mensenknop1a1a1a
retraiteknop1a1a1a
pelgrimagesknop1a1a1a
muziekdagenknop1a1a1a
huisknop1a1a1a
kapelknop1a1a1a
tuinknop1a1a1a
labyrintknop1a1a1a
rietveldenknop1a1a1a
workshopknop1a1a1a
nieuwhuis1a1a1a
bereikbaarheidknop1a1a1a
contactknop1a1a1a
item6a1
oudhuis2

1983

2017

Poustinia
huis voor herbronning, innerlijke groei en transitie
Beho 108 - 6672 Beho E-mail: info@poustinia.be Telefoon: 080 -517087

IN DE KERSTTIJD WORDEN VELEN BEVANGEN

DOOR EEN MOEILIJK TE OMSCHRIJVEN HEIMWEE.

 

Een mens leeft niet van brood alleen... Naast een lichaam dat gevoed moet worden, hebben we ook een binnenkant die hongerig is. Alleen is het niet altijd duidelijk wat daarvoor volwaardig voedsel is en mensentaal én rationeel denken schieten schromelijk tekort als het over dat “innerlijk leven” gaat. Gelukkig zijn er verhalen die - voor wie ze door een symbolische bril wil lezen - rechtstreeks tot die binnenkant spreken. “Afgestoft en ontdaan van alle interpretaties die eraan gegeven werden, is ook het kerstverhaal één van die grote verhalen”, zegt Huguette Beyens. We gingen haar opzoeken in Poustinia, een huis voor herbronning in Gouvy, tegen de Luxemburgse grens. Daar begeleidt ze ook mensen die het gevoel hebben dat ze de band met de diepere grond van het bestaan enigszins kwijtgeraakt zijn.

“De kerstperiode is de tijd bij uitstek waarin mensen ernaar verlangen ergens bij te horen”, zegt Huguette Beyens. “Velen worden dan bevangen door een soort heimwee, een moeilijk te omschrijven gemis dat door de ziel snijdt. Alsof we diep van binnen weet hebben van een verbondenheid die we verloren zijn en waar we naar op zoek blijven. Het lijken abstracte redeneringen en we zijn aangewezen op termen als ziel, diepere verbondenheid of universele krachten die vlug beladen, zweverig of hol klinken, omdat we er zo weinig taal voor hebben. Maar soms, als we geraakt worden door iets moois, in een natuurbeleving of in een diep menselijk contact, kunnen we even ervaren wat het betekent zich heel of opgenomen te voelen.”

“Elke mens draagt in zich de kiem van eigenschappen die vragen om aangesproken te worden en zich mogen ontwikkelen, zodat hij in het leven kan doen waartoe hij zich geroepen voelt. In de mate dat we werk verrichten - en dan heb ik het niet alleen over betaalde of economisch nuttige arbeid - dat daarbij aansluit, worden die eigenschappen gestimuleerd en worden we meer en meer de mens die we in wezen zijn. Zijn we om één of andere reden afgesneden van die authentieke bron, dan voelen we dat - vaak onbewust - als een gemis. Dat gevoel van heimwee is als een soort kompas dat ons eraan herinnert dat we afdwalen van wie we echt zijn of zouden kunnen zijn. Hoe meer ik naar mensen kijk en luister, hoe meer ik dat gemis ontdek onder de meest uiteenlopende vermommingen. De manier waarop de kerstperiode wordt beleefd illustreert dat uitstekend. Zelfs mensen die niet gelovig zijn en niets te maken willen hebben met de religieuze betekenis van Kerstmis, willen deelhebben aan de sfeer van verbondenheid die rond dat feest hangt. Op die dagen zoeken we onze familie op, de eerste groep mensen waar we als kind in terechtkwamen. De commercie speelt daar handig in op de sfeer met lichtjes, kerstmarkten, muziek, geschenken, rijke maaltijden enz., maar die zaken kunnen alleen maar aanslaan omdat ze - hoe oppervlakkig ook - aansluiten bij een onderliggend verlangen. Zo proberen we het donker te verdrijven, niet alleen in de buitenwereld waar de dagen in die periode het kortst zijn, maar eigenlijk ook een beetje in onze binnenwereld.”

“Het kerstverhaal heeft tweeduizend jaar geschiedenis overleefd en mensen over de hele wereld worden erdoor aangesproken. Het gaat dan ook om een heel krachtig verhaal. Jammer genoeg hebben velen geprobeerd het uit te leggen, historisch te bewijzen en naar hun hand te zetten, zodat de essentie ervan onder een dikke laag ballast terechtkwam. Het vraagt inspanning om die bril van interpretaties af te zetten en eventueel de afkeer tegenover alles wat met de kerk te maken heeft opzij te schuiven om het open te benaderen als een mythisch verhaal dat in symbolen de taal van het hart spreekt. In het kerstverhaal gaat het om een kind dat geboren wordt en omringd is door een aantal figuren die daar niet toevallig staan, maar allemaal hun rol te vervullen hebben. Als elk mensenkind zo geboren zou kunnen worden, met een mama, een papa, een opa, een meter enz. die elk hun rol spelen, dan zou het volop mens kunnen worden. Het kind dat daar geboren wordt staat niet alleen symbool voor elke biologische geboorte, maar ook voor geestelijke geboorte, het scheppende en vernieuwende, de kans om telkens opnieuw tot ontwikkeling te komen en steeds meer mens te worden.

De figuren in de kerststal vertegenwoordigen elk een bepaalde eigenschap, mogelijkheid of kracht. Als al die sterke kanten samenkomen, ontstaat er een optimale voedingsbodem om een kind geboren te laten worden, letterlijk en figuurlijk. Omdat ze de ster hebben gevolgd en naar dat punt van samenkomst zijn gekomen, werd mogelijk wat een van hen alleen nooit had kunnen waarmaken. En dat kunnen we goddelijk noemen. Het kerstverhaal gaat niet over een onbereikbare God die een supermens naar de aarde gestuurd heeft waar we kunnen naar opkijken, maar voor de rest weinig boodschap aan hebben. Wat maakt het uit of we met zekerheid kunnen te weten komen of zich tweeduizend jaar geleden iets dergelijks heeft afgespeeld en of er werkelijk ooit zo’n mens met wonderbaarlijke krachten heeft bestaan. Als het verhaal zich niet verder zet en telkens opnieuw vorm krijgt, zijn we er niks mee. Zoals in alle verhalen gaat het over elk van ons. Het verhaal over de menswording van God houdt ons een spiegel voor over onze eigen menswording, het is een oproep om remmende gewoonten die ons beletten ten volle mens te zijn te doorbreken. Zoals in alle grote mythen zegt het kerstverhaal niet alleen iets over individuele ontwikkeling, maar ook over waar we als mensheid mee bezig zijn, waar we vandaan komen en naartoe gaan en wat we hier op aarde komen doen. Het begint knus en intiem met de geboorte van een kind, maar uiteindelijk gaat hij de wereld in voor een missie die veel verder reikt.”

“De dieren in de stal vertellen dat een mens niet mag vervreemden van zijn instincten. Die leiden je intuïtief naar de plaats en de mensen die je nodig hebt om je veilig te voelen en te doen wat je moet doen. De os belichaamt de creativiteit en scheppende energie. Hij staat dicht bij het kind, omdat hij zijn kracht in dienst wil stellen van wat op aarde geboren wil worden. Dat element komt telkens terug. Je eigen weg proberen te volgen heeft niks te maken met egoïsme of alleen maar aan jezelf denken. En anderzijds betekent dienstbarheid niet dat je jezelf wegcijfert. Het verhaal vertelt dat juist door te doen wat jouw roeping is, je zelf meer mens wordt én de mensheid het beste dient. De herder moet geen wijze proberen te zijn en de ezel geen os, als alle figuren elk op hun plek in de stal hun sterke kanten samenbrengen, gebeurt het wonder. Omdat ze weten dat ze uiteindelijk hetzelfde hoger doel dienen en als broers en zussen elkaar willen optillen uit de belemmeringen van het dagelijkse bestaan. Daar loopt het vaak mis tussen mensen. We raken in conflict, verdringen elkaar om zelf op de voorgrond te komen, de samenleving waardeert de ene inbreng meer dan de andere enz. Die figuren zijn daar niet gekomen met de idee: wij weten het, hebben meer te bieden dan en ander, we zullen dat kind eens tonen hoe het moet. Ze zijn er bij gaan staan en leggen hun eigen gaven samen - niks meer maar ook niks minder - voor dat kind. En het kind verblijdt hen allen, het roept bij elk van hen iets wakker en opent nieuwe perspectieven.

De ezel verpersoonlijkt het unieke van elke mens. Het verhaal toont hoe dat unieke het geheel kan verrijken. De ezel is erbij in de stal, bij de vlucht naar Egypte draagt hij Maria en later bij de intocht in Jeruzalem is hij drager van de koning.

Er zijn ook herders bij de geboorte aanwezig, mensen die in alle eenvoud zorg dragen. Zij leren ons dat het belangrijk is in de gaten te houden dat hoe bescheiden je bijdrage ook lijkt, je er zorgzaam moet mee omgaan. En als er één schaap ontbreekt, dan is het de moeite waard om even de kudde in de steek te laten om dat schaap te gaan zoeken, zegt een ander verhaal. Want geen enkele kracht mag verloren gaan.”

“Als een kind aan zijn zending wil toekomen dan horen er ook wijzen bij die weet hebben van diepere kennis. Ze kwamen uit verschillende windstreken het kind zoeken en staan symbool voor de ruimere mensheid. Zij vertegenwoordigen alles wat mensen in de wereld brengen aan werk en ideeën en roepen op om daarbij dat gemeenschappelijke doel niet uit het oog te verliezen, trouw te blijven aan zichzelf en altijd bereid te blijven de eigen visie te herzien.

Centrale figuren in de stal zijn uiteraard Maria en Josef, die het vrouwelijke en mannelijke element vertegenwoordigen. Dan hebben we het niet over biologisch man- of vrouwzijn maar over wat ze in het Oosten kennen als yin en yang, over passief en actief zijn, het beschouwende en het uitdrukkende, het hoofd en het hart, denken en gevoelens enz. Als die aanvullende krachten evenwaardig aan hun trekken komen en samenwerken worden er grootse dingen voortgebracht. Niet als figuur in de stal aanwezig maar toch essentieel in het verhaal is de heilige geest, de inspiratie, de diepere wetmatigheid achter het leven. Door de mythische bril bekeken betekent de maagdelijke geboorte dat het hier niet om een product van mensen gaat, maar om een geesteskind.

Dan hebben we ook nog de engel die hogere vermogens en diep inzicht brengt. Een moeilijke figuur is Herodes, symbool voor het kwaad. We hebben de neiging de wereld op te delen in goeden en slechten, maar Herodes zit in elk van ons. Het is dat deel dat er belang bij heeft dat alles bij het oude blijft, dat macht wil of eer. Voor de Herodes in ons vormt de geboorte van een nieuw kind een bedreiging en daarom probeert hij dat tegen te houden. Eerlijk durven onder ogen zien waar we onszelf in de weg staan en waarom, kan confronterend zijn maar opent ook deuren.

Het verhaal legt de verantwoordelijkheid voor de menswording bij de mens zelf, die de vrijheid heeft er al of niet iets mee te doen. Weliswaar binnen de wetmatigheden van het leven die we niet in de hand hebben.

Grote verhalen spreken de mens aan omdat hij herkent: hier wordt iets over mij gezegd, over hoe ik kan worden in overeenstemming met hoe het bedoeld is.”

“Een kind dat geboren wordt in een gezin is eigenlijk telkens een kerstverhaal op zich. En hopelijk staan daar dan een papa en een mam klaar die het met al hun mogelijkheden ondersteunen. En hopelijk ontmoet het ook andere mensen op zijn weg die een eindje met hem op weg willen gaan, want niemand kan van die twee mensen verwachten dat ze tegelijk herder, ster, engel en wijze voor het kind zijn. Misschien is de papa een schitterende schrijnwerker die prachtig speelgoed maakt en later de kamer van zijn dochter van meubelen voorziet, maar ontdekt het kind dat het bij zijn vader niet met filosofische vragen moet afkomen, terwijl dat hem wel interesseert. Het verhaal vertelt dat er naast de eigenschappen van de vader en de moeder nog andere zijn die het kind nodig heeft. Misschien komt er een leerkracht op zijn pad, of een buur of wie dan ook die dat kind iets kunnen geven wat het thuis niet vindt. Als daar ruimte voor is, als een kind van een ouder mag leren dat je niet alles zelf moet doen, dat je andere mensen kan vinden om je te vergezellen of dat je bij anderen zaken kan herkennen die eigenschappen in jezelf wakker roepen, dan is dat een diep religieuze houding die alle geloofssystemen overstijgt. Tegelijk zie je dat in alle geloofssystemen - voorbij de interpretatie, dat wat mensen ervan maken - die diepere inspiratie over hoe het leven in elkaar zit op een of andere manier aan bod komt. Door open te staan voor verhalen worden we op weg geholpen, maar als ontwikkelde mensen zijn we zover uit het geheel losgekomen dat we dachten geen verhalen meer nodig te hebben. En in die blindheid of overmoed worden fouten gemaakt of kansen gemist. Maar het heimwee blijft en die zorgt ervoor dat we - als we dat willen - in een wereld waar zoveel wetenschappelijk verklaard kan worden en alles versnipperd en verdeeld lijkt, op zoek blijven naar een diepere verbondenheid en geestesverwantschap. Met elke geboorte komt een kind op de wereld met een eigen roeping, maar voor wie dat zo wil bekijken geeft het zijn (groot)ouders - en al wie met het kind op weg gaat - ook een tweede kans om weer in contact te komen met hun eigen kind-zijn in de betekenis van oorspronkelijkheid. Als ze daarvoor openstaan krijgen ze allicht een nieuwe kans om zaken te ontwikkelen waar ze nog niet aan toe gekomen waren.

Een mens wordt geboren in een biologische familie, dar groeit de eerste verbondenheid die vaak een leven lang belangrijk blijft. Maar om te ontdekken waar hij echt thuishoort, waar hij het best kan vormgeven aan wat hij in zich draagt, moet een mens op zoek naar zijn geestelijke famille. Iets waar we zonder dat heimwee niet zouden aan beginnen.”

 

Dit artikel verscheen eerder in “De Bond” op 19 december 2003 nr. 43.

Het interview werd door An Candaele afgenomen en integraal in deze tekst weergegeven.

Met dank aan De Bond voor het mogelijk maken van het verspreiden van deze tekst.

 

de mensen mensenknop1a1a1a