De tiende nacht van zondag 3 januari

 

Negende Levenspoort.

Eenmaal buigen en eenmaal schouwen.

 

Al vanuit de verte zag Mira bij het naderen van de negende levenspoort een gestalte die haar leek op te wachten. Ze liep nu met een vertraagde doch vaste tred en ze kon nu veel meer het stappen van de weg als het leven van een weg ervaren. Zonder dat ze dit gestuurd of gewild had, was ze stapsgewijs tot de ontdekking gekomen dat haar leven op een weg leek, die ze al sinds haar aankomst op aarde tot nu liep.
Ook al waren de eerste stappen die ze zette in de wieg. Wat maakt het nou uit waar je die zet, dacht ze. Het gaat om het beleven van het stappen zelf.

Ze bedacht ook dat de weg eigenlijk al vroeger begint, in de negen maanden van groei in de moederschoot, zich daarna verder zet in het indalen tijdens het geboorteproces alvorens hij zich als een weg op aarde voor een mensenkind ontvouwt. Ze glimlachte bij de gedachte dat ze dus eigenlijk het weten en kennen van de weg in zich droeg en dit haar als een innerlijk roer  naar de plekken bracht waar ze moest zijn om van het leven te leren. 

In haar beschouwingen zag ze zichzelf als peuter moeite doen om recht te komen om daarna weer met een plof op de grond te landen. Maar dat gevoel dat je, hoe klein en stuntelig ook, toch recht weet te komen en op je benen staat en vervolgens een eerste stap zet is een decoratie waard, die de meeste grote mensen jammer genoeg overslaan.
Ze vond het wel grappig alles bij elkaar dat ze er zo lang over had gedaan om de weg in zijn geheel in het zicht te krijgen.
Het leven dat door ouder worden vanzelf vertraagt, bracht haar steeds dichter bij zichzelf zodat ze meer van binnen uit naar de dingen ging kijken om contact te maken met waar ze in het leven door de spiegel, die haar zo werd aangereikt, naartoe werd geleid. Want het stappen van de weg is één kant van het bestaan maar het ervaren van op deze weg geleid en zelfs begeleid te worden is een andere kant, die ook dient geacht.

Zo filosoferend was ze de poort steeds meer genaderd. Haar hart sprong op van blijdschap toen ze in de gestalte die ze van ver reeds had ontwaard een ezeltje herkende. Een grijs ezeltje met een zwart kruis op zijn rug. Het stond daar zomaar te grazen, als de rust zelve. Niet gehaast, de belichaming van de traagheid die zij nu steeds meer begon te omarmen als deel uitmakend van het met zachte hand geleid worden. In een lichaam dat uit zichzelf door ouderdom vertraagde.

Ze streelde met haar hand over zijn hoofd en sprak hem aan met de naam van een ezeltje, dat ooit haar boezemvriend was maar een hele tijd geleden overging. Ze vond dit niet eens vreemd en de ezel nog minder, want hij draaide zijn hoofd en keek haar met zijn diepe ogen aan alsof hij haar herkende en vleide zich zacht tegen haar aan. Ze kon een traan niet bedwingen, zo teder voelde dit weerzien, zo verbindend waar. Daarna draaide hij zich naar de poort en leek aanstalte te maken om eronder door te lopen. Zij boog en liep onder de poort door, overtuigd dat het ezeltje zou volgen, maar hij bleef staan. Hij keek haar zo indringend aan dat ze begreep dat ze haar weg zelf verder moest gaan maar niet alleen. Hij was al langer geleden deel van haar geworden, in tijden dat ze samen hadden opgetrokken en ze van hem had geleerd dat draaglast en draagkracht elkaar schragen. Als je een ezel overlaadt wordt hij in plaats van een drager een lastdier. Wat tegen zijn natuur ingaat.

Ze wuifde hem vaarwel en liep verder tot ze bij een oude eik kwam en ging met haar rug tegen zijn stam staan om naar de velden en de huizen in de verte te kijken die er in deze late herfstdagen wat dromerig bij stonden.
De silhouetten van de bomen tekenden zich nu steeds scherper in het landschap af. Waardoor ook de kracht van hun naakte lijven tastbaar werd voor wie hem in de gaten kreeg. Ze ervoer hoe ze met haar rug tegen de eik zijn kracht in haar dankbaar opnam omdat ze op dit gezegende uur van haar tocht contact maakte met het besef dat zij als mens tegelijk zowel deel als getuige van de natuur kon zijn. Half mens, half dier. Leek het haar.

En op het moment dat ze dit besefte werd haar door een onzichtbare hand de sleutel van een groot mysterie aangereikt. De mens die als dier in deze natuur kon rechtkomen, rechtop kan staan en als getuige, zowel instinctief als creatief respons kan geven op de impulsen die van de kosmos alsook de natuur uitgaan.  En dat dit uiteindelijk wel eens aan de diepere betekenis van rechtkomen zou kunnen raken.

De stilte werd nog doordringender dan ze al was en Mira voelde tranen in haar ogen opwellen. Ontroerd nam ze dit groot geschenk van de hemel aan en vervolgde haar weg. Voor sommige dingen moet je ouder geworden zijn, dacht ze.

We hebben ook even bij de oude eik stilgestaan om samen met Mira de geur van de late herfstlucht in ons op te nemen. We lopen vanaf hier de winter tegemoet die ons opent voor de mysteriën van zijn donkerte. Op het erf en in de tuin vallen de werkzaamheden meer en meer stil. De werktuigen worden gepoetst en met olie ingewreven en op orde in het tuinhok geschikt.
Klaar voor de lente die we, een hele sprong verder in de tijd, met schoon gerei verwelkomen. 

Naarmate de donkerte groter wordt nemen de lichten in de huizen van de mensen toe. Innerlijk leven we met het licht dat we tijdens de zomer niet oversloegen maar bewaarden. Met de in de kelder bewaarde appelen wordt hete appelstrüdel gebakken om lijf en leden te verwarmen na een lange wandeling in de kouder wordende dagen. De peren stoven bruin op de houtkachel en worden met kaneel en bruine suiker bestrooid.
Gaar stoven vraagt tijd, geduld en af en toe een handomdraai met de houten lepel. Zo voeden ze lichaam, ziel en geest. Een driehoek die zich op deze wijze in de pan sluit.

Wonderbaarlijk is dit. Hoe geest door het bezielen van de dingen zijn draagkracht vrijgeeft. Want hoe moet je voeding op deze wijze bereid anders noemen?

Maar het verhaal is bijlange niet af. Levend in deze naakte tijd van het jaar,  hebben we veel verhalen nodig die ons innerlijk voeden. Verhalen die de tijd overleefd hebben omdat ze zijn ontsproten aan een samenvoegen van instinct en creativiteit, maar wel resonerend met de geest van deze donkere dagen. Verhalen die opwelden uit de ziel van het volk.

Wie herinnert zich nog het oude verhaal van de oude wijze man met een lange witte baard die, door zijn instinct geleid, bij een slager aankomt die, kinderen die hij meedogenloos versneed in een ton, bewaart?
De wijze haalt ze eruit en voegt hun lichaamsdelen vernuftig weer samen. Dit wonder voltrekt zich als ware het altijd al zo gegaan. De geheime samenhang tussen uiteenvallen en samenvoegen.

Moraal van het verhaal: Als we ingrijpen in de orde der dingen moeten we ook overeenkomstig het scheppend levensbeginsel de dingen weer ordenen.

Zodat de dingen niet uiteenvallen en we op den duur niet meer door wijsheid worden geleid. Is het dan zo vreemd dat, om het verhaal rond te maken, diezelfde oude man met de lange witte baard en puntmuts door een ezel wordt vergezeld? 

En wie in deze tijd bang wordt van de donkerte die nadert, ziet als hij zichzelf weer even verzamelt in de verte Santa Lucia naar zich toekomen, met een krans van lichtjes in haar haar. Haar gelaat is zo lief en zacht als de fluwelen streling van de zon in deze late, late herfstdagen, als ze de aarde, die naar binnen keert, haar laatste warmte schenkt. 

We gaan met de beweging van Sancta Lucia mee en schrijden met aangestoken kaarsen vol afwachting de donkere Midwinter tegemoet.  

Tot we aankomen, waar dan ook, om de grote sprong in het licht te wagen, dat tijdens de Advent naar ons toe beweegt.

Ga met je aandacht weer even naar de ontmoeting tussen Mira en haar ezeltje. En vooral naar wat ze van hem heeft geleerd. De samenhang tussen draagkracht en draaglast.

Wat betekent het voor jou om leiding te ervaren en je zo gedragen te weten?

 

 

© Huguette Beyens

zondag 3 januari

wordt morgen vervolgd

 

Meld je aan met je E-mailadres en blijf automatisch op de hoogte van ons nieuws: