De achtste nacht van vrijdag 1 januari 2021

 

Zevende levenspoort.

Eenmaal buigen en schouwen.

Mira keek naar de zevende levenspoort en woog haar gedachten. 

Ze had op haar levenspad al een hele weg afgelegd en had het midden bereikt waar voor en na elkaar raken. Als ze nu verder liep begon ze aan haar tweede levensboog en het voelde voor haar aan alsof deze zevende poort haar uitnodigde in een ander perspectief te bewegen. Ze had tot dusverre het gevoel gehad dat ze haar toekomst tegemoet trad en nu besefte ze dat je ook kan leven in het perspectief van een toekomst die jou tegemoet treedt. 

Wat er gebeurt als je vanuit het midden naar het leven kijkt dat je geleefd hebt en nog zal leven. Zo had ze het nooit eerder bekeken.
Hoe je de twee perspectieven kan leven als je vanuit het midden beweegt.
Zolang had ze ook nog nooit bij een volgende poort stilgestaan als nu. 

Ze keek nog eens heel aandachtig naar de poort alsof ze op een teken wachtte en zag bovenop de poort geleidelijk aan een prachtige gevleugelde gestalte verschijnen, die beetje bij beetje op een engel ging lijken.
Zo ervoer ze het althans. Een engel die bovendien een zwaard in de hand hield en die met een blik van mededogen naar haar keek. 

De combinatie van een zwaard met mededogen roerde haar maar had ook iets raadselachtigs, wat ze nu even in haar hart bewaarde zonder het te willen doorgronden. Sommige dingen vragen tijd en dit wou ze respecteren. Vooral de geest geen geweld aandoen, zoals ze van haar grootmoeder had geleerd. Hem vooral nooit zijn vleugels ontnemen.

Er is voor alles een tijd. Een tijd om te ervaren, om te leren, te verzamelen, te oogsten en een tijd voor zoveel meer, dat nog niet te benoemen viel.

Ze had ondertussen door veel te ervaren geleerd geduldig te wachten tot een proces zich organisch ontvouwt zoals de natuur haar dit toonde.

Ze voelde zich door de aanwezigheid van de engel vooral aangeraakt, boog respectvol en stapte gerustgesteld onder de boog door. Alsof ze nu de weg wat minder alleen moest lopen. In haar hand droeg ze een lederen zakje waarin ze een klein gouden weegschaaltje met gewichten bewaarde. 

Ze had het nog net vóór haar vertrek meegenomen en bij de poort kreeg ze bij het aanschijn van de engel het gevoel dat ze er goed aan gedaan had om het mee te nemen.

Ook dit gevoel kon ze niet helemaal vatten maar ze werd wel gewaar dat er een verband moest zijn. Tussen mededogen, het zwaard en de weegschaal. Waarvan de betekenis ergens diep in haar leefde, vooral op momenten dat ze iets moest afwegen alvorens een volgende stap te zetten. 

Dan hielp denken niet echt, ze moest dan te raden gaan bij wat in haar, voor haar, weet wat goed voor haar is. Het worden van zichzelf wel of niet dient.

De zon was nu veel minder warm maar Mira genoot van die late zomerdagen waarin het licht van de zon als het ware transparanter werd en je meer dan anders de diepere laag van de dingen waarnam. De wereld om haar heen werd er alleen maar mysterieuzer door. En wat is een mysterie anders dan de grootsheid van de schepping die zich in een mensenleven op klein formaat laat ervaren, zonder dat je het kan grijpen. Want anders is het geen mysterie meer.

Dit alles merkte Mira en wij die met haar meelopen delen misschien dit gevoel van transparantie eigen aan een jaargetijde waarin de kleuren beginnen te vervagen, vormen oplossen en in andere vormen, soms half verdroogd, door hun lichtheid met de wind worden meegenomen en naar een andere bestemming gebracht. Waar de aarde raad met hen weet. 

Zij, die weet heeft van het grote mysterie en meetrilt met de tijd van grote veranderingen die nu is ingezet.  Zij die wikt en weegt over de dingen en de vrucht en het blad de opdracht geeft te vallen om ruimte te scheppen voor de botten, die nu in gebalde vorm te voorschijn komen. Het leven volledig naar de kern gebracht. Samengebald leven, dat zich verdicht, terwijl een ander deel van het leven zich ontbindt.

Er valt geen ontkomen meer aan. Niets kan deze dans van afbraak ontspringen, zo essentieel als opbouw, om de voortgang van het leven te bestendigen. 

Als we dan verder lopend op onze weg de aarde goed gadeslaan zien we overal schimmels, mossen, paddestoelen verschijnen die in schoonheid dit proces van afbouw helpen voltrekken. 

Meer dan in welke andere tijd van het jaar ook wordt het creëren van evenwicht zo sterk in beeld gebracht maar vooral mogelijk gemaakt omdat er veel materiaal voorhanden is waarmee dit proces kan ondersteund worden maar vooral tastbaar kan worden geleefd.

Overal vullen de manden zich met vruchten, zo bont van kleur, dat een mens de verleiding niet kan weerstaan om er verrukt in te bijten en de zoetige sappen tot zich te nemen, die ook het lichaam een lichtheid geven, waardoor de afbraak van wat het belast op gang kan komen. Vezelrijk voedsel.

Ik herinner mij nog hoe ik in deze tijd van het jaar met mijn vader naar de boerderij, even buiten het dorp mocht meerijden om appelen te kopen, die bij ons in de kelder in de winter konden worden bewaard. Ik zie nog levendig voor mij het grote erf, de kar vol appelen geladen, en vooral de heel grote weegschaal, waarop een hele mand kon worden gezet met achterin zware gewichten. Dit had iets gewijd voor mij. Ik kon voelen dat de boer en boerin meer dan de vruchten wogen maar ook het stof van hun arbeid, het zweet van hun werk, hun niet aflatende zorg voor de vruchten der aarde. Zodat ze gegeven en ontvangen konden worden door hen die dit alles naar waarde wisten te schatten en bereid waren ervoor te geven wat ze waard waren. Mijn hart sprong op van blijdschap als de boer mij riep om de gewichten te verplaatsen tot het juiste gewicht werd bereikt. Het juiste gewicht. Ik zal nooit meer vergeten dat het juiste gewicht ertoe doet.

Meer dan we willen weten beheerst de wet van geven en ontvangen en vooral het evenwicht tussen deze twee de kwaliteit van ons leven. De dingen die we leven dienen afgewogen te worden en niet zomaar geconsumeerd. Wat ons pad kruist voegt, mits afgewogen, gewicht aan ons leven toe, aan de mens die we in wezen worden. Ons hart bemiddelt en belichaamt deze wet, het evenwicht tussen in -en uit, onze adem is er de verwekker van, en beademt dit in -en uit.

Ze deed er goed aan, Mira, om haar weegschaaltje mee te nemen, vooral nu ze de tweede levenshelft binnentreedt en ons voorgaat op dat deel van de weg, dat steeds meer reflectie vraagt, een steeds leren van de kunst van wikken en wegen en vooral ontdekken dat wegen op vruchten slaat en wikken op geest. Dat dit proces ons niet hoeft stil te leggen of met twijfel te verlammen maar dat het de drempel is naar een vollediger in het leven staan.

Opbouw en afbouw, nemen en geven, in -en uitkeer, binnen en buiten en vooral licht en donker, samen bewegend naar het evenwicht, zoals in de tango van het leven die men in deze fase van het leven volop leren kan.

Open nu jou buideltje. Want als je het nog niet moest weten, elkeen heeft er zo eentje van bij geboorte meegekregen.
Zoals elkeen een engel heeft die daarover waakt.

Haal er het weegschaaltje uit en zet dan de gewichten weloverwogen neer.

Eén na één. Om bij wat je aan het doen bent goed te wikken en te wegen en deze vraag te overwegen:

Wat is het in jou dat naar meer evenwicht verlangt? 

 

 

©        Huguette Beyens

vrijdag 1 januari 2021

 

wordt morgen vervolg…

Meld je aan met je E-mailadres en blijf automatisch op de hoogte van ons nieuws: