|
Helpen is een menselijke kwaliteit die geworteld is in het vermogen van de mens zich in een ander te kunnen verplaatsen en zich verbonden te voelen. Bereid zijn om te helpen maakt deel uit van de roep uit het wezen van de mens om dienstbaar te zijn. Dienstbaarheid is wezenlijk het geheel dienen en herstellen. Wat er niet langer bij hoort wordt er weer bij gehaald. Dan keert ook de zielenrust weer en kan de energie vanzelf weer in beweging komen. Zonder mededogen kan men niet dienstbaar zijn, kan men geen zicht op het geheel houden. Mededogen vloeit voort uit het erkennen van de kwetsbaarheid van elk levend wezen, zichzelf inbegrepen. Kwetsbaarheid hoeft niet samen te gaan met hulpeloosheid. Erkennen wat er is, buigen voor de werkelijkheid die aan het licht treedt geeft kracht, geeft een gevoel in een groter geheel ingebed te zijn. Zo groet vanuit de innerlijke ervaring geleidelijk het besef er niet alleen voor te staan. Eigenlijk beschrijf ik hier een levenshouding die de mens kan leren door opvoeding en initiatie. Bij natuurvolkeren belichaamt de sjamaan deze levenshouding die de vrucht is van een levenslange ervaring. De sjamaan staat ten dienste van de gemeenschap. Zijn persoonlijke ontwikkeling, zijn afstemming, zijn vorming om in dialoog te treden met de wetmatigheden van het universum maken hem zo nodig tot een objectieve bemiddelaar, die zich niet beroept op macht maar zich beweegt vanuit innerlijke kracht. Hij is ook degene die erover waakt dat het doen en laten van een lid van de gemeenschap in relatie tot het geheel wordt benaderd en niet veroordeeld wordt. De sjamaan handelt nooit impulsief of uit medelijden. Reflectie, kennis van diepere verbanden, oog voor het geheel, zelfervaring, verbondenheid met de wortels, met de voorouders zijn de vruchtbare voedingsbodem voor zijn taak als spiritueel leider en genezer van de groep. Helpen wordt hier niet gedicteerd door morele voorschriften maar wordt daarentegen geschraagd door een zoeken naar het herstel van een verbinding en de geschonden eenheid. Intuïtie, wijsheid, en zin voor de waarde van het leven, buigen voor en herkennen van een grotere kracht die werkzaam is in alles wat leeft kenmerken deze levenshouding. Dit alles haal ik er even bij om aan te geven dat helpen op wezenlijke basis niet kan worden losgemaakt van een totaalvisie. Deze levenshouding illustreert dat helpen vanuit een innerlijke afstemming een levenskunst is of een levensvaardigheid die men leren kan door initiatie. Iemand helpen is iemand helpen de verbinding te herstellen met en zijn kijk op de dingen te verbreden zodat het geheel weer in het zicht komt. In onze cultuur gebeurt het helpen voor een groot deel gestructureerd en georganiseerd. En dit alles wordt ook nog eens bepaald door de politiek en de economie van het moment. Gaat er iets op gebied van de hulpverlening mis dan wordt er wel eens gestaakt, geprotesteerd en actie gevoerd om het geweten wakker te schudden. Als dit vrucht oplevert kan er iets veranderen. Zo is er jarenlang geijverd voor slachtofferhulp zodat opvang en begeleiding op gang konden komen. Daderhulp daarentegen dreigt in de schaduw te geraken. In hoeverre wordt ons geleerd een dader ook als een slachtoffer te zien en bijgevolg te begeleiden? Als onze visie op het leven verdeeld is weerspiegeld zich dat in onze hulpverlening. Een verdeelde visie leidt tot een strijd tussen waarden, belangen, religies, oordelen, enz. Vooroordelen, sociale status, familiepatronen en -belangen bepalen mede onze drang tot helpen. Als je maar weet wie je bent en waar je bij hoort, dan weet je ook waar je recht op hebt. Schuldgevoelens zorgen wel voor het behoud van een goed geweten. Een groot deel van onze hulpacties vloeien dan ook jammer genoeg voort uit onze zorg voor het behoud van een goed geweten. Veel hulpverlening versterkt de positie van een sterkere ten aanzien van een zwakkere, en berust op de instelling: ”ik weet wat goed voor je is, ik heb er zelf voor gestudeerd.” Hier ligt ook het gevaar voor macht op de loer. Om iemand klein te houden moet je je groot voordoen! Iemand die ervan overtuigd is dat hij zwak is en steeds aangewezen is op of afhankelijk is van manoeuvreert zich onzichtbaar in een machtspositie. Hij claimt zich het recht op. Zoals je kan merken. Het wordt gemakkelijk een vicieuze cirkel waar uiteindelijk niemand beter van wordt. Is het groot aantal hulpverleners dat lijdt aan burnout en een hulpverlenerssyndroom voor de kwaliteit van onze manier van hulpverlenen geen teken aan de wand? Het is dus zeer zinvol om op een eerlijke wijze onze manier van helpen onder de loep te nemen en te bezinnen over de diepere dimensie van het helpen om misschien op deze wijze te ontdekken dat helpen inderdaad een kunst is, die men leren kan als men zich een totaalvisie op het leven eigen maakt. Dit kan maar als men bereid is zich te openen voor de verborgen wetmatigheden van het leven die van directe invloed zijn helpen als levenskunst. Met helpen krijgt iedereen te maken. Je hoeft geen hulpverlener te zijn om dagelijks geconfronteerd te worden met grenzen, belemmeringen, conflicten, gevoelens van onmacht en teleurstelling die met helpen samengaan. Bovendien heeft elke familie zijn eigen hulpverlener, onafgezien of deze vrijwillig of onvrijwillig deze rol op zich neemt. Als iemand zich van deze oncomfortabele positie bewust wordt en losmaakt is het soms een hele krachttoer om zich hieruit te bevrijden. Uit deze rol stappen kan de hele familiehierarhie op zijn kop zetten. En dan krijg je een slecht geweten op de koop toe. Kinderen profileren zich soms als perfecte helpers voor hun ouders met alle gevolgen van dien. Sommige kinderen menen hun ouders te moeten redden en ga zo maar door. Als een kind langdurig geprezen wordt voor zijn betrokkenheid en dit door de ouders niet wordt gecorrigeerd dan wordt deze wijze van helpen verward met liefde krijgen en liefde geven. Maar liefde is in wezen het respect en de erkenning van de waardigheid en het recht van de ander om zijn eigen lot te dragen. Dit brengt ons bij de cruciale vraag :”Wat is helpen als je een ander acht en hem zijn eigen lot laat dragen?” Hierbij kunnen bovendien nog andere vragen rijzen. Hoe bevrijdt je jezelf van schuldgevoel als je niet ingrijpt waar het van jou verwacht wordt? Uiteraard hebben we het hier niet over fysieke interventies bij mensen in nood al kunnen ook hier grenzen worden overschreden. Hoe te genezen van het gevoel dat je onmisbaar bent en dat alles de mist ingaat als jij terugtreedt? Om echt te helpen moet je je vrij voelen, je eigen verantwoordelijkheid kennen, en vooral je eigen grenzen. Het is belangrijk om je eigen motieven te bevragen en je plaats ten aanzien van de ander te kennen. En wat dit thema betreft is er nog zoveel meer dat de moeite waard is om te bekijken. In het weekend maken we tijd en ruimte om het fenomeen helpen veelzijdig te benaderen zodat de noodzaak van een totaalvisie duidelijk wordt. Aan de hand van praktische oefeningen kan de eigen houding bij het bieden van hulp bevraagd worden en gevoed. Ook wordt er informatie verschaft om het zicht op helpen te verbreden en om jezelf wat deze materie betreft te oriënteren.
Deze reflectie op een zeer menselijk thema richt zich:
-tot mensen die beroepsmatig met helpen te maken krijgen.
-tot ouders met kinderen
-tot kinderen met ouders
-tot vrienden
-tot broers en zussen
-tot partners
-tot wereldverbeteraars
-tot idealisten
-tot wie verslaafd is aan willen helpen
-tot al wie zich geroepen voelt om dienstbaar te zijn en om zich in het wezen van helpen te verdiepen.
Helpen begint immers altijd met jezelf helpen. Als het over de kunst van helpen gaat geldt nog steeds de oeroude wet: ik kan de ander maar helpen in de mate ik mezelf heb leren helpen en in de mate ik mijn plaats in het geheel ken. Alleen vanuit deze positie kan ik zicht krijgen op het geheel en contact leggen met een grotere kracht die door mij en de ander werkt.
Huguette Beyens
|
|
|