De zesde nacht van woensdag 30 december

 

Vijfde Levenspoort.

Eenmaal buigen en schouwen.

 

Mira had even geaarzeld vóór ze boog. Ze voelde, elke keer dat ze door een nieuwe poort ging, dat er iets met haar gebeurde dat ze voordien niet op dezelfde wijze had ervaren. Ze was ondertussen weer wat ouder geworden en had ook wat meer van het leven geproefd en gezien. Sommige dingen kan je niet zomaar naast je neer leggen zonder er serieus iets mee te doen. Dit maakte haar wat ernstiger, meer bewust van wat haar overkwam. Ze begon dingen anders te zien.

Maar haar leergierigheid was groter dan ze zelf in de gaten had. Deze brak dan ook door de aarzeling heen en deed haar buigen en haar weg verder zetten. 

Door dik en dun, dacht ze en ze stapte met een briesje mee dat vanuit het zuiden kwam. Ze was nu een al wat oudere vrouw die richting en vorm aan haar leven wilde geven. Ze voelde meer behoefte om stil te staan bij en te verwijlen bij wat ze ervoer. Ze liep nu met een pen en een schrift in de hand en de weg leidde haar naar een plek waar ze met haar rug tegen een heuveltje de boeren kon gadeslaan die het graan aan het oogsten waren. Daarboven kleurde de lucht helblauw. Het was hoogzomer en ze hoorde ergens in de verte een koekoek die riep. Hij nam haar met zijn roep mee tot in de verste uithoek van haar dromen. Ze nam haar pen, opende haar schrift en begon te schrijven. Ze was naar binnen gekeerd op de middag van een warme zomerdag. In een tijdloze blauwe ruimte waarin de zon op haar koningszetel op de aarde schouwde als een getuige van.

Getuige zijn van de oogst die wordt binnengehaald. Daar voert de vijfde poort ons, misschien na enige aarzeling, naartoe. In de oogstmaand lijkt het soms of er een stilte valt over de velden die alles deel laat zijn van een sacraal gebeuren. In de zin van dat ze ons in een afstemming brengt van ontzag voelen voor. Wat in de buurt komt van buigen voor een grotere macht die alle leven stuurt. Het zo ordent dat processen op gang komen waardoor vormen geschapen worden. Vorm is orde die zichtbaar wordt, als stille getuige van een zich steeds vernieuwende scheppende kracht. In en buiten ons. Maar ons als deel van dit proces ook getuige maakt van.  

Ik herinner mij de schoven graanstengels die in brede ruikers de akkers sierden en vooral de kracht die daarvan uitging. Ik moest dan blijven staan, voorbijlopen zou oneerbiedig zijn geweest. Zo voelde dit. Ik werd aangeraakt door kracht die zich in schoonheid belichaamt.

Het graan dat word geoogst doet er soms een heel jaar over om daar zo te kunnen staan. Om de mens te spiegelen dat kracht aanboren niet vanzelf gaat. Dat daar processen voor nodig zijn die het graan in de grond leeft. Tijd om zich vanuit zijn innerlijke kern te ontwikkelen vol overgave aan de zegeningen van de hemel. 

In de vorm van regen en zonneschijn. Want zonder een van deze twee kan de tarwe niet verder in het ontvouwen van haar bestemming.

Als mijn grootmoeder het brood aansneed, deed ze dit pas na het even in stilte te hebben aanschouwd om dank te zeggen. Dit voelde ook als een gewijd moment waarin ze ons meenam en vooral bij onszelf bracht, als we van alle kanten waren verschenen om aan tafel onze honger te stillen. Toen ieder er was, beschreef ze met volle aandacht een kruis in de korst van het brood, waarna de geur zich in heel de keuken verspreidde. Dit gebaar fascineert me tot op de dag van vandaag en het mysterie ervan brengt me tot de essentie van het leven. De vier elementen leven om de vijfde in het midden, die alles verbindt en bekrachtigt te belichamen. 

Er is geen tijd in het jaar waarin de velden dit zo sterk spiegelen als in de oogstmaand. Wellicht omdat de kosmos en de natuur en hopelijk ook wij, weten dat ons leven cruciaal door de oogst wordt beheerst. Het brood van de aarde. De bedding voor de geest. De onlosmakelijke eenheid van lichaam en geest bekrachtigd door een ziel die er getuige van kan zijn.

Zo brengt het aanschouwen van de oogst ons bij het vermogen om getuige en bemiddelaar te zijn van en voor geest die materie omhelst en materie die schoot wordt voor licht. Bemiddelen als een koning in oude tijden, die als een dienaar de landerijen bezoekt en het werk van zijn onderdanen erkent en bevestigt maar vooral bekrachtigt zoals mijn grootmoeder dit deed. 

Of de schrijver die zwanger van het tijdloze in het midden beweegt, de schemerzone, waar dingen ineens deel worden van een groter geheel en hun mysterie vrijgeven aan een getuige die in dienst wordt genomen. Het woord beamen bekrachtigt het tijdloze in het graan, dat de zon- en maankracht volledig in zich opslaat. De schepping in een notendop.

Weet je nog hoe Mira met haar rug tegen de heuvel zat en de oogst aanschouwde terwijl ze haar pen over het papier liet bewegen?  

Zie jezelf dan plaatsnemen naast haar om samen met haar de oogst van het graan te aanschouwen.

En onder de zegening van een blauwe, heldere hemel stel je je hart open voor deze vraag:

Waar ben ik in mijn leven getuige van en hoe bekrachtig ik dit? 

 

 

 

©        Huguette Beyens

wordt morgen  31 december vervolgd

Meld je aan met je E-mailadres en blijf automatisch op de hoogte van ons nieuws: