De vierde nacht van maandag 28 december

 

Derde Levenspoort.

Een keer buigen en een keer schouwen.

 

Mira begon de beweging steeds meer te vertrouwen. Ze vond een ritme in het omslaan van de bladzijden dat haar goed deed. Een ritme dat op het kloppen van haar hart leek en dat haar adem kon bijhouden. 

Ze kreeg steeds meer het gevoel dat ze bij de hand genomen werd om de weg die ze voor zich zag verder te lopen. Geboeid met een open blik liep ze buigend onder de poort door en vervolgde haar pelgrimstocht.

Ze ervoer dat ze lopend op de weg gegroeid was en dat ze nu een jonge vrouw aan het worden was. Ze voelde de veranderingen die zich in haar lichaam voltrokken en ze liep nu met een verrekijker in de hand. 

Want ze wilde de wereld om haar heen beter kunnen zien. 

Ook de verte inkijken. Wat als jonge mens zo boeiend kan zijn als je het gevoel hebt dat je je grenzen wil verleggen, wat ze zo volop wenste. Onbekende gebieden ontdekken en aftasten. 

Je oriënteren op wat er allemaal te verkennen valt.

We zijn zojuist ook buigend onder de derde levenspoort gelopen en ontdekken samen met Mira de wereld om haar heen.

De lente is nu al hoogzwanger van de zomer, die bijna komen zal en aan alle kanten zijn vormen en kleuren open gebloeid met een weelde waarvoor woorden tekort schieten. Vlinders, bijtjes en hommels kussen verliefd de bloemen, die hun schilderachtige jurken weids openen om ze liefdevol te omarmen. Er is geen houden meer aan. De geuren zijn bedwelmend en je weet niet meer waar eerst kijken. De schilder met een strooien hoed op voelt zich verleid om met palet en penselen fragmenten van deze levensdans op het doek te vangen.

Ik herinner mij de kersenboom in onze tuin met zijn volle rijkdom aan kersen, die roder en roder werden. Hoe ik in de vol kersen beladen boom er twee tezamen aan éénzelfde steeltje vond en ze gulzig plukte om ze aan mijn oren te hangen. Om daarna koketterend op de paadjes rond te lopen, als een prinses zo rijk. Het is ook de tijd dat de lust om te verleiden wakker wordt en een weg zoekt in een jong lijf vol hormonen. 

Zoals de vlinder me ook verleidde om met de bloemen te leren praten en de kruiden te leren verstaan, die dan hun sterke geuren beginnen te verspreiden omdat de warmte van de zon hen omhelst.

Op het veld is het graan in volle groei en de halmen reiken verlangend naar de zon uit, als willen ze door haar worden gezien. Nu de lente zo vol is van zichzelf lijkt niets noch op zichzelf te bestaan. Vogels, bloemen, insecten alles praat met elkaar, wisselt uit en verzekert zo het voortbestaan der dingen.

De mensen ontmoeten elkaar op foren, kermissen, markten en bootsen de dieren en de natuur na.

In conferenties spreken ze met vurige tongen. Zo begeesterd en vol van.

Hoe zou het ook anders. De taal lijkt nu meer dan in andere tijden in het midden van het bestaan te bewegen en wordt een vlinder die verleidt en verbindt door middel van het woord. 

Want eigenlijk destilleren we taal en woorden uit wat we waarnemen in de natuur en daarna nabootsen en belichamen. Een woord zoals vlinderen bijvoorbeeld, dat meer dan één betekenis belichaamt.

Zich bewegen als een vlinder. Zich als een vlinder doen gevoelen in je buik en borst als je verliefd bent. Nergens lang bijblijven. Zorgeloos en zonder plan de wereld ingaan. Vleugels spreiden. Van heel ver op afstand aanvoelen waar je naar toe geleid wordt. Over nabootsen gesproken. We kunnen er wat van. Maar willen we dit wel weten?

De ongelooflijke lichtheid van het bestaan recht van bestaan geven omdat ook dit vermogen in ons een reden van bestaan heeft. Al was het maar om niet vast te blijven houden aan. Ons niet te identificeren met. Niet in vaststaande meningen en overtuigingen te verzanden. Geloof niet leven als een feit maar als iets wat ons voortdurend overkomt. Zoals dit met inspiratie ook het geval is. De geest waait waar hij wil. Na een fundament wil een huis in stevige opgetrokken muren ook vensters en deuren om gasten te lokken en de wereld te zien.

Leren en ontdekken, kennis nemen van, benoemen, de dingen niet in concepten vangen maar ze ruimte geven in woorden die beeldend het mysterie dat in iets besloten ligt, oproept zonder het te vangen.

Zie jezelf nu lopen in deze tijd van het jaar, tussen velden met aan elke serieuze draai van de weg een veldkapelletje waar je wat bloemen neerlegt, om iets van het vele terug te geven aan Zij die zo overvloedig schenkt zonder iets terug te vragen. Loop onder de zon, die elke dag aan warmte wint, raak met je ogen de wiegende papavers, die parend met de korenbloemen de dans van het koren animeren. Voel je deel van deze dans, voel hoe je in wezen deze beweging niet kan weerstaan omdat ze ook jou in deze dans meeneemt. 

De dans van de lente die barend de vroege zomer als haar kind herkent.

Blijf even stilstaan bij woorden geven aan.
Bij een verbinding die je leeft in woorden uitdrukken.

Woorden die ook als beelden of muziek of dans of beweging kunnen worden geleefd.

En geef er uitdrukking aan.

 

 

 

©      Huguette Beyens 

 

wordt morgen 29 december vervolgd…

Meld je aan met je E-mailadres en blijf automatisch op de hoogte van ons nieuws: