De vijfde nacht van dinsdag 29 december

 

Vierde Levenspoort.

Eenmaal buigen en schouwen.

Mira keek nog eens om. Ze was net buigend de vierde levenspoort doorgegaan. Wat liet ze achter zich?
De onschuld van het kind, het zoeken van de puber en het verlangen van het jonge meisje.
Ze hield even haar adem in vóór ze zich omdraaide en recht voor zich uitkeek naar de weg die verder voerde.
Ze was nu een jonge vrouw geworden met dromen over de toekomst en een vurige wens om aan de roeping gehoor te geven.
In haar open hand hield ze een kompas, waarop ze de richting kon aflezen waarin ze liep.

Ondertussen had de zomer haar intrede gedaan. Warmte hing voelbaar in de lucht en de aren in het korenveld zwollen zienderogen. Terwijl ze verder liep zag ze de gloed van de zon in de velden en weiden om haar heen gespiegeld.
Ze had het warm en voelde de grond onder haar blote voeten gloeien. Hitte die haar de warmte van de passie voor het leven nog sterker deed voelen.

Wat laten wij achter als we met Mira verder stappen en ook even omkijken? Wat nemen we verder mee op onze tocht?
Elk seizoen doet andere dingen met een mens, zet een proces in gang dat appèl doet op andere vermogens.
We zijn zelf ook een caleidoscoop met veel mogelijkheden, die we gaandeweg, gaan-de-weg, ontdekken, maar vooral nabootsend lerend van, in onszelf aanboren.

We beginnen, bevangen door warmte, langzamer te lopen, een verlangen te ervaren om meer aan de kant van de weg stil te houden en te genieten. Het vele dat we zien met meer aandacht te ontvangen omdat iets in ons weet dat we vanaf nu het licht voor de winter moeten opslaan en het vooral niet overslaan. Er wordt gehooid, de kersen worden volop geplukt, de bessen en aardbeien rijpen weelderig en de geuren om ons heen worden sterker dan ooit. Onze aandacht wordt naar alle kanten getrokken en het vraagt lef om te verstillen en de kern der dingen te vatten.

Ik herinner mij de warme dagen waarop ik de wol die ik van de schaapjes van mijn ouders kreeg sopte en waste in wat zout en water. Ik voelde met welbehagen het wolvet tussen mijn vingers. Alsof mijn huid er een laag bij kreeg en ik doordrongen werd van wat wol ons mensen als bescherming biedt als we niet weerbaar genoeg zijn. Het zijn deze gewone dingen die me het diepe gevoel schonken dat er voor ons wordt gezorgd nog vóór we in de gaten hebben en doorhebben dat we voor onszelf goed zorg moeten dragen. Vooral in tijden dat het beter gaat. Want alles kan omkeren. Vroeg of laat. Veel sneller  dan we soms willen zien.

Er wordt in de zomer overvloedig gegeven maar hoe daar zorgvuldig mee omgaan. Hoe dit met de nodige zorg omringen en zo nodig met zorg bewaren. Het hooi wordt gedroogd, de wol  gesponnen, de jam wordt bereid en in potjes gedaan. Een leuk etiketje herinnert ons eraan dat we graag de dingen op naam terugvinden. De rabarber, zo weelderig in de lente, wuift ons ten afscheid en begint aan zijn afdaling naar de wortels. Kruiden worden volop geplukt en gedroogd. De waarde van wat is komt steeds meer in het zicht en wordt kostbaar. Maar vooral opgeslagen.

Door de warmte dringt zich een behoefte aan meer ruimte op. Zich kunnen uitstrekken, lekker languit op het gras gaan liggen, de hangmat tussen twee bomen ophangen en kuierend de verre luchten ontdekken en met de wolken meedrijven, de verte in. Vol overgave aan.Wandelen, reizen, wegen verkennen. Kortom het kompas als instrument volledig leren kennen om in het leven wegwijs te geraken.

De linden hebben als moeders hun wijde mantels rijkelijk om zich heen gespreid om volop  schaduw te creëren waaronder het zo lekker schuilen is om zich ondanks de vele prikkels ook geborgen te weten en een beweging van inkeer te maken.
Ook de ziel vraagt met regelmaat om zorg en veiligheid. Een peilend contact leggen met een innerlijk kompas.

Voelen, proeven, smaken, ruiken wordt belangrijker dan zien. Ze zijn nodig om dingen naar waarde te kunnen schatten, ze te herkennen, ze door waardering zorgzaam op te slaan. De vroege zomer opent onze innerlijke en uiterlijke zintuigen om voor onszelf te leren zorgen, zoals een moeder voor haar kind. 

We leren vooral kompas lezen om ruimtelijk te bewegen in gebieden die we niet kennen. Dicht of ver van huis. Maar wat is een kompas anders dan een instrument dat ons veilig leidt naar waar we moeten zijn en er vooral voor zorgt dat we niet verdwalen. Het leven kan immers zo onverwachts ons in een gebied brengen waar we nooit eerder kwamen. En dit kan je maar veilig doen als je ankerpunten hebt. Zoals een kind zich het schuilen onder moeders rok of onder de lindeboom herinnert.

Als iets teveel naar de ene kant beweegt zorgt onweer er wel voor dat het weer naar de andere kant toe beweegt. Zwaarte wordt lichter, de donkerte helder en onbeweeglijkheid beweeglijker. Zoals het bij een gezond evenwicht hoort. Het leven is in wezen de kunst om balans te bewaren.

We komen in een fase aan dat voelen waar waarde aan toekennen richting aan het bestaan geeft. 

De weg bewandelend ontdekken wat ons wel of niet dient. Een hele opgave, maar wie goed kijkt ziet hoe de natuur de bloemen laat verwelken om zaad te produceren en de eerste vruchten afwerpt. Wat is geweest begint plaats te ruimen voor wat komt. Geen probleem voor haar.

Wat ze met zorg heeft gebaard kan ze even zorgzaam loslaten. Zoals een moeder dit ook kan om ruimte te geven aan wat van nu meer ruimte nodig heeft. Het kind dat aan zichzelf toekomt.

Bevoel wat om ruimte vraagt en ook je zorg nodig heeft.

Waar ken jij waarde aan toe? 

Kan je daar ook uitdrukking aan geven?

 

 

©     Huguette Beyens

 

wordt morgen 30 december vervolgd…

Meld je aan met je E-mailadres en blijf automatisch op de hoogte van ons nieuws: