kop
kleineroossectie

Op 9 juli 2008 leven en werken wij 25 jaar op deze plek. Als ik even de film terugdraai naar het eerste begin, naar de oorsprong, zie ik Modest en mezelf het stenige pad naar het huis oprijden en hier voor het eerst aankomen. Het was een heldere zomerse dag waarop je de bijtjes boven de velden kon horen zoemen. We troffen een ardeense boerderij aan omgeven door stallingen en hectaren hooiland met wuivende papavers, korenaren, wilde kamille en andere kruiden. De geur van dit alles kwam ons tegemoet en voerde ons mee. We lieten het huis links liggen, trokken het hooiland in en werden meteen gegrepen door een vreemde indringende stilte. Boven ons tegen een weidse hemel zweefde een buizerd met koninklijke vleugelslag. We liepen in de richting van een ruïne die we in de verte zagen liggen. Toen we na een tijdje daar aankwamen ontdekten we een bron die zomaar uit de grond opborrelde. Een maagdelijke, krachtige, ongerepte plek. We hielden daar stil, gingen zitten en keken naar de bron die ons wezenlijk raakte. De tijd hield even op te bestaan, we voelden ons opgenomen door de hele omgeving en werden herinnerd aan onze oorsprong; of liever aan de Oorsprong van alle leven. Er was geen enkele behoefte om het te benoemen. Geen verlangen om het te vatten, alleen een daar zijn in aanwezigheid van. Het is toen dat de kracht van deze plek letterlijk in ons lijf en leden doorbrak. Er was geen ontkomen aan. Elk zoeken hield daar op. We waren alleen getuigen van.

Een tijdje later gingen we anders naar onze wagen terug dan we gekomen waren. We waren in de ban van de oorsprong; in de ban van “Dat” waaruit alle leven ontspringt, waar ook alles zijn raakpunt vindt. We beseften de universele betekenis van deze ervaring en de noodzaak om ze te delen met ieder die op zoek is naar de oorsprong, “Oorsprong”. Dit besef heeft ons stappen doen nemen om het ongelooflijke waar te maken. Daarna vielen we van de ene verbazing in de andere en het werd steeds duidelijker; er was geen ontkomen aan.

Zo begon het verhaal van Poustinia en er is al 25 jaar geen ontkomen aan. Maar gedurende jaren van hard werken en van leren keer op keer bleef deze “oorspronkelijke ervaring”, de basisinspiratie waaruit zich verder alles verwerkelijkte. Tevens was ze ook de grondslag voor de basishouding ons in dienst te laten nemen van wat ons toen voerde. Dat betekent dat aan alles wat hier vorm kreeg een innerlijke afstemming voorafging. De plannen voor verbouwingen, voor de aanleg van de tuin, voor de activiteiten zijn steeds voortgekomen uit innerlijke beelden tijdens momenten van afstemming. Het was telkens opnieuw stilhouden, luisteren, wachten en ontvangen wat zich aan ons liet zien. Het was een oefening in geduld en doorzettingsvermogen. Naarmate we erin lukten ons in dienst te laten nemen voltrok zich in ons een groeiproces. Naarmate het huis groeide, groeiden we mee. Tijdens dit groeiproces voltrokken zich ook ingrijpende veranderingen waarop we zoveel mogelijk inspeelden. Zo vormde elke verandering ook een persoonlijke uitdaging die niet altijd vanzelfsprekend was. Ik schets hieronder in grote lijnen deze veranderingen.

Eerst moest op alle fronten de basis worden gelegd. Dit vroeg veel energie en werk en tegelijk tijd voor afstemming. De tuin bijvoorbeeld bestond niet eens. Het was een grote weide. Alle bomen die er nu staan zijn de eerste jaren aangeplant. De hele weide werd omgeploegd en het eerste jaar hebben we alleen aardappelen geplant om het kweekgras de baas te kunnen. De momenten van afstemming brachten we door in een geïmproviseerde stille ruimte in een hoekje van het huis. We kochten onze eerste geit. Het was pionierswerk in de volle zin van het woord. We hielden weinig tijd over om vormingsdagen in te richten wat ook wezenlijk tot de opdracht van Poustinia behoort.

Toen het gastenkwartier wat gestalte kreeg, begonnen we themadagen te organiseren en verdeelden we onze tijd over uitbouw, tuinieren, verzorgen van de gasten en aanbieden van vormingsdagen. De meditatieruimte nam naargelang de behoefte steeds andere vormen aan tot een indringende ervaring ons duidelijk maakte dat zowel in de tuin als in het gebouw een plaats voor gezamenlijke afstemming was voorbeschikt.

Zo ontstonden “De kapel van de schepping” en veel later het labyrint. Vier jaar lang kreeg de kapel prioriteit. Ook hier was geen ontkomen aan.

Mettertijd, naarmate we geconfronteerd werden met gasten en hun zoektocht, nam ik mijn verantwoordelijkheid op om de draad met alles waar ik mee bezig was vóór Poustinia, verder uit te diepen. Ik heb steeds de roep in mezelf gevolgd om de existentiële nood van de mens te doorgronden en professioneel door te lichten. Een permanent leerproces, een gedegen studie en een inspirerende bevruchting door anderen die zich eveneens professioneel over de materie bogen waren voor mij fundamenteel om op een verantwoordelijke wijze met de kwetsbaarheid van anderen om te gaan. Zo kon mettertijd de professionele begeleiding vorm aannemen. Zo kon ook de basis worden gelegd voor activiteiten waarin gasten aan zichzelf werken onder professionele begeleiding.

kleineentreesectie
kop