Het rijk van Kronos – deel 4

 

Vierde nacht – maandag 28 december 2020

“De onderlinge verbondenheid. Hoe alles met alles samenhangt. Dat raakt me eigenlijk het meest. Het maakt dat je je eerder verbaast dan dat het je uitnodigt tot het hebben van een mening of een oordeel. Het maakt vooral nieuwsgierig naar meer. Het maakt hongerig naar luisteren. Dus, als ik mag?

Wil je verder gaan?”

Ik had het nog niet gezegd en direct antwoordde de tafel.

In het midden van de zespuntige Davidsster begon er iets te bewegen en het leek erop alsof het centrum vloeibaar werd.
Die indruk werd sterker en er begon een lila gekleurd vocht omhoog te borrelen dat zich in kleine concentrische cirkels naar boven werkte en naar de rand van de tafel begon te stromen. Alsof er een steen in het midden gegooid was die ik niet gezien had, bleven er nieuwe cirkels ontstaan en het vocht stroomde langzaam naar de buitenrand waar de twaalf cirkels rond de ster aaneengevlochten lagen.

Elke cirkel, nu ineens een schoteltje, liep vol met de vloeistof en veranderde langzaam van kleur.

De beweging in het midden hield op en de vloeistof vulde de twaalf cirkels tot elke cirkel, elk schoteltje nu volgelopen,  bleek van kleur te veranderen.

Het geheel kwam langzaam tot stilstand. Een kleurencirkel achterlatend waarin alle kleuren van de regenboog en meer zelfs, zichtbaar werden.

Ik keek rond en zag de kleuren verlopen van karmozijnrood, richting oranje, naar enkele gele tinten die op hun beurt weer verliepen naar tinten groen en van licht naar donkerblauw, indigo, van magenta tot ik weer terug was bij de eerste schaal.

Twaalf schalen in twaalf kleurschakeringen, elk hun eigen karakter weergevend.

Plots vervaagden de kleuren en kwam er een gebroken wit voor in de plaats en een beeld alsof er van onderen een grote cirkel onder de twaalf cirkels bleek te zitten.

Alsof de twaalf cirkels als één geheel op een tweede bord daaronder dreven.

De twaalf cirkels vervaagden vervolgens om geheel te verdwijnen zodat het bord dat daaronder zweefde duidelijk zichtbaar werd en het begon te draaien.

Het had een kleur van gebroken wit en hier en daar dooraderd met kronkelende slierten van een diep blauwe lapis lazuli achtige kleur.

Het bord draaide rond en geleidelijk aan werd de kleur lichter en lichter tot het heel fel geel werd en bijna pijn deed aan de ogen om vervolgens weer te verzachten en langzaam over te gaan in een roodachtig grijs dat steeds donkerder werd. Uiteindelijk donkergrijs, neigend naar zwart terwijl de aderen van lapis lazuli nu geelachtige tinten kregen en vervolgens een zilverachtig wit uitstraalden.

Maar ook dit beeld bleef niet stabiel. De voortdurende beweging, een ronde en een kleurveranderende als het ware, keerden langzaam terug naar het beginstadium van grijs naar lichtgrijs om weer ruimte te maken voor het gebroken wit en de blauwe aderen waarna het bord, of de grote cirkel, langzaam tot stilstand kwam.

Als een soort antwoord of reactie kwam de deur recht tegenover de eerste deur van de zaal met de zuil met het uurwerk, tot leven. Op het bovenpaneel kwam eenzelfde kleine cirkel tot leven, lichtte op, draaide rond en Choram stond op.

Hij wenkte mij en ik volgde de openzwaaiende deur door.

Ook hier stond een uitnodigende, in de muur ingewerkte bank waarop we plaats namen.

Een ronde zaal met wanden die een zacht licht uitstraalden. En in het midden niets te zien.

Het voelde vreemd aan want ik kon ook nergens een plafond of een vloer vinden.

De vloer die voor me lag zag ik wel maar hij vervaagde naarmate ik verder naar het midden van de ruimte keek.

Ik keek Choram vragend aan.

Hij beantwoordde mijn blik met een neiging van zijn hoofd die maakte dat ik begreep dat er niet veel verder gezegd zou worden en dat ik slechts iets te zien zou krijgen.

De wandverlichting nam plots in sterkte toe waardoor ik het midden van de ruimte scherp in beeld kreeg.

Daar hing een soort wolk die langzaam ronddraaide. Lichtgrijs met allerlei gekleurde slierten die er doorheen bewogen.

Ik had nog maar nauwelijks het besef van deze wolk of de wandverlichting doofde uit en mijn aandacht fixeerde zich op de wolk. Complete duisternis daarrond.

Ik kon Choram naast me voelen. Zien deed ik hem niet meer.

De wolk viel uiteen en verdween en ervoor in de plaats zag ik hoe het donker langzaamaan lichter werd en ik een blauwgekleurde bol ontwaarde. 

Het was onmiskenbaar de Aarde zelf zoals we haar kennen terwijl ze door de ruimte zweeft en ik kreeg dezelfde sensatie die ik lang geleden had gekend toen ik de eerste foto zag van “Earthrise”. De foto die William Anders op 24 december 1968 maakte toen hij tijdens de Apollo 8 missie rond de maan vloog en de Aarde zag opkomen.

De foto die enkele dagen later de Aarde bereikte en gedeeld werd met de wereldbevolking en een nieuw tijdperk inluidde.
Het tijdperk dat we vanaf dat moment een beeld hadden vanuit een kosmisch perspectief, we nieuw en anders naar ons zelf konden zien en begrepen hoe kwetsbaar en kosmisch verbonden we eigenlijk zijn.

De Aarde draaide met haar blauw-witte patronen rond haar eigen as en baadde in het zonlicht.

Plots veranderde het standpunt van waaruit ik het beeld te zien kreeg. 

Dezelfde Aarde, nog steeds draaiend, toonde nu een zijde die baadde in het licht, maar langzaam doordraaiend schoof er een sikkel van donkerte over de bol die maakte dat de Aarde geheel donker werd. Die vervolgens vanaf de andere kant weer lichter werd en de donkere sikkel schoof weg en toonde weer een Aarde in het volle licht.

De Aarde, de bol veranderde nu van dimensie en werd een plat vlak. Een cirkel. Wit.

Nog altijd wit begon ze te draaien rond haar as en toonde zo haar achterzijde die zwart gekleurd bleek..

De draaisnelheid nam toe en ik zag snel wit en zwart elkaar aflossen.

Plots viel de cirkel langzaam om als een munt die geworpen wordt en draaiend tot stilstand komt. Ik was benieuwd welke zijde boven kwam te liggen.

Maar tot mijn verbazing lag daar een cirkel die het aloude Yin-Yang symbool weergaf.

Ze bleef langzaam draaiend liggen.

Toen kwam ze tot stilstand.

Na een tiental seconden richtte ze zich weer op.

Ze ging rechtop staan.

Links het witte gedeelte, als een groot wit kikkervisje dat zijn kopje naar rechts buigt en de helft van de cirkel vult.
Verbonden met wat in het Taoïsme de Yang energie wordt genoemd en in het rechter gedeelte het “zwarte visje met zijn kopje naar beneden” en neigend naar links onder het witte, verbonden met de Ying energie.

Plots vond er lichte beroering plaats in het zwarte gedeelte en er sprong een straaltje zwart uit en als een soort inktstreep maakte het twee lijnen die elkaar in het midden kruisten en zo een groot kruis over het symbool heen drapeerde.

Zo ontstonden ineens vier kwartieren.

Het wit en het zwart van het Ying-Yang teken verflauwde tot bijna onzichtbaarheid zodat er enkel nog een cirkel overbleef met een groot kruis daarbinnen.

Er ontstond wat beweging in de vier kwartieren en zonder verdere aankondiging kleurde de vier kwartieren achtereenvolgens, van links boven met de klok mee, zwart, wit, oker en rood.

De kleuren vervaagden weer en op de vier hoeken van het kruis verschenen de cijfers 12, 3, 6 en 9. Zoals op een wijzerplaat.

De cijfers verdwenen.

Het Yin-Yang teken keerde langzaam terug en waar daarvoor de 9 stond kwam nu het begrip “geboorte” te staan in donkerblauwe letters. 

En daaronder “doorbraak van Yang

De 12 maakte plaats voor “volwassenheid” en de woorden “de grootsheid van Yang die omslaat in de geboorte van Yin”

Even daarna kwam “de ouderdom” bij de 3 aangevuld met de woorden “de doorbraak van Yin” en op de plaats van de 6 verscheen “bij de voorouders” en de woorden “de grootsheid van Yin die omslaat in de geboorte van Yang”

Het geheel vervaagde weer een beetje en op de plaats van de geboorte zagen we een herkenbaar beeld opduiken van een prachtige zonsopgang.

Die overging in een beeld van een stralende zon hoog aan een heldere hemel die naar de plaats van de 12 schoof.

Een knalrode zonsondergang kregen we te zien bij de 3 en een diepdonkere sterrenacht bij de 6.

Ook dit beeld vervaagde weer en het kruis drong naar voren en toonde zich in zijn  grootsheid.

Het midden van het kruis, waar de twee lijnen elkaar kruisen, kwam in beweging en daar verscheen het begrip “life” en tegelijkertijd verhief dit midden zich en trok het kruis als het ware een nieuwe dimensie binnen want ik zag dat de cirkel van vorm veranderde en een piramidevorm aannam.

Eénmaal een volledige piramide met een vierkant grondvlak waar de vier begrippen op de hoeken stonden en het begrip “life” aan de top veranderde er iets aan de top.

Er kwam een kleine cirkel rond de top die daar zweefde en in die cirkel stond de tekst:

the life of mankind”.

Uit de top van de piramide aan de binnenkant zag ik nu een gouden straal licht die in een spiralende beweging zijn weg via twaalf windingen naar beneden zocht en de piramide van binnen volledig doorlichtte.
Beneden op het grondvlak aangekomen ging de winding daar rond langs de vier hoekpunten
alwaar ze de vier begrippen in gouden letters oplichtte waarna de straal het midden opzocht,
zich splitste in twee stromen en als een dubbele helix recht naar boven naar de top terugstroomde.
Daar aangekomen loste de straal niet op, maar wel de kleur ervan en na een aantal omwentelingen kreeg zij een nieuwe kleur, dook de top van de piramide binnen en hervatte haar weg zoals ze daarvoor reeds beschreven had.

Ze bleef dit een aantal malen herhalen tot het beeld langzaam vervaagde en alles terugkeerde tot een blauwgrijze wolk die langzaam oploste in het niets, waarna de wandverlichting oplichtte en ik me ademloos omdraaide naar Choram die al die tijd in stilte naast me was blijven zitten.

Ik wist geen woord uit te brengen.

Blijkbaar was dat ook de bedoeling.

Woorden, begreep ik in de ogen van Choram, zouden nu niet op zijn plaats zijn.

Voor morgen…

 

Tot morgen.

 

©       Willem Versteeg

maandag 28 december

 

Meld je aan met je E-mailadres en blijf automatisch op de hoogte van ons nieuws: