weet heeft van de weg die we kunnen gaan, die we wellicht zouden moeten gaan.

De vraag is nu: willen we als een moeder en een vader zijn voor dit unieke deel van ons zelf?

De vaderkracht in ons geeft ons de mogelijkheden om ons leven juist die structuur te geven die maakt dat in ons, ons wezen zich kan ontwikkelen en uitgroeien tot een leidende kracht.

De moederkracht in ons leert ons dat onze diepere gevoelens de boodschappers zijn uit onze bron die ons melden wat we diep van binnen al wisten.

Deze twee krachten verwijzen naar de oude archetypische beelden die vanuit de oudheid tot ons gekomen zijn. Het beeld van de Kreeft en de Steenbok.

We naderen één van de belangrijke keerpunten van het jaar waar we stil kunnen staan bij deze elementaire krachten.

Aan het begin van de zomer, komende maandag de 21e juni, vroeg in de ochtend, wandelt de zon het beeld van de Kreeft binnen en staat zij zogezegd recht boven de Kreeftskeerkring.
Daar start zij haar terugtrekkende beweging op weg naar de Steenbokskeerkring die zij bereikt op 21 december.
Natuurlijk wandelt de zon niet, het is de Aarde zelf die deze beweging maakt en ons eraan herinnert dat wij zelf ook deze beweging zouden kunnen maken.
Innerlijk wel te verstaan.

Elk jaar opnieuw, in haar rondgang door het zonnestelsel, toont het zon-, maan en aardestelsel ons dat we contact kunnen maken met een aantal kosmische principes die hebben gemaakt dat we zijn wie we zijn. Maar vooral dat we kunnen worden wie we in potentie zijn.
De jaarlijkse rondgang is niet enkel bedoeld om alles eeuwig te herhalen. De jaarlijkse rondgang herinnert ons eraan dat tijd niet enkel lineair is, maar ook, op een dieper innerlijk niveau, circulair is, beter gezegd spiralend.
De spiraal toont dat de cirkelbeweging zich langzaamaan verheft.
De cirkels worden herhaald maar de ontwikkeling bereikt telkens een nieuw niveau.

En het is hierin dat onze opdracht ligt.

Er is een zaad geplant. Een zaad dat wil kiemen en een belofte in zich draagt.

Groei in de kosmos geschiedt wetmatig. En op onze plek in de kosmos is het zo gearrangeerd dat wij onze ontwikkeling doormaken op een planeet die onderhevig is aan een aantal kosmische wetmatigheden die de ontwikkeling sturen.
Die wetmatigheden drukken zich uit middels het kruis.
De as van het kruis wordt gevormd door de archetypische krachten van de Kreeft en de Steenbok, symbool staand voor twee principes die we kennen als de moeder -en de vaderkracht in de schepping.
Het is de as waarrond de aarde zelf draait.

Jij bent hun kind. 

Maar dit kind dat jij bent voelt de drang tot volwassenwording.

Volwassenwording is het resultaat van de integratie van de twee oerbeelden van de moeder en de vader waar Kreeft en Steenbok symbool voor staan.
Jouw unieke vereniging van de mannelijke en de vrouwelijke energie in jezelf, maakt dat er een nieuwe vruchtzetting kan plaats vinden, geheel analoog aan de periode in de natuur die nu aanbreekt.

Maandag vieren we de verbinding met de moederkracht in de zomerzonnewende en richten we ons op de komende fase die leidt naar de Steenbok rond 21 december.
Want ook al is de zomer dan begonnen, moet de grootste warmte nog komen, ligt de vakantie voor ons, de zon treedt alweer terug en gaat op weg naar zijn diepste punt, want voor haar is de winter weer begonnen.
Totdat we beseffen dat ons taalgebruik niet klopt.
Het is de Aarde die draait en al deze bewegingen veroorzaakt.
En aangezien wij de kinderen van diezelfde Aarde zijn, maken wij al deze bewegingen en redeneringen.

 

Zij, de Zon, vecht niet, noch met het één, noch met het andere. 

Zij is één in zichzelf. Stralend zich zelf.

Zij is de inspirerende geest van ons leven. 

Een deel van haar ligt diep verscholen en verankerd in ons. 

Zoals het vuur van haar in het diepste van de Aarde brandt.

Brandt een deel van haar diep in ons. 

Ons hart heeft daar Weet van.

Alles draait om haar.

Als voorbeeld voor ons.

Het is de plaats waar het Weten huist.

 

 

 

© Willem Versteeg

20 juni 2021

Wat kunnen we vieren met Pinksteren?

Gepubliceerd op 22 mei 2021 door Willem

WAT KUNNEN WE VIEREN MET PINKSTEREN

wat zou ons kunnen begeesteren?

 

De trouwe lezer van mijn blog over de kosmische verbanden zal wel hebben opgemerkt dat in mijn verhalen ik regelmatig een verbinding leg met beelden en ideeën die je in de astrologie kunt terugvinden.Zoals rekenen en algebra slechts een klein onderdeel uitmaken van de wiskunde zo is het maken en interpreteren van horoscopen, horoscopie genaamd, slechts een klein deel van de astrologie.
Dus als ik peil naar thema’s binnen de astrologie dan zoek ik veel dieper en verder dan de populaire thema’s die in de horoscopie een rol spelen.
Ik laat mij mijn leven lang al sturen door die ene vraag: waarom?
En het antwoord daarop moet ergens in de diepte liggen. In een groter al.
Mijn grootste belangstelling is dus wat ik noem de kosmologie.
Niet dat ik nu al het antwoord heb gevonden, als dat al mogelijk is, maar mijn speurtocht heeft me al bij een aantal stations doen aanbelanden.

Omdat het morgen Pinksteren is en ik in deze blog naar verbanden zoek tussen oorspronkelijke feestdagen en de kosmologie, zoals ik hier boven bedoel, wil ik jullie eens naar een bepaald station laten kijken waar ik onlangs met de trein voorbijreed.
Of beter gezegd, de trein bracht mij op een station alwaar ik uitstapte en de streek en het landschap dat zich daar voor mij uitstrekte was zo aanlokkelijk dat ik er een tijdje heb verbleven.

Het was trouwens ook toen dat ik ontdekte, zittend op een bankje en uitkijkend over een schitterend ravijn en een groene vallei, dat de treinreis helemaal niet bedoeld is om aan te komen bij het eindstation, als dat al bestaat, maal veeleer dat je bij elk volgend station uitstapt en de streek verkent. Waarom zou er anders een station zijn?

De aard van de universele levenskracht.

Het universum of de kosmos is bezield met een allesomvattende levenskracht.
Een energie die haar wezen bepaalt. In alles is deze energie werkzaam.
Deze levenskracht heeft een drievoudig karakter in die zin dat zij zich kenbaar maakt in drie verschijningsvormen.
Afwisselend, pulserend, op die wijze een frequentie veroorzakend, bevindt zij zich in een naar buiten gerichte, extraverte toestand, op een bepaald moment pulseert de energie en verandert zij in haar tegendeel en wordt zij middelpuntzoekend, introvert van karakter. Wanneer dat zijn hoogtepunt bereikt zorgt de verbindende impuls die als het derde karakter van de levenskracht geldt, ervoor dat de energie weer om poolt.

Er is een voortdurend pulserende, verbindende, sturende kracht die de energie voortdrijft, dan weer een extravert karakter aannemend om na een nieuwe impuls weer introvert van karakter te worden.

De impuls zelf kan verschillend van kracht zijn waardoor de zg amplitude verandert.
De impuls zelf kan ook verschillend van frequentie zijn waardoor de golflengte verandert.

Verderop zie je een tekening die dit beeld vormgeeft. Daar kom ik nog op terug.

We kennen dit fenomeen uit de natuurkunde en dan met name in het electromagnetisme.
Maar ditzelfde fenomeen doet zich ook voor in de psychologie van de mens.

Iedereen is afwisselend ingesteld op, of afgestemd op één van de drie karakters van de levenskracht.
In het verborgene, onzichtbare deel van onze psyche werkt een verbindende kracht die de mens voortdurend impulsen geeft om de twee aspecten van de levenskracht met elkaar in evenwicht te brengen.
De twee levenskrachten die de mens wel goed kent zijn de twee aspecten van de levensenergie die zich afwisselend voor doen als een extravert georiënteerde levensenergie dan wel een introvert georiënteerde levensenergie.
Deze levensenergie heeft verschillende benamingen gekregen.
Van actief en passief. Van positief tot negatief. Van mannelijk en vrouwelijk.
Van Yang en Yin.
Op puur lichamelijk niveau herkennen we de twee in de inademing en de uitademing.
In de systole en de diastole van de hartslag. In de linker en rechter hersenhelft.
In de links- en rechtshandigheid.
In onze stemmingen, in onze emoties,
Ik kan zo nog wel een tijdje doorgaan maar ik moet me helaas beperken.

Ik grijp even terug naar een tweedeling waar ik vaker over heb gesproken.
Die van natuur en cultuur.

De natuurfeesten.

In één van de vorige blogs heb ik gesproken over de vier grote feesten die horen bij de vier kardinale punten van het jaar, de eveningspunten en de zonnewendes.
De mens viert hier de verbinding die zij heeft met de natuur en met haar verbinding met de aarde en de zon.
De vier feesten waarin zij haar afhankelijkheid erkent, de vier grote krachten die haar grondnatuur bepalen.
Niet enkel de aankondiging van de vier seizoenen die dan beginnen maar ook haar ingeschakeld zijn in dit gegeven dat ook ons doorheen vier seizoenen laat gaan:
van geboren worden naar de volwassenheid, van de ouderdom naar het sterven.

De ouden van lang geleden hebben in hun zoeken naar symbolen de oude beelden van de Ram, de Kreeft, De Steenbok en de Weegschaal daarmee verbonden.
Daarin erkenden en herkenden zij de grote impuls van de natuur tot vernieuwing die zij koppelden aan de Ram.
In het beeld van de Kreeft eerden zij de moederkracht die zich zelf terugtrekt en zich zelf geeft voor de groei van nieuw leven. In de Weegschaal troffen zij het vermogen aan balans te brengen tussen de twee polen van het leven opdat vernieuwing het geheel ten goede zou komen.
In de Steenbok bogen zij voor de vaderkracht, de begrenzer in de natuur en tevens lichtbrenger.

Deze vier beelden werden tot het grote vaste kruis van de vier hoofdfeesten.

De cultuurfeesten.

Het volk dat gezamenlijk uitdrukking gaf aan de scheppingskrachten die in hen werkzaam waren, kwamen vier keer per jaar bijeen om uitdrukking te geven aan de verworvenheden van hun werk.
Dit waren de cultuurfeesten. Gevierd midden in de seizoenen.
De Stier die de impuls van de Ram omzette tot een creatieve, scheppende daad, werd gevierd in de vruchtbaarheidsfeesten rondom 1 mei, het oude Keltische Beltane.
Begin augustus, als de zon haar hoogste kracht ontvouwde, kreeg de verzorgende Kreeft impuls haar volwassen gezicht in de oogst.
De voltooing van het volwassen worden van alles wat leeft. De Leeuw die zijn volwassen krachtige zelf toont. Laat zien tot wie en wat hij wist uit te groeien.
Begin november vierden de Kelten hun begin van het nieuwe jaar.
Voor hen bestond er geen polariteit tussen leven en dood.
De Weegschaal impuls leerde hen dat ware harmonie ontstaat als de tegenstelling wordt opgeheven en zij drukten dat uit in de Triskell, de drievoudige spiraalarm, die een ieder toont dat leven bestaat uit geboorte en dood in een eeuwigdurende cyclus.
De Schorpioen werd zo een symbool dat geen angst voorstelde maar het vermogen dat ook de duisternis een realiteit is die geleefd en beleefd kan worden.
Tenslotte in het hartje van de winter begin februari werd het lichtfeest gevierd, voortbordurend op de Steenbok impuls die toonde dat het licht effectief terugkeert.
Maar niet enkel het licht keert terug.
In de oude verhalen van vorige generaties erkende men dat ook al het geleefde terugkeerde en dat men samen met allen die geleefd hadden en leefden en nog zullen komen, een waar Waterman ideaal, dat allen hun eigen licht bijdragen tot.
En in deze verbinding met elkaar vond men gezamenlijk de kracht om de zwaarste tijd van het jaar samen door te komen.
Zo kregen de twee scheppingsimpulsen, Yang en Yin, licht en donker enz.
hun erkenning in even zovele feesten.

De twee grote kruizen van het jaar. De acht feesten.

De derde kracht sluimerde al die tijd op de achtergrond omdat hij in het zg. onzichtbare binnen de mens en de schepping werkt.

Lees verder »

Pleidooi voor nieuwe feesten

Gepubliceerd op 1 mei 2021 door Willem

 

 

 

Wie is er niet voor?

Nieuwe feesten.

Oorspronkelijke feesten.

Feesten die onze oorsprong eren.

 

In veel delen van de wereld wordt vandaag 1 mei gevierd. De dag van de arbeid.

Het herinnert ons aan de invoering van de achturige werkdag.

Arbeiders die zich verenigden in de Verenigde Staten in 1889 dwongen gezamenlijk een achturige werkdag af.

Tijdens een congres van de z.g Tweede Internationale werd afgesproken om op 1 mei 1890 een internationale strijddag te organiseren en aldus werd de traditie geboren om op 1 mei de Dag van de Arbeid te vieren.

Als er geen coronacrisis zou zijn zouden er de afgelopen nacht duizenden mensen een bijzondere nacht hebben beleefd in Edinburgh gedurende het Beltane Fire Festival.

Een festival dat vanaf 1988 jaarlijks wordt gehouden en voortborduurt op een oeroude Keltische traditie, het Gaelic festival of Beltane.

In de dorpen hier in het oosten van Belgie verschijnen de meibomen weer.

De eerste mei is de aankondiging van een serie dagen waar men rond de meipalen danst en viert en het voorjaar inluidt.

Verschillende culturele uitingen die wel beschouwd één gemeenschappelijke grond hebben.

Deze gemeenschappelijke grond, dit onderliggende oerthema, deze archetypische, cultureel structurerende kracht die onbewust in mensen werkzaam is, vinden we als we wat verder terug gaan in de tijd bij onze Keltische voorouders.

Zij zelf hebben er niet de woorden aan gegeven die ik er aan geef, maar in de grond eerden en vierden zij de werking van universele, overal in de kosmos aanwezige en werkzame krachten.

Op hun manier zagen zij in de natuur, in de kringloop van de seizoenen, in de bewegingen aan de hemel, dat daar zich processen voltrokken waaraan zij volledig ondergeschikt bleken. Die hen ver overstegen en hun leven stuurden.

Deze natuurverschijnselen werden op die wijzen tot bovenmenselijke krachten, aan goden gelijk.

Het meest herkenbare stempel dat deze goden hen toonden was de cyclus van geboorte en dood samenkomend in het fenomeen leven dat zich in vier onderscheiden vormen toonde.

Zij herkenden deze vier seizoenen als de vier rijken die op de wereld aanwezig waren, mineraal, plantaardig, dierlijk en de mensen. Maar ook de vier seizoenen in een enkel leven als geboorte, volwassenheid, ouderdom en sterven.

Deze cyclus van vier, uitdrukt in het symbool van het gelijkarmige kruis, dat over heel de wereld gekend was, werd door hen aangevuld met een cirkel om het cyclische karakter ervan uit te drukken en zo werd het het Keltische kruis. 

Het kruis op een cirkel hun krachtigste symbool.

De priesters in hun cultuur toonden hen dat er vier momenten in het jaar waren, de zomer en winterzonnewende en de lente -en herfst-evening, waarop vanuit de geestelijke wereld er een impuls ontvangen werd. 

Deze vier momenten werden de basis voor de vier grote feesten rond die dagen waarin de werking van de kosmische krachten geëerd werden.

Een impuls die eenmaal opgevangen, als inspiratie werkzaam werd binnen de mens en hem motiveerde tot handelingen die maakte dat deze inspiratie vorm kon aannemen binnen de cultuur.

Deze ontvangen inspiratie verbond zich aan een cyclus van 40 dagen waarna een nieuw feest werd gevierd.

Zo werd het feest van de lente-evening, rond de 21e maart, opgevolgd door een cultureel feest, 40 dagen later, waarin de beloofde scheppingskracht zich materieel uitdrukte in allerlei nieuwe levensvormen. Rond 1 mei werd dit nieuwe leven dan gevierd in al zijn facetten.

Geheel in analogie met het natuurlijke fenomeen dat nieuw leven dat ontstond daar waar man en vrouw samenkwamen, 40 weken later tot een nieuw kind leidde.

De verwekte kinderen tijdens de Beltane festivals zouden dan synchroon aan het kosmische gebeuren zo rond de 21e december, wanneer het licht terugkeerde, het nieuwe leven aanschouwen.

Zo ontstonden de volgende 8 feesten

 

pastedGraphic.png

 

Op 21 maart werd het feest gevierd waarbij de priesters de belichaming van de geest als nieuwe impuls vierden. Ostara.

Deze behoefte van de geest om zich opnieuw te manifesteren kwam tot uitdrukking in de natuur en de cultuur in de weken daaropvolgend en rond de 1e mei werd hier rond gevierd. Beltane.

De geest die zich toonde in talloze nieuwe vormen. 

Dit grondthema toont ons de archetypische kracht van de Stier die de belichaming is van de impuls tot nieuw leven gesymboliseerd door het beeld van de Ram.

De Stier wordt opgevolgd door het beeld van de Tweelingen. Want elk nieuw leven zal direct op zoek gaan naar zijn partner ter aanvulling van.

Waarna een eerste cyclus is voltooid.

Op 21 juni komt de tweede geestelijke impuls de natuur binnen, de impuls die maakt dat de geest zich volledig wil uitstorten in het leven. Litha.

Deze uitstorting maakt dat alles zijn volheid kan bereiken, volwassen kan worden. Dat de materie doordrongen is van leven, licht en bewustzijn.

Begin augustus, wederom 40 dagen later, als de warmte van de zon totaal is en het moment van oogsten is aangebroken, viert de cultuur dit spektakel in zijn oogstfeesten. 

Lammas of Lughnassa. Van oogsten op het veld tot oogsten aan de universiteit.

Op 21 september ontvangt de natuur haar derde geestelijke impuls die maakt dat zij zich wil, terugtrekken. Mabon.

Gevolgd door het feest van Samhain,  het grote feest en begin van het nieuwe Keltische jaar rond de 1e november, waar men afscheid nam van de geest, de doden eerde en zich opmaakte voor de komst van de winter.

De vierde en laatste impuls van de geest werd ontvangen rond de 21e december, Yule, wanneer het licht zichtbaar terugkeerde; deze nieuwe indaling van de geest kreeg 40 dagen later een gevolg in het feest van Imbolc, hartje winter rond de 1e februari.

Een feest waarbij men elkaar opzocht en gezamenlijk zich verbond met het licht en de oude wijsheden van vroegere generaties.

Deze 8 feesten lagen ten grondslag aan de latere feesten die door andere culturen werden overgenomen in een proces wat men de kerstening is gaan noemen in de christelijke tradities.

Deze kerstening leidt dan tot:

21 maart Ostara wordt Pasen; 21 juni Litha wordt St. Jan; 21 september Mabon wordt St. Michael en 21 december Yule wordt Kerstmis.

Beltane op 1 mei evolueert tot de 1 mei vieringen, Lughnassa op 1 augustus evolueert tot de oogstfeesten, Samhain op 1 november evolueert tot Allerheiligen en Allerzielen en Imbolc op 1 februari evolueert tot Maria Lichtmis.

Verder wordt de cirkel aangevuld met Hemelvaart in april, Pinksteren in mei, Maria Hemelvaart in augustus en Maria’s geboorte in september, Maria’s onbevlekte ontvangenis in december, Driekoningen in januari en het Carnaval in maart.

Zo ontstaat er een jaarfeestencirkel die zonder dat men het bewust beseft uitdrukking geeft aan de aloude archetypische twaalf kosmische scheppingskrachten die sedert de Mesopotamische tijden van 2500 voor Chr. ons bekend zijn.

Maar niets staat stil, alles verandert en zo verdwijnen religies en geloven en maken plaats voor andere.

We leven hier in Europa nog steeds met een in het Christendom verankerde kalender en de daarbij horende feestdagen. Hij wordt echter gehanteerd door al maar meer mensen die een ander geloof aanhangen verbonden met andere feesten.

Al maar meer mensen zien in de traditionele feesten een reden om te feesten ipv te eren;
menigeen heeft geen idee waarom er überhaupt een feest is.

Consumentisme grijpt daardoor zijn kans en op den duur worden het lege hulzen.

Wellicht is het moment aangebroken om wanneer kerken leeg lopen, talloze mensen geen idee meer hebben wat ze wanneer vieren als ze het al vieren, om de mensheid opnieuw te verenigen rond een twaalftal kosmische momenten in het jaar en samen feesten te vieren die voor iedereen herkenbaar zijn en een appèl doen op datgeen dat ons allen verbindt;
onze kosmische verbondenheid dat we in de grond allemaal dezelfde vader en moeder hebben ook al hebben zij vele namen ontvangen.

Vandaar dat ik voorstel om de volgende feesten in een nieuwe jaarcirkel op te nemen voor iedereen, aangezien iedereen zich kan herkennen in de volgende krachten, die in ons allen zoeken zich te manifesteren.

21 maart

FEEST VAN HET NIEUWE BEGIN 

ter achting van het archetype van de Ram

21 april

FEEST VAN DE LEVENSKRACHT

ter achting van het archetype van de Stier

21 mei

FEEST VAN DE COMMUNICATIE

ter achting van het archetype van de Tweelingen

21 juni

FEEST VAN DE FAMILIE

ter achting van het archetype van de Kreeft

21 juli

FEEST VAN DE ZON

ter achting van het archetype van de Leeuw

21 augustus

FEEST VAN DE OOGST

ter achting van het archetype van de Maagd

21 september

FEEST VAN HET EVENWICHT

ter achting van het archetype van de Weegschaal

21 oktober

FEEST VAN GEBOORTE EN DOOD

ter achting van het archetype van de Schorpioen

21 november

FEEST VAN DE INSPIRATIE

ter achting van het archetype van de Boogschutter

21 december

FEEST VAN HET LICHT

ter achting van het archetype van de Steenbok

21 januari

FEEST VAN DE WIJSHEID

ter achting van het archetype van de Waterman

21 februari

FEEST VAN DE OVERGAVE

ter achting van het archetype van de Vissen

© Willem Versteeg

1 mei 2021

Willems blog over de kosmische verbanden

Huize Poustinia – info@poustinia.be

Over de grote en kleinere verbanden

Gepubliceerd op 18 maart 2021 door Willem

 

De belangrijkste behoefte die de mens diep van binnen voelt
is zich verbonden te weten met.
Dit maakt dat hij met recht kan zeggen
dat hij diep van binnen een religieus wezen is.

In de rituelen en de feesten die van oudsher horen bij de donkerste tijd van het jaar,
heeft de mens deze verbondenheid heel sterk gevoeld en uitgedrukt;
ook al weet bijna niemand meer wat hij nu precies voelt en uitdrukt.

Bijna niemand weet nog dat alle rituelen en alle feesten
die de mensheid door de eeuwen heen heeft gehouden
in de grond een nauwe relatie hebben met het grote kosmische gebeuren rondom hem. 

Wanneer we weer beseffen dat dit de grond is van waaruit we vieren en feesten,
begrijpen we weer wat het is dat ons samen brengt.
Wat het is dat ons verbindt.

Krijgen we weer zicht op de grote verbanden.
Weten we ons weer verbonden.

Want voor een wereld en een mensheid die lijdt,
zijn verbanden die verbinden
een basisbehoefte om je verbonden te weten met.

 

 

 

HET GROTE VERBAND

Ons leven voltrekt zich in één groot kosmisch verband.
Het is een eenvoudig neer te schrijven zin.
Maar wat is de betekenis van deze zin.
En wat is de zin van wat het betekent voor de lezer.
Het kan de lezer tekenen als hij deze zin tot zich laat doordringen.
Dringt hij door tot deze diepere betekenis
dan krijgt zijn leven plots meer tekening.
Het is in deze tekening dat zich een nieuw perspectief toont.
Het nieuwe perspectief betekent een nieuw standpunt.
Van waaruit hij anders naar het leven en zichzelf kijkt
en zo een nieuwe zin en betekenis ontwaart.

Laat je meevoeren op een reis
waarbij je je eigen standpunt verlaat
en ruimte geeft aan een ver-ruimende visie.

 

 

We hebben in ons leven allemaal wel eens een verband om gehad. 

Al was het maar het vingerverbandje dat liefdevol om onze bebloede pottenlikker werd gelegd nadat we gillend als een sirene, vader of moeder duidelijk hadden proberen te maken dat we met onze vingers tussen de deur hadden gezeten.
Menigeen van ons kan de plaats aanwijzen of zelfs nu nog voelen waar een al wat groter verband een tijdje heeft gezeten of nog zit. Dan kennen we ook dat typische gevoel dat ons erop attent maakt dat het verband niet goed zit. Verschoven, gelost, knellend. Het is een kunst om een verband zo aan te leggen dat het een tijdje mee gaat.
En als het dan weer verschoond is, opnieuw vakkundig gelegd, soms in zo’n mooi doorlopend visgraatmotief, voel je je direct weer een stuk beter.

Ik wilde verder schrijven toen er ineens een oud beeld van vroeger opdook. In mijn opleiding tot verpleegkundige in de jaren zeventig van de vorige eeuw was ik gefascineerd door de lessen verbandleer. Ik vond dat ook heel leuk om te doen. Heel helder kwam het volgende beeld terug; ik was bezig om een rolletje verbandgaas rond een pols te wikkelen van één van mijn medestudenten, zo heel mooi in een visgraatmotief. Bijna bij het einde van de rol aangekomen pakte ik een schaartje en knipte het uiteinde van het gaas in tweeën zodat er twee smalle strookjes restten. De strookjes waren juist lang genoeg geknipt om er, alsof het twee heel brede veters van gaas waren, het ene strookje linksom en het andere strookje rechtsom om de pols te winden en waar de twee strookjes aan de andere kant samen kwamen er een mooi knoopje in te leggen.

Ik denk dat ik nu begrijp waarom ik dat zo graag deed. Nu zie ik heel helder de betekenis van het feit dat je een rol verband, dat je gebruikt om het heelwordingsproces te helpen laten voltrekken, op het eind in tweeën knipt, de twee uiteinden elk een andere kant laat opgaan, ze samen brengt en ze vervolgens weer verbindt door met de twee uiteinden een knoop te maken die de afwerking vormt van het proces.

Wat één was, gebruik je, knip je in tweeën en verbind je opnieuw en de nieuw verbonden tweeheid krijgt de vorm van een knoop. En in die knoop zie je de drie terug.

Eén, twee, drie en klaar is Kees.

 

Er gaat soms iets mis in het leven. Wat één was valt uit-één. Ons instinct waarschuwt ons en zegt: help.
Herstellen, verbinden, genezen.
Op zoek naar een geneeswijze, een verband, een hulpmiddel. Met als doel: weer heel, weer verbonden.

Dit verhaal gaat niet over verbandleer, maar meer over het leren leggen van verbanden. Het vinden van verbanden, het zien van verbanden. Want zonder verband staan we met lege handen als we willen verbinden.
Is dat de reden waarom zo weinig mensen het gevoel hebben zich verbonden te weten.
Het vinden en zien van verbanden heeft mij altijd een heel diep tevreden gevoel gegeven.
Een gevoel me verbonden te weten met het geheel. Vooral het gevoel van ontzag hebben voor.

Ik hoop van harte dat het jou datzelfde gevoel mag geven. 

 

Elke nieuwe lente toont ons dit eerste driehoeksverband.

Heb je wel eens als kind een sinaasappelpit in een potje met aarde gestopt. Of een andere pit. En met veel geduld gewacht tot er iets gebeurde. Of was jij het type dat na twee dagen het potje al vergeten was.
Als je gewacht zou hebben en elke dag een klein beetje water had gegeven, als je vader en moeder tegelijk zou zijn geweest voor het pitje, dan zou je getuige zijn geweest van een klein wonder.
In de grond zou het pitje uiteengevallen zijn in twee helften en er zouden twee dingen tegelijkertijd gebeuren.
Er zou een wit worteltje de aarde in duiken die voedsel zou gaan zoeken en er zou een wit stengeltje naar boven groeien, dat al snel van kleur verschoot toen het de zon zag, het werd groen en heel snel maakte het zijn eerste blaadje dat zich in tweeën deelde. 

Alle planten beginnen zo. Na dat eerste paar blaadjes, gaan alle planten hun eigen kenmerkende gang en zijn ze onderling allemaal verschillend.

 

Waar ben je nu eigenlijk getuige van als je dit wonder aanschouwt?

Elke nieuwe bloem, plant, struik of boom, laat zien dat nieuw leven de uitdrukking is van een drietal fundamenteel werkende scheppingskrachten. Alles start en leeft binnen een driehoeksverband.
Kijk maar eens mee.

Alles begint met een wens of een idee die een belofte in zich draagt. De belofte wordt bewaarheid wanneer er drie dingen gebeuren. Kwalitatief goed zaad dat een vruchtbare bodem ontmoet en contact maakt met water.

1 Er is een impuls nodig, een begin, een belofte. Een actie. 

In ons voorbeeld is dit het zaad dat gevallen is en het eindproduct is van een vorige cyclus die volbracht is en nu een belofte in zich draagt voor een nieuwe cyclus.

2 Er is een omgeving nodig die het gevallen zaad opvangt, koestert, verzorgt, omsluit, voedt.

In ons voorbeeld is dit de vruchtbare bodem die de voedingstoffen aanlevert en de wortel stevig omsluit.

3 Er is een medium nodig die de twee voorgaande zaken met elkaar in contact brengt.

In ons voorbeeld is dit het water die het leven wakker maakt binnen het zaad.

 

Dan begint de nieuwe cyclus.

Het zaad breekt open en er steekt een wit worteltje zijn kopje naar buiten dat precies weet wat boven en onder is. Het witte worteltje duikt de zwartheid binnen en groeit naar beneden en begint geholpen door het beetje voedsel in het zaad, wortelhaartjes te maken die in staat zijn in water opgeloste voedingsstoffen op te halen uit de bodem. Hij blijft vervolgens twee dingen doen.

Hij maakt wortelharen bij en hij transporteert de opgenomen voedingsstoffen via de haartjes en de wortel zelf naar boven, eet er zelf ook wat van om te kunnen verder groeien en de rest gaat naar boven.

Want boven is een tweede mirakel bezig zich te ontvouwen. Er komt niet enkel een wortel uit het zaadje. In het zaadje ligt mooi opgevouwen een beginnend stengeltje klaar, ook spierwit, dat op het einde een beetje verdikt is. Ook die steekt zijn kopje uit het zaad en gaat de weg naar boven toe. Met het beetje voedsel uit het zaad en de toevoer van voedsel uit de wortel groeit de kiem uit tot een stengeltje met twee blaadjes die mooi opgevouwen hun kopje rechten en de tocht uit de grond naar boven aanvangen. Eenmaal boven gekomen verschiet het van kleur onder invloed van het zonlicht en wordt het stengeltje en de twee kiembladeren groen.

Heel het proces is de uitdrukking van de werking van een drietal scheppende krachten. Een actieve en een passieve kracht en een verbindende derde kracht.

Zaad, bodem en water.

Zonlicht, voedingstoffen en de plant.

De plant die groeit is de zichtbare en tastbare verschijning van twee krachten die anders georiënteerd zijn. 

De ene kracht, de kracht van de Aarde, werkt in het duister en haalt daar de belangrijkste voedingsstoffen op voor de plant.

De andere kracht, de kracht van de Zon, werkt in het volle zonlicht daar waar de zonnepanelen van de plant, zijn bladeren, andere voedingstoffen creëren en de plant stimuleren zijn bestemming te bereiken.

Hij zal een bloem maken en daarbinnen de twee principes vormen, stamper en stuifmeel, die door een derde kracht met elkaar verbonden zullen worden, de bevruchting. 

Opdat nieuw zaad door de werking van de zon zich kan vormen die het begin kan worden van een nieuwe cyclus.

 

Telkens duikt er een driehoeksverband op.

Ook in ons eigen leven komen we deze driehoek terug tegen. Sterker nog jij zelf bent het product van een dergelijke driehoek.

Het is zo vanzelfsprekend dat we er vrijwel nooit bij stil staan. Jij bent de totstandgekomen wens, de vervulling van een belofte van een tweetal mensen, een man en een vrouw, die daardoor je vader en je moeder werden.

Er is een actieve daad gepleegd, zaad werd uitgestort dat op het juiste moment door een wachtend eitje werd ontvangen en een keten van gebeurtenissen leidde uiteindelijk tot jouw geboorte.

Jouw eerste deelname aan een driehoeksverband.

Heel het leven zit vol met voorbeelden van dit driehoeksverband.

We zien elkaar over een maand, telkens wanneer de Zon een nieuw dierenriemteken binnenwandelt, weer voor meer verhalende verbanden.

 

© Willem Versteeg.

19 maart 2021

Meld je aan met je E-mailadres en blijf automatisch op de hoogte van ons nieuws: