Het beeld van de gewonde heler bestaat al sinds de oudheid. Plato verwijst ernaar in zijn geschriften Hij meent dat de beste geneesheren zelf de problemen en ziekten hebben meegemaakt die ze in de zieken moeten verzorgen. In 1951 gebruikt de Zwitserse psychiater Jung voor het eerst de term de gewonde heler. In een boek dat gepubliceerd werd net vóór hij stierf schrijft hij dat een gewonde geneesheer door zijn eigen ervaring de gepastehulp kan bieden. Deze ervaring maakt de heler en de hulpbehoevende tot lotgenoten. Ze bewegen naar elkaar toe vanuit een gemeenschappelijke grond.
Deze grond geeft bedding aan een innerlijke beweging die tot genezing leidt. Ieder die zich op één of andere manier tot helper profileert draagt in zich ook verwondingen. Niemand is er trouwens helemaal vrij van. Ook al bleven we persoonlijk van een traumatische ervaring gespaard, we maken deel uit van de mensheid die van alles met zich meedraagt. We bewegen als enkeling ook altijd in een ruimer veld. In dit perspectief is er in de relatie helper en hulpbehoevende een mogelijkheid besloten tot wederzijdse verandering, bewustwording en groei. Op voorwaarde dat we het lijden een zin verlenen. Om dat te kunnen doen kan het weer gezien worden als horend bij het leven. Een leven dat onvolmaakt is maar wel steeds in evolutie. We kunnen ervan leren en ontdekken hoe we er een relatie mee kunnen aangaan zonder er op af te breken. Kracht en kwetsbaarheid kunnen samen gaan. We hoeven niet langer in het perspectief te leven dat we erboven moeten staan. Er zit dus in het archetype van de gewonde heler een verborgen dynamiek die er voor zorgt dat heler en vrager elkaar weerspiegelen. Voor de heler is de vraag essentieel: hoe ga ik om met mijn kwetsuren?
Voor de vrager: wat kan ik bijdragen aan de oplossing van mijn probleem. In dit perspectief blijven beiden in hun kracht. De helper neemt de verantwoordelijkheid op voor wat innerlijk in hem beweegt, de hulpbehoevende neemt zijn lot in handen.
Een archetype werkt voortdurend onbewust. Zo activeert de helper door zijn aanwezigheid de innerlijke arts bij de hulpbehoevende. En degene die hem om hulp vraagt activeert de kwetsuur in de helper. Dit gebeurt door de wet van resonantie. We ontsnappen er niet aan. Maar we kunnen deze dynamiek ook leren benutten. Dan komt er veel verlossende energie vrij. Als we aan deze dynamiek bewust participeren halen we profijt uit deze boeiende wisselwerking. Zo vermijden we dat aan de ene kant de helper alleen maar helper en aan de andere kant de hulpbehoevende alleen maar vrager blijft. Er is een oud gezegde: zelfs waterdragers krijgen dorst. Stilstaan bij deze dynamiek die onafscheidelijk met het helpen van anderen verbonden is helpt ons enorm om de verhouding tussen draagkracht en draaglast in het zicht te krijgen. Zelfzorg betekent niet alleen voor jezelf zorgen maar ook je laten verzorgen.
We gaan met het thema dynamisch aan de slag. We sporen de werking van het archetype in ons op om voeling te krijgen met de polariteit: heler en verwonding.
We gebruiken hierbij ook de symboliek die met het beeld van de verwonde heler verbonden is om de diepere dimensies ervan in het zicht te krijgen. Een unieke kans voor wie zijn eigen grenzen au sérieux wil nemen en respect wenst op te brengen voor de kracht die een ander heeft om zichzelf te helpen.
De workshop staat open voor al wie op een of andere manier met helpen geconfronteerd wordt en eerlijk wenst om te gaan met gevoelens van machteloosheid en uitputting.
|