kop
kleineentreesectie

EEN OUDE TRADITIE OPNIEUW BELICHT

Leven is ontstaan en groeiend daar waar de twee krachten, zon en maan, zo op elkaar zijn afgestemd dat ze elkaar in een soort evenwicht houden. Dat zinnetje heb ik al eerder gebruikt.

We staan er bijna nooit bij stil. Bij het feit dat deze twee hemellichamen al het leven hier op aarde sturen. Deden we het wel dan zouden we misschien wat meer ontzag hebben voor krachten die ons ver te boven gaan, die in de ogen van de antieke mens en voor sommigen “vreemde eenden” vandaag de dag nog altijd gelden als oppergoden. Goden en godinnen. We doen net of we zonder ze kunnen. We gooien ons hoofd in de nek met een air van “hoezo, dat maak ik zelf wel uit”.

Ondertussen hebben we niet in de gaten dat ons leven telkens weer gedomineerd wordt door de vermommingen waarin de ouden goden zich hebben gehuld. “Worden we niet meer herkend en erkend, dan gaan we toch ondergronds en laten we ons van onze duistere kant zien. Dan doen we ons voor als kalender en klok.” En inderdaad, hele volksstammen laten zich vangen in de houdgreep van deze twee. De maan drukt haar stempel af in onze kalenders en de zon heeft zich in ons uurwerk verstopt. Zonder dat we het in de gaten hebben. Waar de oude volkeren zich met veel eerbied richtten tot de hemel en zo zon en maan vereerden, zo zijn velen vandaag geketend aan die ene zin die beide krachten, zon en maan, kalender en klok, bijeen brengt: “TIJD IS GELD”

Het is de polsslag van onze economie geworden. De tijd tikt niet meer, stel je voor dat we hem zouden horen tikken, dan zouden we de analogie met ons hart tenminste nog ervaren, ons eigen biologische ritme dat perfect is afgesteld op de ritmes van zon en maan; nee, de tijd holt in een ultieme poging om aan de kalender te ontsnappen, om uit de greep te ontsnappen van zijn vader Chronos. Om vrij te zijn, tijdloos, eeuwig.

Het gekke is nu net dat hoe harder we lopen, we hollen, we trachtten te ontsnappen aan deze dwingeland van de tijd, hoe harder we ons hart opjagen, hoe dichter we bij een soort eeuwigheid terecht komen. Klopt toch, of klopt het niet...

De maan draait in 29,5 dag een rondje om de aarde. Als ze dat 12 maal gedaan heeft zijn er 354 dagen voorbij.

De aarde op haar beurt draait in 365 dagen en een beetje om de zon. Na 354 dagen (maan is 12 maal rond), duurt het nog 11 dagen voordat de aarde zover is dat ze weer op dezelfde plek staat als het jaar daarvoor; er weer een jaar om is. Die elf dagen, waar twaalf nachten bijhoren, worden van oudsher de periode van de Twaalf Heilige Nachten genoemd. Gemakshalve worden deze 11 dagen opgeteld bij de 354 omloopdagen van de maan en zo lopen het zg. maanjaar en het zonnejaar weer mooi in de pas. Deze periode van elf dagen is door de kalenderhervormers vroeger, en dat waren steevast monniken en bisschoppen, geplaatst in de periode tussen wat zij Kerstmis en Driekoningen noemden.

Met veel gevoel voor symboliek gingen de eerste elf dagen van het nieuwe jaar gepaard aan het besef dat het nieuwe licht terugkeerde naar de mensen (winterzonnewende werd geboorte van Christus) en het nieuwe jaar startte dan na een periode van elf dagen en twaalf nachten waarin de mens zich innerlijk afstemde op het nieuwe jaar dat op 6 januari, de Epifanie, naar buiten kwam. Welke verborgen dynamiek gaat hierin schuil?

Dat de mens in zijn werk aan zichzelf en op deze aarde in een ritme van vier maal (iets meer dan) zeven dagen, andersgezegd in een periode van één maanomgang (maand), aan de twaalf verschillende zonne-energieën uitdrukking geeft. Hij heeft daar 354 dagen de tijd voor. De periode van de Twaalf Heilige Nachten gebruikt hij om zich meditatief af te stemmen op deze twaalf zonne-energieën. Door deze afstemming kan hij contact krijgen met die kracht die in het nieuwe jaar een belangrijke rol zal gaan spelen. Daardoor kan hij actiever en bewuster meewerken aan het plan achter de schepping.

In onze vijfdaagse activiteit “DE TWAALF HEILIGE NACHTEN”, die we aan het einde van het jaar houden, gaan we op zoek naar deze 12 energieën.

Via meditatie, afstemmingsoefeningen en een groepsspel proberen we als het ware contact te leggen met het collectieve veld van archetypische energieën. Diegenen die dat willen, kunnen zo in contact komen met die kracht, die godheid, die bij hen het komende jaar een belangrijke rol zal gaan spelen. Met andere woorden proberen we in groep een soort levende jaarhoroscoop “op te roepen”
Wanneer we op die manier ontdekken dat een bepaalde godheid (zoals ze vroeger zouden zeggen) op de voorgrond wil treden, begrijpen we vandaag de dag dat het archetypische beeld van de moeder bv. zich naar voren dringt (een astroloog zou dan praten over een maan die prominent in de solaar staat). De betrokkene kan zich dan voorbereiden op het feit dat het thema moederschap in allerlei mogelijke facetten het komende jaar voor hem of haar een prominente rol gaat spelen. Dat wetende kan je je er beter op afstemmen en creatief zoeken daar uitdrukking aan te geven.

Zo kan iemand anders bv. een heel sterk contact ervaren met wat de Mercurius-kracht wordt genoemd. Wanneer dan ruimte voor deze god wordt gemaakt, kan hij zich kenbaar maken en leren we hem een plek te geven binnen onze psyche en kunnen we hem als sturende kracht leren gebruiken in ons eigen leven. En gaan we merken dat het deze kracht is, die ons aanzet tot schrijven of het leggen van contacten met geestgenoten.

Het is een subtiele manier om contact te leggen met allerlei goden en godinnen zou Shinoda Bolen zeggen. Jung spreekt over archetypische krachten, de astroloog goochelt met planeetkrachten en de deelnemers aan onze jaarlijkse Twaalf Heilige Nachten proberen aan den lijve, via het actief opstellen van het krachtenveld van de planeetsymbolen, te ervaren, wat innerlijke drijfveren met hen willen en hoe daar zo goed mogelijk mee samen te werken.

 

EEN VIERDAAGSE BIJEENKOMST
van vrijdagavond 1 januari om 18.00 uur t/m maandagmiddag 4 januari 2010 om 14.00 uur
bijdrage 260/245 euro

kop
kleineroossectie
kop
kop kop kop kop