Het rijk van Kronos – deel 12

 

Twaalfde nacht – dinsdag 5 januari 2021

“We hebben een cirkel gerond. Maar we zijn bij lange nog niet klaar.

Maar goed, er is een begin om anders naar de klok te kijken. Anders te kijken naar waar ze symbool voor staat.
De wetmatigheden die schuil gaan achter deze wereld en waarbinnen wij bewegen.
Die ons de bescherming geven en het houvast waarbinnen we onze drang tot scheppen kunnen uitleven.

Het kruis, door velen voor van alles en nog wat gebruikt en misbruikt, toont in zijn oorspronkelijke vorm, waar zij gelijkbenig is, de vier kardinale punten waarin de relatie Zon, Maan en Aarde is ondergebracht.

De twaalf rondom, waarlangs de wijzers gaan tonen ons de twaalf aangezichten van de levenskracht zoals ze zich aan ons voordoet hier op Aarde en de twaalf vormen die ze aanneemt.

Drie krachten die op vier elementen inwerken maken dat we kunnen afstemmen op twaalf thema’s die op cyclische wijze ingebed zijn in het geheel.
In ons ligt een vermogen om op een ritmische wijze af te stemmen op deze krachten en ze als inspiratie te beleven.

Heel lang geleden observeerden priesters in het oude rivierenland tussen de Eufraat en de Tigris al het fenomeen dat wanneer zij vanaf de Aarde naar een vast punt aan de hemel schouwden dat de zon langs de hemel reisde binnen een bepaalde sector.
En dat in deze sector men een serie sterrenbeelden kon waarnemen. Zo ontstond een symbolische taal om aan te geven dat de zon elke twee uur een ander beeld binnen ging en in één dag een ronde maakte door wat zij de zodiac noemden, de twaalf beelden van de dierenriem.
Vandaag de dag zouden we zeggen dat er elke twee uur een andere energie in de lucht hangt.
Althans dat één van de twaalf basiskrachten wat sterker op de voorgrond treedt dan de andere.

 

 

Volkeren over heel de planeet hebben dit altijd bemerkt en elk volk heeft daar op zijn eigen wijze op ingespeeld, bepaald als ze werden door lokale geografische omstandigheden.

Het gaat veel te ver om hier dieper op in te gaan, maar neem van mij aan dat in de oude mythen van alle volkeren dit thema telkens terug keert.

Eén van de grote thema’s die daarbinnen een hoofdrol spelen is de idee van de precessie van de equinoxen. 

Als je op 21 maart naar buiten gaat een uur voor dat de zon opkomt en je kijkt naar het oosten dat zie je aan de hemel een sterrenbeeld staan.
In dat beeld, dat ongeveer een goede dertig graden van de hemelcirkel beslaat, in dat beeld zal straks de zon opkomen.
Reden om te zeggen dat de zon opkomt in het teken van bv. de Ram.
Of nog mooier uitgedrukt, dat teken herbergt de zon.

Als we even terug gaan in de tijd, zo rond 2160 voor Chr., de tijd dat de allereerste hemelobservaties in geschrift werden vastgelegd, dan zien we dat priesters die op die datum naar buiten keken inderdaad zagen dat de zon opkwam tegen de achtergond van de Ram.
Na verloop van tijd ontdekte men, of men herontdekte, niemand die het weet, dat er iets aan de hand was.

Om een lang verhaal kort te maken. We kunnen nu wat makkelijker en vooral wat sneller rekenen en we weten nu dat zo rond het jaar 10800 v. Chr. de zon op 21 maart opkwam in het beeld van de Leeuw. En dat elke 2160 jaar de zon een beeld is opgeschoven.

In 8640 voor Chr. kwam zij op in het beeld van de Kreeft, in 6480 in het beeld van de Tweelingen. In 4320 in het beeld van de Stier. Rond 2160 v. Chr. in het beeld van de Ram, het moment dat deze beelden hun naam kregen en werden vastgelegd,  en rond de geboorte van Christus in het beeld van de Vissen en rond 2160 na Chr., we hebben dus nog even, zal ze in het beeld van de Waterman opkomen.

De Aarde blijkt opgenomen te zijn in een heel trage, maar duidelijke beweging die maakt dat zij door twaalf periodes gaat die zelfs een naam hebben gekregen. En alle oude culturen verwijzen daar op één of andere wijze naar.

 

Dit alles wordt veroorzaakt door haar derde beweging.

Als een tolletje dat ronddraait zie je als je goed kijkt dat de denkbeeldige as die door de aarde loopt aan de top als het ware een kleine cirkel beschrijft die maakt dat als je de aardas zou verlengen, dat die as gedurende 25920 jaar een cirkel beschrijft.
Dit drukt zich uit in de zg. precessie van de equinoxen. Wat ik hierboven beschreven heb.

Deze beweging wordt toegeschreven aan een combinatie van krachten die uitgaan van de zon en de maan.
Echter dit is een hypothese en nog nooit bewezen. Sterker nog de hypothese bevat een aantal zeer zwakke punten.

Er is veel meer aan de hand maar daar hebben we nu geen tijd voor.
Laten we zeggen dat een andere ster, een tweede zon, Sirius er voor iets tussen zit.

 

De grote tijdperken.

Er is een oude kennis die binnen de mensheid voortleeft dat we blijkbaar door grote tijdperken heengaan die elk hun eigen karakter hebben.

Reden voor een grote groep hippies om in de jaren 60 van de vorige eeuw door de wereld te trekken met een musical genoemd “Hair”, waarin ze “the story of the dawning of the Age of Aquarius” bezongen.”

Spontaan sprongen er beelden bij me op van mijn bezoek aan die musical in Amsterdam in de jaren 70.

“We hebben geen idee wat het komende grote tijdperk precies gaat brengen aan de mensheid en de Aarde maar sedert de ontdekking van de stoommachine en de ontdekking van de elektriciteit is het wereldgebeuren vanaf 1800 zo ongelooflijk ingrijpend veranderd dat sommigen al geloven dat het Watermantijdperk is aangebroken. Dat belooft. Op voorwaarde dat we ons onze verantwoordelijkheid voor de Aarde zelf op tijd herinneren en er naar gaan leven. Anders gaan we een nieuwe ramp tegemoet. Rampen die er in  het verleden ook vaker hebben plaatsgevonden.

We leven nu eenmaal temidden van cycli en alles keert terug, niet herhalenderwijs, maar meer in de vorm van een spiraal die in haar volgende winding een stuk verder of hoger ligt. Telkens een facet openbarend die een volgende ontwikkelingsfase mogelijk maakt.

Want zoals er een ontwikkeling is te zien in één dag en analoog hieraan eenzelfde ontwikkeling in een maand, in een jaar, in een mensenleven met haar typerende fasen, zo zien we ook in de ontwikkelingsfasen van culturen, van heel de mensheid als geheel een cyclus op de achtergond zich voltrekken.

De tijdschalen zijn telkens anders. Zoals binnen octaven, de tonen liggen en daar binnenin de boventonen en wie weet wat nog meer.”

 

Plots dook een beeld op en ik had de moed Choram te onderbreken.

“Ik schreef vroeger op de eerste bladzijde van een schoolschrift niet enkel mijn naam maar daar onder de straatnaam, de naam van de plaats waar ik woonde en daaronder zette ik de naam van het land en Europa en de Wereld en tenslotte de Kosmos.
Dat was de manier waarop ik me thuis voelde. Als in één grote vortex kwam alles samen in mijn naam.”

 

“Ja er is nooit onderzoek naar gedaan, maar antropologen en historici zouden veel ontdekken als ze de verschillende grote tijdsperioden opdeelden in twaalf delen en zo een heel ander beeld zouden krijgen van wat er zoal speelde en vooral ook waarom de geschiedenis zich ontvouwt zoals hij doet.

Zoals ik eerder liet zien dat de zon alle krachten tezamen uitstraalt en dat onze afstemming bepaalt op welke van deze energieën wij resoneren.

Van nature zijn wij elke maand op een andere golflengte afgestemd, zoals wij elke twee uur van de dag op een andere kracht afgestemd zijn. In al die perioden zijn de andere krachten uiteraard ook aanwezig maar dringen zich schijnbaar minder sterk op. Althans zo ervaren wij dat. Nu weten we dat dat een afstemmingskwestie is.

Maar in het groot gaat dat ook zo.

In de eerste 180 jaar geteld vanaf het jaar 1 na Christus dringt de energie die de ouden “Ram” noemden zich sterk naar de voorgrond waardoor die energie die periode als het ware kleurt. 

Voor wie het wil onderzoeken moet maar eens kijken naar wat er tussen 1620 en 1800 plaatsvond en daar het beeld van de Steenbok naast houden. Voor de duidelijkheid ik heb het hier dus over een Steenbokfase binnen het grote Vissentijdperk.

En van 1800 tot 1980 met het Waterman beeld en de jaren 1980 tot 2160 met het beeld van de Vissen. Oftewel in deze laatste 180 jaar komt het Vissenthema dus tot een climax.

Onze tijd kenmerkt zich dus sterk door een Watermanperiode binnen het grote Vissentijdperk dat loopt van ongeveer 0 tot 2160.

Met deze matrix voor ogen wordt geschiedenis en antropologie een compleet nieuw veld van onderzoek.

Of een nog groter verband.

In de periode van 4320 v. Chr tot 2160 v. Chr. was de dominante cultuur die van de Egyptenaren. Gezien vanuit de grotere verbanden is het niet vreemd dat de Zon en de Stier zo’n belangrijke rol spelen bij hen.

 

 

Dezelfde periode waar landbouw in Azië tot ontwikkeling kwam en de mensheid zich vestigde in de eerste steden.
Of de sfinx naast de piramides van Gizeh, die veel ouder is dan men aanneemt, gezien de erosiesporen op zijn flanken en het sterke vermoeden dat hij vroeger een grote leeuwenkop had en dat pas veel later hiervan een kop van de farao werd gemaakt.
Een liggende leeuw die uitkijkt naar die plek aan de hemel waar in 10800 v. Chr. zijn evenbeeld aan de hemel verscheen en de periode van de Leeuw aankondigde.
De talen en het geschrift gaan terug naar een tijd in de geschiedenis dat de ouden gewag maakten van het tijdperk van de Tweelingen energie waar alles draait om communicatie, tussen 6480 en 4320 v. Chr.
Elke cultuur op Aarde kende dit grote verband en verwees er naar in de eigen scheppingsmythen.
Veel daarvan is verloren gegaan omdat we niet langer uitzoomen maar liever inzoomen op ons zelf.

Daarom wil ik afsluiten met het beeld dat onze cultuur elk jaar weer aan ons vertelt opdat we de grote samenhangen niet vergeten.

Aan het begin van onze cultuur, als het Vissen tijdperk van start gaat, verschijnt er niet alleen een persoon die deze energie belichaamt.
Zichzelf een visser van mensen noemt.
Maar zijn geboorteverhaal is op een speciale wijze in scene gezet.
Er is geen enkel historisch bewijs.

Elke enscenering zou geloofwaardig geweest zijn omdat niemand getuige was.

Waarom dan toch deze vorm?

 

met toestemming van atelierjmg.nl

 

Achtereenvolgens draven de volgende personen en figuren op:
Maria, Jozef, een ezel, een kind, een os, een engel, herders en drie wijzen om een verhaal te vertellen.

In deze volgorde verschijnen aan ons achtereenvolgens de volgende grote tijdperken in een symbolische figuur.

De Maagd als Maria,
de maagd die het kind ontving.

De Leeuw als Jozef,
in rechte lijn het huis van David vertegenwoordigend, de eerste koning.

De Kreeft als de ezel.
Bij de Mesopotamiërs, de naamgevers van de beelden van de zodiac, wisten dat in het sterrenbeeld van de Kreeft twee grote sterren Asellus Borealis en Asellus Australis, de noordelijke en de zuidelijke ezel, lagen  rond een sterrenhoop die de Praesepe wordt genoemd, de voederbak.En lang heeft dit beeld de naam van de ezel gehad. Later veranderde dat in de Kreeft.

De Tweelingen als het kind.
De Tweeling geldt als het onschuldige, zuiver afgestemde wezen dat nog wezensverbonden is.

De Stier vertegenwoordigd hier in de stal door de os.
De os wiens scheppingskracht in dienst staat van de mens.

De Ram hier met de engel
als symbool als de verkondiger van het nieuwe tijdperk dat aanbreekt.

De Vissen als de herders die de schapen hoeden.
Verwijzend naar de cultuur waar grote groepen mensen zich verenigen rond een religieus idee.

De Waterman die door de drie wijzen uit het Oosten worden vertegenwoordigd
uitdrukking gevend aan het beeld dat heel de mensheid zich verenigd weet in het bijeenkomen van vier vorsten uit vier windstreken, alle rassen vertegenwoordigend.

Het verhaal dat ons al tweeduizend jaar vertrouwd is en telkens weer dat bijzondere gevoel van verbondenheid brengt.”

 

Choram stopte en keek de zaal rond en richtte zich toen nog een laatste maal naar mij, alvorens afscheid te nemen met zijn laatste woorden:

 

De belangrijkste behoefte die de mens diep van binnen voelt
is zich verbonden te weten met. 

Dit maakt dat hij met recht kan zeggen
dat hij diep van binnen een religieus wezen is.

In de rituelen en de feesten
die van oudsher horen bij de donkerste tijd van het jaar,
heeft de mens deze verbondenheid heel sterk gevoeld en uitgedrukt;
ook al weet bijna niemand meer wat hij nu precies voelt en uitdrukt.

Bijna niemand weet nog dat alle rituelen en alle feesten
die de mensheid door de eeuwen heen heeft gehouden
in de grond een nauwe relatie hebben
met het grote kosmische gebeuren rondom hem. 

Wanneer we weer beseffen
dat dit de grond is van waaruit we vieren en feesten,
begrijpen we weer wat het is dat ons samen brengt.
Wat het is dat ons verbindt.
Krijgen we weer zicht op de grote verbanden.
Weten we ons weer verbonden.

Want voor een wereld en een mensheid die lijdt,
zijn verbanden die verbinden
een basisbehoefte om je verbonden te weten met.

 

 

© Willem Versteeg

dinsdag 5 januari 2021

Meld je aan met je E-mailadres en blijf automatisch op de hoogte van ons nieuws: